De ondergang wordt voorspeld, zomaar op een doordeweekse middag in de Tweede Kamer. Niet onverwacht, misschien ook niet geheel voor het eerst, toch nog plotseling. De hoofdrolspeler zelf, Tata Steel, is afwezig.
Bij de IJmuidense staalgigant volgen ze het debat over hun toekomst - of het gebrek daaraan - noodgedwongen op afstand, vanachter de computer. ‘We hadden graag meegepraat’, zegt een woordvoerder achteraf. ‘Maar we zijn niet uitgenodigd.’
Staalindustrie, schreef economieredacteur Tjerk Gualthérie van Weezel maandag in deze krant na een bezoek aan het Duitse Thyssenkrupp, is ‘ruig’, ‘oer’ en vooral romantisch. Vraag je het aan Tata zelf, dan zien ze in IJmuiden nog steeds een niets-aan-de-hand glansrijke toekomst voor zich.
Hun bedrijf met negenduizend werknemers als voorbeeld van de ‘Nederlandse maakindustrie’. Het ijzererts dat de poort weer verlaat als staal voor in de auto of in blik, compleet ‘circulair’ allemaal. En uniek gelegen met een haven pal aan zee, handig voor ‘de elektrificatie’ straks.
Natuurlijk: vergroening is nodig. Maar daar gaat de Nederlandse overheid aan meebetalen, daarover lopen vertrouwelijke gesprekken. Plannen voor ‘groen staal’ dat komt ‘uit het hart van de medewerkers’.
Wat tijdens de commissievergadering in de Kamer over Tata Steel wordt verteld, is op zichzelf geen nieuws: de staalgigant is niet alleen topvervuiler, maar heeft economisch gezien ook nauwelijks toekomst. Dat laatste is tegen parlementsleden in een Haags zaaltje zelden zo hard gezegd.
‘Ik wist niet dat dit openbaar zou zijn’, zegt Dennis Vink, hoogleraar aan Nyenrode, een van de drie economen die zijn ontluisterende visie geeft. Tata verkeert volgens hem in een ‘financieel precaire situatie’. Zonder ‘aanzienlijke externe kapitaalinjecties’ staat het voortbestaan ter discussie.
Het moederbedrijf van Tata in India laat het gebeuren. Dat heeft de zaken in IJmuiden in de praktijk al zo’n beetje afgeschreven. Nederlandse staatssteun voor vergroening is ‘discutabel’, omdat het in een bodemloze put valt. ‘Als de overheid niet bijspringt, dan gaan ze failliet.’
Subsidie voor verduurzaming? Vink vergelijkt Tata met een zwerver die onder een brug ligt te slapen. ‘Stel je zegt: we kopen een huis voor deze persoon. Maar na een maand wordt deze persoon op straat gezet, omdat hij de boodschappen van de Jumbo niet meer kan betalen.’
Een Amsterdamse collega-econoom vreest dat ‘permanente subsidies’ nodig zijn om de Nederlandse staalindustrie ‘overeind te houden’. Hij is ‘skeptisch’ over de ‘business case’ van Tata. De negenduizend werknemers vinden na sluiting ‘vast gauw werk elders’.
Voor een duurzame Europese staalindustrie moet je misschien niet naar Nederland en Duitsland kijken, maar naar Zweden en Spanje. Al blijven ze dan in IJmuiden achter met de zwaar vervuilde grond. Tata kan de sanering niet betalen, dan gaan ze gelijk failliet en ‘komt de rekening bij de Nederlandse belastingbetaler’.
Rob van Tulder, oud-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit (‘hij kent ons bedrijf het beste’, verzuchten ze bij Tata) wijdt als enige aardige woorden aan de Nederlandse staalindustrie. Tata is ondanks de moeizame opstelling van het Indiase moederbedrijf ‘zeer innovatief’. Toch noemt ook hij de situatie ‘uitdagend’.
De Tweede Kamer wil ondanks alles dat de overheid meebetaalt aan verduurzaming van Tata. Dat kost misschien miljarden, maar ja, denk eens aan de miljarden die de staatskas anders misloopt. Bij Nieuw Sociaal Contract (NSC) hopen ze dat als ‘over twintig jaar andere staalbedrijven wegvallen’ Hollands trots aan de Noordzee in het voordeel zal blijken. (Zo’n voordeel ‘gaat niet gebeuren’, zeggen de economen).
Tata betaalt hoge salarissen en is verweven met het sociale leven in dorpen als Wijk aan Zee, met de muziekvereniging, met het ziekenhuis: toch weer die romantiek. Henk Vermeer van de BBB vergelijkt een eventueel faillissement qua ontwrichting met ‘het sluiten van de mijnen in Limburg’.
En zo is de politieke wens dat de overheid toch bijdraagt aan een ijzerertsfabriek aan de Noordzee, ook al weet iedereen dat het op termijn eigenlijk niet kan.
a.vanes@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns