De geroemde en verguisde architect Carel Weeber (87) maakte naam met sociale woningbouwcomplexen als De Peperklip in Rotterdam en De Zwarte Madonna in Den Haag. Wie is de man over wie nu een boek en film zijn verschenen?
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Hij bouwde 6.500 woningen, maar ook ziekenhuizen en een gevangenis, werd op zijn 32ste hoogleraar aan de TU Delft, begeleidde honderden studenten bij hun afstuderen, was voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, won prestigieuze prijzen. Toch heeft architect Carel Weeber (85) nooit volgelingen gekregen, anders dan collega’s Herman Hertzberger en Rem Koolhaas, die internationaal naam maakten en wier stijl veelvuldig gekopieerd is. Al riep Weeber met zijn provocerende ontwerpen en uitspraken wel steevast heftige reacties op.
‘100 procent autonoom’ noemt architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout de architect in zijn gelijknamige monografie. Daarmee wil hij Weeber ‘promoten als cultheld’. Waarom zouden we hem moeten bewonderen?
Sociale woningbouwer pur sang
Wonderlijk is in elk geval dat Weeber in zijn vijftigjarige carrière nooit schetsen maakte. Hij ontwierp ‘in zijn hoofd’, op basis van de gevraagde vierkante meters en functies, die hij benaderde als een in elkaar te passen puzzel. Als hij die ‘opgelost’ had, tekende hij ineens het plan op papier uit; een even rationele als doeltreffende aanpak die hem als jonge architect lof opleverde, en later grote ontwerpopdrachten.
Net als nu heerste er woningnood toen Weeber in 1966 aan de TU Delft afstudeerde. Er was vraag naar veel en goedkope sociale woningbouw, en dat was wat Weeber leverde. De pogingen van collega-architecten om met zitnissen en hoekjes een gevoel van kleinschaligheid in grote woningbouwprojecten te creëren, bestempelde Weeber als ‘de nieuwe truttigheid’.
Een ‘technicolor burcht’, zo omschrijft Vanstiphout woongebouw De Peperklip in Rotterdam Zuid (1982), waarmee Weeber naam maakte. Een immense muur van woningen, die de architect in de vorm van een paperclip rond een binnentuin vouwde, en voorzag van prefab betonnen gevels met kleurig tegelwerk.
Een architectuurstudent vroeg hem eens waarom de 545 woningen er hetzelfde uitzagen. Weeber legde uit dat hij daarmee geld bespaarde en zo ruimere woningen kon maken. ‘En tja, het is volkshuisvesting’, voegde hij er sarcastisch aan toe.
Dankzij de ruime en lichte plattegronden is het complex (in 2020 gerenoveerd) nog altijd geliefd bij bewoners. Dat gold ook voor het – door critici verguisde – woongebouw De Zwarte Madonna, dat naast station Den Haag verrees. De burchtachtige opzet was vergelijkbaar met de Peperklip; het verschil zat in de zwarte kleur en de dure centrumlocatie.
Dat laatste was een argument om, ondanks protesten, het complex in 2007 te slopen voor hoogbouw. Hetzelfde lot dreigt nu voor Weebers flat Pompenburg aan het Rotterdamse Hofplein.
Kritische bijdrage
‘Architecten moeten sneller, harder en duidelijker naar buiten treden’, stelt de Rotterdamse architect Reimar von Meding in een recent interview; nu worden ze niet gehoord in het woningdebat. Weeber begreep dat je daarvoor achter je tekentafel vandaan moet komen; hij besliste mee over architectuur in allerlei besturen en commissies.
Als decaan hervormde hij het architectuuronderwijs in Delft, in de jaren tachtig startte hij het architectuurbeleid in Rotterdam. Daar organiseerde hij internationale architectuurmanifestaties, waarvoor hij bekende buitenlandse architecten uitnodigde om mee te denken over de herontwikkeling van de Kop van Zuid. Aldus plaveide hij de weg richting de architectuurstad die Rotterdam vandaag is.
Ook in het denken over architectuur en huisvesting zie je Weebers invloed. Een voorbeeld is het Wilde Wonen, dat hij in 1997 lanceerde, in reactie op de verzelfstandiging van woningcorporaties. Als de overheid volkshuisvesting wil privatiseren, laat de mensen dan zelf hun huizen bouwen, redeneerde Weeber.
Almere zag het wel zitten, maar de zelfbouwwijken kwamen moeizaam en slechts op kleine schaal van de grond. Twintig jaar later komt Weebers droom alsnog uit in Almere Oosterwold, waar bewoners niet alleen hun huizen (er staan er vijftienduizend gepland) bouwen, maar ook de straten en sloten aanleggen.
Duurzame draai
Toen Weeber in 2003 afscheid nam als hoogleraar, keerde hij terug naar Curaçao, waar hij – als zoon van een Nederlandse rechter met een deels Caribische oorsprong – opgroeide. Hij had in Nederland alle kansen gekregen om zich te ontplooien, en wilde nu iets terugdoen voor het eiland.
Het ging daar volgens Weeber de verkeerde kant op, zowel in de ‘corrupte’ politiek, als met de ‘achterlijke’ architectuur; naar westers model gebouwde woningen, waarbij het meeste geld werd besteed aan energieslurpende airco’s.
De bouw van een huis voor zichzelf en zijn gezin gebruikte Weeber om een hedendaagse Antilliaanse architectuur te ontwikkelen, gebaseerd op het tropische klimaat. Het kleurrijke huis heeft geen ramen, maar openingen in de gevel, voor natuurlijke ventilatie. Een dik geisoleerd dak houdt de hitte buiten, regenwater wordt opgevangen in een bassin. Op basis van deze duurzame principes realiseerde hij daarna woningen, een kantoor en een bejaardenhuis.
Vanstiphout hoopt dat een jongere generatie ontwerpers Weebers werk door zijn boek gaat herontdekken. ‘Zij kunnen alleen maar dromen van de kansen die Weeber als architect kreeg, maar misschien ook geïnspireerd worden door zijn postkoloniale herkomst en zijn enorme eigenwijsheid.’ Het boek was voor architect en filmmaker Jord den Hollander aanleiding om een film te maken: The World According to Weeber. Deze is op 15 maart te zien op het Tilburg Architectuurfilmfestival, en reist in mei naar Los Angeles.
Wouter Vanstiphout: Autonoom: 100% Carel Weeber. Maas Lawrence, 416 pagina’s, € 39,50.
1. De Peperklip, Rotterdam (1982). Weeber liet zich voor het ontwerp inspireren door de zeecontainers die in de jaren zeventig op steeds meer plekken in de Rotterdamse haven te zien waren.
2. De Zwarte Madonna (1985). Weeber: ‘Het moest controversieel zijn en sterke emoties oproepen. Irriteren. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben.’
3. Studentenhuisvesting De Struyck in Den Haag (1997). De welstandscommissie keurde het ontwerp af, de wethouder zette de bouw door. Weeber omschrijft zijn gebouw als ‘een luis in de pels van de stad, die niet alleen de materiële omgeving beslaat, maar ook de instituties die zich met de kwaliteit van architectuur bezighouden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant