Voor zijn zevende wereldtitel veldrijden hoefde Mathieu van der Poel niet eens zo heel diep te gaan. Al vanaf het begin was duidelijk dat er maar één de beste was – deelname van zijn grote rivaal Wout van Aert ten spijt.
Aan de startstreep is alles nog mogelijk. De verwachtingen zijn tot grote hoogten gestuwd. Vanaf het moment dat een van hen aankondigde ineens toch mee te gaan doen aan het WK veldrijden, rinkelden de kassa’s. Duizenden extra kaarten werden verkocht. Wielerfans uit de lage landen reisden likkebaardend af naar Noord-Frankrijk. Want hun stille hoop was bewaarheid geworden.
In mijnwerkerstadje Liévin zou het van een nieuw duel der giganten komen. Wout van Aert versus Mathieu van der Poel, de kemphanen die elkaar al sinds hun tienerjaren weinig ontlopen, zowel in het veld als op de weg. Samen hebben ze de wielersport, het veldrijden incluis, naar een nieuw niveau getild. Door hun professionaliteit, hun klasse en hun arbeidsethos. Die tweestrijd brengt velen in vervoering. Wielerfanaat of niet.
Zes wereldtitels won Van der Poel al. Nog eentje en hij komt op gelijke hoogte met de legendarische Erik De Vlaeminck. De Belg is al sinds de jaren zeventig houder van een record dat nooit geëvenaard zou worden. Van Aert staat op drie wereldtitels. De laatste dateert uit 2018. Sindsdien delft hij telkens het onderspit.
Van der Poel staat op de eerste startrij opgesteld. Dat komt omdat hij de voorbije weken genoeg wereldbekerpunten heeft verzameld. Hij won alle crossen waaraan hij meedeed. Dat geldt niet voor zijn rivaal. Van Aert deed het veldrijden er een beetje bij deze winter. Zijn vizier is gericht op het wegseizoen. Daarom staat hij op rij vier, achter een muur van landgenoten. Consequentie van de keuzes die hij maakte.
Er wordt een zenuwachtig muziekje gedraaid, gepingel, terwijl er rode stoplichten ontbranden. Als die op groen springen, is het WK begonnen.
De eerste honderden meters gaat het over asfalt, tot aan een hellingshoek van 5 procent. Van der Poel smijt zijn stuur van links naar rechts, het hoofd tussen de schouders om de luchtweerstand te slim af te zijn. Hij duikt als tweede het zompige veld in. Twee bochten later, na 30 seconden wedstrijd, gaat hij al aan kop.
Zo heeft hij het graag. Hij kan nu zijn eigen lijnen rijden en is niet afhankelijk van andermans fouten. Van der Poel rijdt zo snel van zijn concurrenten weg dat er een golf van verbazing door het publiek trekt als dat in beeld wordt gebracht. Hij is een klasse beter dan de rest. Misschien wel twee.
Vanaf de zijlijn lijkt het zo simpel. Maar dit is behalve een surplus aan talent het resultaat van jaren training, de laatste tijd aan de Costa Blanca, waar Van der Poel sinds vorig jaar woont. Volgens zijn entourage is dat de beste investering die hij in zichzelf deed. Het resultaat spreekt voor zich. Hij is opnieuw beter dan ooit. En hij was al zo goed. Hij blaakt van gezondheid. En is welhaast onverslaanbaar.
Van Aert ligt pas 37ste. Hij is ingesloten geraakt en scheurt bij een manoeuvre zijn koersbroek kapot. Feitelijk is de strijd al gestreden nog voor die goed en wel kon ontbranden. Wat de toeschouwer rest, is zich vergapen aan een unieke wielrenner die met zijn fiets lijkt versmolten. De meesten van hen weten dat ze op nog zo’n atleet misschien wel generaties moeten wachten. Waar hij rijdt, klinkt gejuich.
Zie hem glijden door diepe sporen modder, over schuin aflopende hellingen, alsof de zwaartekracht niet aan hem trekt. Zelfs een leeglopende band in ronde drie deert hem niet. Daar heeft al genoeg marge voor opgebouwd. Zijn voorsprong groeit naar meer dan een minuut. Achter hem levert Van Aert zijn eigen strijd. De Belg is na een haperend begin knap naar de tweede plaats opgerukt. Maar zijn eeuwige rivaal heeft hij niet meer in het zicht. Een duel wordt het nooit door die slechte start. En het krachtsverschil is ook aanzienlijk.
Tien jaar na zijn eerste wereldtitel veldrijden pakt Van der Poel zijn zevende. Als hij over de finish komt, steekt hij dat aantal vingers in de lucht, waarna hij zijn vuist balt. Samen met de in 2015 overleden Erik De Vlaemink is hij nu recordhouder aller tijden. ‘Ik had me nooit voor kunnen stellen dat ooit te bereiken’, zegt hij na afloop. Volgend jaar kan hij in eigen land alleen recordhouder worden. ‘Maar ik wil eerst van deze genieten.’
De komende week gaat hij op skivakantie. Daarna focust hij zich op het wegseizoen. De Ronde van Vlaanderen wil hij voor de vierde keer winnen. Ook dat zou een record betekenen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant