Home

Kan een Spaanse Sinterklaas de eurozone redden?

De Duitse motor die de eurozone zo lang draaiende heeft gehouden, is toe aan revisie. Eerst ging de turbo eraf, daarna begon-ie te pruttelen. En nu dreigt de motor helemaal tot stilstand te komen, als de verkiezingen eind deze maand in een patstelling eindigen.

Er moet een nieuwe motor komen. Daarvoor wordt door serieuze financiële kranten, zoals de Belgische De Tijd, gewezen op Spanje – het land van de dolende ridder Don Quichot, die molens bevocht omdat hij ze voor reuzen aanzag.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Spanje maakte vorige week bekend dat de groei in 2024 van het bbp was uitgekomen op 3,2 procent. Dat is niet alleen ver boven de groei in andere landen van de eurozone, maar ook ver boven de verwachtingen in Spanje zelf. De Spaanse regering was uitgegaan van een groei van 2,7 procent, de centrale bank van het land van 3,1 procent.

Bij die groei steken andere Europese landen schril af. Het bbp van Duitsland steeg vorig jaar – van niet alle landen zijn de definitieve cijfers bekend – met 0,3 procent, en dat van Nederland met 0,6 procent. De Italiaanse economie groeide met 0,7 procent en de Franse met 0,9 procent, dankzij de Olympische Spelen van afgelopen zomer (in het vierde kwartaal was sprake van krimp). Voor de gehele EU bedraagt de groei voor 2024 0,9 procent en van de eurozone 0,8 procent.

Die van Spanje is dus vier keer zo hoog. Ook dit jaar gaat Spanje uit van een groei van minimaal 2,4 procent, dankzij een groeiend aantal toeristen uit alle delen van de wereld, de toename van de landbouwproductie en de inzet van immigranten.

Behalve bij wereldverbeteraars die op voorhand een hekel hebben aan groei (en daarvoor wel fiks wat welvaart willen opgeven), moet het zorgen baren dat een voormalig ‘zeuroland’ het bouwwerk van 27 EU-landen en 20 eurolanden overeind moet zien te houden.

Maar Spanje is niet te vergelijken met Merkels Duitsland van tien jaar geleden. Het is niet alleen het verschil tussen een bbp van 1,5 biljoen euro en 4,5 biljoen euro. Spanje kent grote structurele problemen, zoals een hoge werkloosheid van boven de 10 procent, en een acute woningnood.

Spanje kent een hoogopgeleide bevolking, maar heeft juist behoefte aan lager geschoolde of ongeschoolde vakmensen. Nu worden die vooral uit Latijns-Amerika gehaald.

Daarnaast is de ongelijkheid in dit land – gemeten in de zogeheten ginicoëfficiënt – de op twee na grootste in de eurozone. En het bbp per inwoner is er, met nog net geen 30 duizend euro per hoofd van de bevolking, ongeveer de helft van dat van Nederland. Ook is de overheidsschuld is hoog: 103 procent van het bbp. Het gemiddelde binnen de EU is 88 procent, voor Nederland is dat 43,7 procent.

Er is zogezegd geen ‘podemos hacerlo’ te verwachten, een Spaanse variant op ‘Wir schaffen das’. Spanje kan hoogstens een hulpmotor worden. Don Quichot mag er ronddolen met 1 pk. Maar Sinterklaas komt er niet vandaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next