In een retrospectief van de Amerikaanse kunstenaar en fotograaf Saul Leiter (1923-2013) in het Amsterdamse fotomuseum Foam Amsterdam is zijn inmiddels bekende kleurenwerk naast zijn zwart-witfotografie en schilderijen gezet. En opnieuw wordt Leiter ontdekt.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Fotograaf en kunstenaar Saul Leiter woonde 61 jaar lang, vanaf 1952 tot aan zijn dood, op East Tenth Street, Manhattan, New York, nummer 111, een adres tussen Second en Third Avenue, een buurt in New York die ook wel de East Village wordt genoemd. Al die jaren lang was hij elke dag aan het werk, waarna hij bij zijn overlijden op 89-jarige leeftijd een oeuvre van vierduizend schilderijen, twintigduizend foto’s (prints) en veertigduizend kleurendia’s achterliet.
In de fraaie overzichtstentoonstelling An Unfinished World in fotografiemuseum Foam in Amsterdam worden een aantal van zijn bekende kleurenfoto’s naast het minder bekende zwart-wit- en schilderwerk gezet. De beelden vloeien in elkaar over tot er zoiets als de blik van Leiter overblijft, met een onmiskenbare signatuur.
Hij mag dan als pionier van de kleurenfotografie een van de populairste fotografen van zijn generatie zijn, bij leven was de erkenning bepaald niet overweldigend. Soms leek ook voor hem het succes in het verschiet te liggen dat een aantal van zijn vrienden en buurtgenoten in hun eigen tijd ontvingen, van fotograaf Diane Arbus tot schilder Willem de Kooning. In 1953 werden zwart-witfoto’s opgenomen in de baanbrekende expositie Always the Young Stranger in het Museum of Modern Art in New York. En in de jaren zestig en zeventig werkte hij als modefotograaf voor bladen als Esquire en Harper’s Bazaar.
Maar al die tijd leek hij gedreven door de overweldigende sensatie dat hij liever met rust werd gelaten, om in alle stilte zijn werk te kunnen doen. ‘Ik heb het geluk gehad dat het me gelukt is om niet succesvol te zijn’, zei hij terugblikkend op een leven in dienst van de kunst. Als schilder werkte hij lang in het idioom van de abstract expressionisten, maar maakte kleine, tot zeer kleine werken.
Hij vulde het ene schetsboek na het andere, terwijl zijn generatiegenoten bezig waren met hun reusachtige doeken, imponeerkunst van de eerste orde. Er waren mensen in zijn omgeving die dachten dat zijn reputatie als schilder aanmerkelijker groter was geweest als zijn doeken gewoon ook groter waren geweest. Maar daar was alleen al de kwestie van dat heel kleine atelier waarvan hij geen afstand wilde doen.
Ondertussen werkte hij aan een bijna geheim oeuvre in de vorm van kleurendia’s die hij maakte in en rondom zijn woning in de East Tenth Street. Wat nu als een aantal van de meesterwerken van de vroege Amerikaanse kleurenfotografie wordt beschouwd, was zelden meer dan een lunchwandeling van zijn voordeur verwijderd.
In de zomer registreerde hij de kleuren en het schaduwspel in zijn buurt, in de herfst ging hij zich te buiten aan glimmend asfalt en beslagen ramen en in de winter liet hij geen sneeuwbui voorbijgaan om dat vreemde licht te vangen. Terugkerende thema’s: de kleurexplosies van verkeerslichten bij slecht weer, de typografie van de grote stad en felgekleurde paraplu’s in een regenbui die verder alle kleur in de wereld lijkt te verzwelgen.
Hij nam als fotograaf van het straatleven ondertussen geen deel aan dat leven. Hij observeerde op afstand, soms vanuit zijn raam, schuin van boven, of vanaf het platform van de El-trein (‘elevated train’) die tot 1955 bij hem om de hoek boven Third Avenue reed. Hij ving glimpen op van het leven en silhouetten van zijn buurtgenoten, soms met een abstractieniveau dat de kijker zich voortdurend afvraagt welk spel er met perspectief en spiegelingen wordt gespeeld. ‘Ik heb geen filosofie. Ik heb een camera’, was zijn credo, waarmee hij zich ook op hoge leeftijd, na zijn ‘ontdekking’, bespiegelingen over zijn werk van het lijf hield.
Hij hield wel eens dia-avondjes voor vrienden in het kleine, overvolle atelier, maar verder leek dit kleurenwerk een vrijwel ondergrondse reputatie te hebben. Als kleurenfotograaf leek hij vaak ook op een soort abstract expressionist, met grote kleurenvlakken of schaduwen die hij zag in schuttingen, zonweringen en muurschilderingen.
Toen de doorbraak kwam, werd het snel een vloedgolf, met vanaf de eeuwwisseling exposities bij de bekende Howard Greenberg Gallery en uiteindelijk het boek Early Color dat in 2006 verscheen. Hij was inmiddels dik in de tachtig en zag met enigszins geamuseerde gereserveerdheid hoe zijn dia’s uit de jaren vijftig en zestig tot grote opwinding leidden in de jaren nul van een nieuwe eeuw.
Nu, ruim tien jaar na zijn dood en ruim honderd jaar na zijn geboorte, verschijnen er nog steeds nieuwe boeken, met nieuw materiaal uit dat eindeloze en langzaam ontsloten archief, en is er ergens ter wereld altijd wel een tentoonstelling met zijn werk.
In 2012 interviewde Thomas Leach de kunstenaar in zijn atelier voor zijn documentaire In No Great Hurry – 13 Lessons in Life with Saul Leiter (te vinden op YouTube en deels te zien in Foam). De tachtiger stribbelde voortdurend tegen en leek zich maar ongemakkelijk te voelen bij zijn nieuwe faam: ‘Het grote voordeel van genegeerd worden is dat niemand vragen stelt over hoe je te werk gaat.’ Toch vangen we veelzeggende fragmenten op als we de kunstenaar volgen terwijl hij door buurt en atelier scharrelt.
Zijn radicale keuze voor een bestaan als kunstenaar in New York, op zijn 23ste, was een breuk met zijn vader, een gerespecteerd kenner van de Talmoed, die hoopte dat zijn zoon rabbijn zou worden. Het was zijn moeder die hem op zijn 12de een camera gaf en daarmee een zaadje plantte dat de familie uiteindelijk uit elkaar zou laten vallen. In een paar bijna gemompelde zinnen komt een heel familietrauma voorbij, met honderden Europese familieleden die in de Holocaust werden vermoord.
Leiter dacht lang dat hij de weg van zijn vader moest volgen, maar op zijn 23ste kwam dat breekpunt: ‘Ik was de religieuze wereld en de obsessie met puurheid zat.’ De naoorlogse New Yorkse kunstwereld stond in 1946, het jaar van aankomst van Leiter, op het punt te exploderen. De kunstscene in downtown Manhattan was werkelijk in alles de volstrekte tegenhanger van de theologische opleiding in Pittsburgh die hij achter zich liet.
Hij leidde zijn gedroomde kunstenaarsleven, met een nooit-gedroomd succes, dat zich pas heel laat meldde. Maar zijn opvatting over dat leven stond altijd al rotsvast. ‘Ik heb een paar aardige foto’s gemaakt. Ik heb een paar aardige schilderijen gemaakt. Het was geen complete mislukking.’
Saul Leiter – An Unfinished World, Foam, Amsterdam, t/m 23/4.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant