De rechtbank van Amsterdam beslist woensdag wie recht heeft op de 29,3 miljoen euro die Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel tijdens de coronacrisis verdienden met hun mondkapjeshandel, hoewel ze beklemtoonden ‘zonder winstoogmerk’ te werken. De mogelijke uitkomsten.
is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Na jaren van inleidende juridische procedures moet de rechtbank van Amsterdam woensdag de knoop doorhakken in een zaak die bovenal draait om de beruchte mondkapjesdeal tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Relief Goods Alliance – het bedrijf van Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel. De drie mannen verdienden samen 29,3 miljoen euro bruto aan de orders. Zowel de voormalige liefdadigheidsstichting Hulptroepen Alliantie als het ministerie van VWS eist dat geld op.
Doordat pogingen om tot een schikking te komen op niets zijn uitgelopen, beslissen de rechters nu over het lot van de mondkapjesmiljoenen. Er zijn zes uitkomsten mogelijk.
Alles over politiek vindt u hier.
Dit is het vonnis waar Sywert van Lienden en zijn compagnons op rekenen. In elke juridische procedure die de afgelopen jaren is gevoerd herhaalden de drie mannen dat ze naar eer en geweten hebben gehandeld. Ze waren tijdens de coronacrisis weliswaar de boegbeelden van de charitatieve stichting Hulptroepen Alliantie, die ‘zonder winstoogmerk’ en ‘om niet’ mondkapjes zou veiligstellen voor Nederlandse zorgverleners, maar naar eigen zeggen werden ze door omstandigheden gedwongen om meerdere deals onder te brengen bij hun commerciële bv Relief Goods Alliance (RGA). De belangrijkste deal was de monsterorder van het ministerie van VWS van 100,8 miljoen euro. Daarnaast werden ook nog andere orders ter waarde van zo’n 2 miljoen euro via RGA uitgevoerd.
Zo boekten ze uiteindelijk een kleine 30 miljoen euro bruto winst. Sywert van Lienden incasseerde daarbij een beduidend hoger dividend dan zijn compagnons. In beslag genomen chatverkeer, waarin de Volkskrant inzage heeft gehad, suggereert dat de ex-CDA’er zichzelf zag als het brein van de operatie: ‘99 procent van alle winst komt uit mijn contacten en idee’, schreef hij op 16 september 2020, ‘meer zelfs.. 99,5 procent.’
Het is ook onderdeel van de verdediging. Het ministerie van VWS zou niet zozeer zaken hebben willen doen met Hulptroepen Alliantie, maar vooral met Van Lienden persoonlijk. Zelf heeft de ex-ambtenaar er naar eigen zeggen desondanks alles aan gedaan om de deal onder te brengen bij Hulptroepen Alliantie – waardoor alle winst naar het goede doel zou zijn gegaan. Het ministerie van VWS werkte niet mee. Bovendien wilde het stichtingsbestuur, dat toen bestond uit Van Gestel en Damme, de order helemaal niet uitvoeren: veel te risicovol. Zo kwam de deal terecht bij het commerciële RGA.
Volgens de drie compagnons is niemand benadeeld. De stichting bleef een groot risico bespaard en het ministerie van VWS kreeg mondkapjes die uiteindelijk zijn goedgekeurd en (deels) gebruikt voor een prijs die binnen de destijds gehanteerde bandbreedte viel. Het gaat dan ook om ‘eerlijk verdiend geld’, zoals Van Gestel het noemde tijdens een van de zittingsdagen.
Voor het huidige bestuur van Hulptroepen Alliantie, waartoe emeritus hoogleraar ondernemingsrecht Vino Timmerman behoort, is de zaak al even duidelijk: al het geld dient naar de liefdadigheidsorganisatie te gaan. Van daaruit zullen de miljoenen dan gaan naar het goede doel, zoals de stichting Long Covid, en mogelijk ook deels naar het ministerie van VWS.
Volgens het nieuwe bestuur van Hulptroepen Alliantie, dat wordt gesteund door een groep ex-vrijwilligers en medewerkers, hebben Van Lienden, Damme en Van Gestel op ongekende wijze misbruik gemaakt van de liefdadigheidsorganisatie. Door zich voor te doen als weldoeners vergaarden de drie de steun en expertise van andere vrijwilligers en gerenommeerde partners als Coolblue en Randstad. Daarna misbruikten ze de goodwill van hun stichting om orders binnen te halen die vervolgens heimelijk werden doorgesluisd naar hun eigen bv. Ook na de eerste onthulling in de Volkskrant over hun commerciële belangen gaven ze geen openheid van zaken over hun miljoenenwinst. ‘Ik ben absoluut geen miljonair geworden’, zei Van Gestel destijds, hoewel hij toen al bijna 5,4 miljoen euro dividend had geïncasseerd.
De stichting voelt zich gesterkt door een vonnis uit juli 2022. Van Lienden en Damme werden toen ontslagen als bestuurders van Hulptroepen Alliantie (Van Gestel was eerder zelf al opgestapt) omdat er volgens de rechtbank aanwijzingen waren dat ze niet in het belang van de non-profitorganisatie hadden gewerkt. In hoger beroep in juni 2023 bleef dat oordeel overeind. Van Lienden en Damme kregen daarbij ook nog een bestuursverbod van vijf jaar opgelegd.
Zo’n gedwongen ontslag en bestuursverbod komen zelden voor. De claim van de stichting wordt ook nog eens actief gesteund door het Openbaar Ministerie, wat ook uitzonderlijk is. Volgens het OM heeft de zaak tegen Van Lienden en zijn compagnons een breder maatschappelijk belang: het vonnis van woensdag moet duidelijk maken dat het juridisch ontoelaatbaar is dat bestuurders van een non-profitorganisatie ‘zakelijke kansen’ doorsluizen naar een eigen bv. Anders komt het vertrouwen in de hele charitatieve sector onder druk te staan.
De landsadvocaat, die namens het ministerie van VWS optreedt, meent juist dat al de mondkapjesmiljoenen terug moeten naar de overheid. Bij het afsluiten van de mondkapjesdeal zou er sprake zijn geweest van dwaling en bedrog. Het ministerie dacht zaken te doen met een bv die gelieerd was aan de charitatieve stichting Hulptroepen Alliantie. Er kon door die bv wel winst worden gemaakt of risicomarges worden ingeboekt, maar het verdiende geld zou uiteindelijk naar het goede doel gaan. Mede door het ontbreken van een commercieel winstoogmerk had het ministerie er volgens de landsadvocaat vertrouwen in dat er geen buitensporige marges zouden worden berekend.
Nu is gebleken dat de drie mannen wel voor eigen gewin handelden – iets waar ze volgens de landsadvocaat doelbewust verwarring over zaaiden – is de deal onder valse voorwendselen tot stand gekomen en moet alle geboekte winst terug naar de staatskas.
Een nadeel voor deze claim lijkt wel dat het ministerie van VWS de deal met Van Lienden aanvankelijk juist verdedigde. Volgens de landsadvocaat kwam dat onder andere doordat het bedrog ook na de eerste publicaties voortduurde en het ministerie daardoor in de veronderstelling bleef dat de mannen naar eer en geweten hadden gehandeld. Bovendien toont de afwachtende houding van VWS in de ogen van de landsadvocaat aan dat er geen sprake is van ‘trial by media’, zoals Van Lienden beweert, maar dat het ministerie juist voorzichtig en nauwgezet te werk is gegaan.
Zelfs als de rechtbank van Amsterdam oordeelt dat de stichting of de staat een terechte claim heeft, betekent dat niet noodzakelijkerwijs dat de drie mondkapjeshandelaren al hun geld moeten afstaan. Het is ook mogelijk dat ze een deel moeten terugbetalen en de rest mogen houden. In een van de laatste processtukken betoogt advocaat Steef Bartman bijvoorbeeld namens Damme en Van Gestel dat de non-profitorganisatie hoogstens een marge van 5 procent zou hebben berekend bij het sluiten van een deal met VWS. De maximaal geleden schade voor de stichting is daarom slechts 3,7 miljoen euro. In die redenering hoeven de drie mannen dus hoogstens dat bedrag terug te betalen en mogen ze de rest houden.
Theoretisch is het mogelijk dat zowel de eis van de stichting als die van de staat wordt toegewezen, omdat hun vorderingen zijn gebaseerd op verschillende grondslagen. In dat geval zouden beide partijen samen afspraken moeten maken over de verdeling van het geld, iets wat ze ook bij de andere uitkomsten al van plan zijn.
Bijna niemand gelooft dat woensdag het laatste woord is gesproken. Alle partijen gaan ervan uit dat er nog een hoger beroep zal volgen. De partij die woensdag aan het langste eind trekt, heeft ook nog niet meteen toegang tot alle miljoenen. Er loopt nog een strafzaak tegen Van Lienden, Damme en Van Gestel wegens oplichting, verduistering, valsheid in geschrifte en witwassen. Ook in die procedure is door het OM beslag gelegd op een groot deel van hun vermogen. Dat moet eerst opgeheven worden, voordat het geld vrijkomt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant