Home

Iets aan ‘Vier de teugels’ stootte me af. Waarschijnlijk dat het over paarden ging. Maar het is dus een fantastisch boek

is columnist voor de Volkskrant en doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.


Ik ben gevoelig voor van die kaartjes die boekhandelaren in de boeken in hun winkel stoppen. ‘Maarten’, staat er dan bijvoorbeeld op, want je moet als klanten natuurlijk weten van welke introverte goeierd met een blauwe wollen trui deze tip afkomstig is, ‘een hallucinante trip door de onontdekte wereld van nachtelijke treinbestuurders’. Ofzo.

Boekhandelaars lezen veel boeken, denk je dan, dus die weten wat goed is. Maar ja, een bakker kan ook gek zijn op tompouce, en ik ben dat niet, dus al tipt hij de tompouce, ik ga hem niet kopen.

De tip voor Vier de teugels was een dubbeltip. Een goeie vriendin had het boekje verslonden, en in mijn lokale boekwinkel zat er ook zo’n handgeschreven kaartje in.

Toch stootte iets aan het boek me af. Waarschijnlijk dat het over paarden ging. Je kunt de vrouwelijke mensheid in twee delen opdelen: 1. degenen die vroeger Penny lazen, elkaar op het schoolplein lieten ronddraven aan een springtouw en in hun vrije tijd een lokale ezel gingen kammen, en 2. degenen die dat niet deden. Ik behoor tot categorie 2.

Maar het is dus een fantastisch boek. Je moet ook helemaal niet kijken waar een boek over gaat, dat weet ik al sinds mijn weerstand tegen de klassieker Watership Down – wie gaat er nou een vuistdik boek lezen over een stel pratende konijnen? Nou, dat zou iedereen dus moeten doen.

Dat geldt ook voor Vier de teugels, dat het midden houdt tussen fictie en non-fictie. De schrijfster, Kathryn Scanlan (het is trouwens heel goed vertaald door Nicolette Hoekmeijer), heeft lange interviews gedaan met Sonia, een Amerikaanse vrouw die jarenlang paardentrainer was bij de races. Van Sonia’s verhalen heeft ze dit boek gemaakt.

Sonia behoort tot categorie 1: als kind vatte ze al een enorme liefde op voor paarden. Ze groeide heel arm op. Ze zegt en passant, zoals ze bijna alles en passant zegt, dat ze op hondenkoekjes leefde. Maar voor een dollar per keer mag ze op Rowdy rijden, een paard uit de buurt dat zijn naam eer aandoet, want rowdy betekent baldadig.

Na Rowdy ontwikkelt haar loopbaan door via een positie als een soort stalknecht bij paardenrennen, tot trainer, tot verzorger van miljoenen kostende paarden voor extreem rijke mensen. Het is niet bepaald een zachtaardige wereld, het rondreizende circus van de paardenrennen, vol stroomstoten, mishandeling, alcohol, bloed en cola – die doe je door het water van de paarden als ze bij een nieuwe renbaan aankomen, want ze zijn vies van nieuw water, maar niet als er cola doorheen zit.

In ultrakorte hoofdstukjes met titels als ‘Ingelegde eieren’ vertelt Sonia haar leven in alle bizarriteit en narigheid doodgemoedereerd na. Over een verkrachting door een jockey: ‘Het was ellendig, maar oké, ik heb het overleefd. Daarna knipte ik mijn haar heel kort.’ Einde hoofdstuk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next