Home

Achter de gulheid van de families van Afas schuilt ook zendingsdrang

De twee families achter Afas Software schenken 30 procent van de aandelen aan goede doelen. Wat drijft het uitzonderlijk winstgevende bedrijf uit Leusden?

is economieredacteur. Hij schrijft onder meer over de Nederlandse techsector.

‘Als de Here je zegent, moet je delen.’ Voor Piet Mars, die deze uitspraak twaalf jaar geleden deed in een interview met het Nederlands Dagblad, zijn het geen loze woorden. Afgelopen weekend werd bekend dat zijn familie, vermogend geworden met softwarebedrijf Afas, een fors deel van dit bedrijf weggeeft. Dat doet de familie Mars samen met de andere eigenaar van Afas, de familie Van der Veldt. Samen geven ze 30 procent van hun aandelen aan twee eerder zelfopgerichte goededoelenstichtingen.

De schenking − een idee van Mars − is een opmerkelijk vrijgevige daad binnen de Nederlandse zakenwereld. Minder verrassend is dat uitgerekend Afas dit doet. De Leusdense onderneming, die bedrijfssoftware bouwt voor onder andere salarisadministratie, profileert zich al jaren met haar liefdadigheid.

Zo doneerde het bedrijf vorig jaar 9 miljoen euro aan goede doelen, bij een winst van 127 miljoen euro. In een van zijn kantoorpanden maakte Afas ruimte vrij voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De families staken bovendien zelf nog geld in de eerder genoemde goededoelenstichtingen. Die krijgen volgens de Afas-directie dankzij de aandelenoverdracht drie keer zoveel.

Vierdaagse werkweek

Eigenzinnigheid is Afas niet vreemd. Vorig jaar trok het bedrijf nog de aandacht met de invoering van een vierdaagse werkweek. Medewerkers die fulltime in dienst zijn, hoeven een dag minder te werken voor hetzelfde loon. Voor die medewerkers bouwde het bedrijf al een futuristisch ogend hoofdkantoor in Leusden, voorzien van een eigen theater en gymzaal.

Afas werd in 1996 opgericht door Piet Mars en Ton van der Veldt. In 2009 namen twee van hun zonen het roer over: Arnold Mars als financieel directeur, Bas van der Veldt als algemeen directeur. Nog altijd is de onderneming in handen van de twee families.

Quote 500

Zij boeren er goed bij: de twee oprichters zijn multimiljonairs. Vorig jaar stonden beiden in de Quote 500 van rijkste Nederlanders, met een geschat vermogen van meer dan 800 miljoen euro. Dat is inclusief de waarde van hun bedrijf. Vorig jaar kregen de aandeelhouders zo’n 60 miljoen euro aan dividend uitgekeerd, waarvan nu dus bijna een derde naar de stichtingen gaat.

Simpelweg rijk willen worden is echter ‘banaal’, vindt Piet Mars. ‘Ik walg van mensen die een snelle deal maken, die de winst opkrikken door weer een saneringsronde waarbij personeel eruit wordt geschopt’, zei hij tegen het ND.

Hij komt zulke types zelf weleens tegen. ‘Het gekke is dat ze zichzelf erin herkennen. Ze lachen er wat om en voelen zich slim. De manier waarop wij zakendoen, is in hun ogen kleinburgerlijk.’

Die manier van zakendoen houdt onder meer in: blik op de lange termijn, geen grote risico’s nemen met overnames of grootscheepse strategiewijzigingen. En ook eens wat doen voor de medemens. Daarbij helpt het dat familiebedrijf Afas niet te maken heeft met aandeelhouders op jacht naar snel rendement.

Is Afas een Christelijk bedrijf?

Christelijke waarden zijn ontegenzeggelijk van invloed. Medeoprichter Mars was onder meer actief in de kerkraad van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt in Leusden. Zijn stichting, Pharus, stelt zich ten doel om, naar het voorbeeld van Christus, ‘op te staan voor de armen, wezen, weduwen, onderdrukten en broers en zussen in Zijn naam’.

Toch verzet de huidige algemeen directeur, Bas van der Veldt, zich tegen het beeld van Afas als christelijk bedrijf. Tegen de Volkskrant zei hij vorig jaar niet-praktiserend katholiek te zijn. De idealen van de onderneming sluiten weliswaar aan bij christelijke waarden als naastenliefde, zei hij, maar worden net zo goed gedeeld door alle niet-christelijke collega’s.

‘Er zit wel wat zendingsdrang in’, zei Van der Veldt desondanks over Afas. Voor hem is het niets minder dan een middel om de wereld te verbeteren. Hij hoopt dat andere bedrijven door de weggeefactie ook meer gaan doneren, zoals hij hoopt dat andere bedrijven de vierdaagse werkweek overnemen.

Zo predikt hij ook het evangelie van de efficiëntie. Waar hij ook kijkt, ziet hij ‘bullshitbanen’ die geschrapt kunnen worden, zei hij tegen de Volkskrant. Kunstmatige intelligentie kan van mensen volgens hem ‘supermensen’ maken.

De bedrijfssoftware van Afas past wat hem betreft naadloos in die missie: het kan geestdodende administratieve klussen uitbannen. Afas − waar bestuurders presentaties in een studio opnemen zodat anderen ze op anderhalf keer de snelheid kunnen terugluisteren − moet intussen zelf ‘de toekomst van werken laten zien’.

Er schuilt dan ook een addertje onder het gras als het om de vierdaagse werkweek van Afas gaat: medewerkers moeten in minder tijd evenveel werk verzetten als daarvoor. Een sigaar uit eigen doos? Volgens de directie laat het bovenal zien hoe efficiëntieslagen tot meer vrije tijd leiden.

Bedrijfscultuur Afas

Eigenzinnig is Afas ook door hoe het omgaat met zijn ruim zevenhonderd medewerkers. Het bedrijf toont grote betrokkenheid en verwacht daar grote betrokkenheid voor terug. Dat gaat van uitvoerig aandacht besteden aan het welzijn van zieke collega’s tot het aanbieden van hulp met afvallen als medewerkers overgewicht hebben. Bij bedrijfsuitjes wordt iedereen geacht aanwezig te zijn.

‘Hier vinden mensen het prettig als ze op zaterdag nog even gebeld worden met de vraag hoe het met ze gaat, of dat hun directeur eerder in het ziekenhuis is dan hun eigen ouders als er wat is’, aldus Van der Veldt in 2019 tegen Het Financieele Dagblad. ‘Bij veel organisaties zit er een duidelijk onderscheid tussen werk en privé. Hier loopt dat volkomen in elkaar over.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next