Home

Dijken langs de Waal worden verzwaard, en dat gaat niet zonder pijn: ‘Het moet een keer gebeuren’

Dertig jaar geleden werden 250 duizend bewoners langs de Waal geëvacueerd vanwege hoogwater. In allerijl werd de dijk op tal van plekken verzwaard. Drie decennia later moet er alweer ruim een halve meter bij langs de Waal.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

‘Hoogwaterburgemeester’ Henk Zomerdijk staat langs de Waal waar het dertig jaar geleden bijna misging – en waar hij en passant zijn naam vestigde. ‘Over de lengte zat hier een scheur van 190 meter in het wegdek’, zegt Zomerdijk vanaf de Waalbandijk bij Ochten, die op 1 februari 1995 begon te schuiven. De dijk, die toen in allerijl werd verzwaard en de komende jaren weer met 75 centimeter omhoog moet, biedt nu al zicht over de nok van de naastgelegen huizen van drie verdiepingen hoog.

Net als dertig jaar geleden is langs de Waal vandaag de dag een strijd gaande tussen veiligheid en leefbaarheid. Tegen welke prijs kan een dijk worden verzwaard, en hoeveel rekening moet je houden met bewoners langs de dijken?

In 1995 was in de ogen van Zomerdijk de veiligheid veronachtzaamd. Door het aanhoudende hoge water en een straffe zuidwestenwind kon het waterschap ‘de instandhouding van de dijk bij Ochten niet langer garanderen’, memoreert hij. ‘Er dreigde een tsunami met een golf van acht meter hoog door de straten te spoelen’, zegt de gepensioneerde oud-burgemeester van de toenmalige gemeente Echteld, waartoe Ochten behoorde. ‘Daarmee zou de ‘badkuip’ tussen Culemborg, Gorinchem en Tiel volledig volstromen.’

Zomerdijk besloot niet te wachten op goedkeuring van de provincie en liet in de ochtend van 1 februari 1995 zijn inwoners per direct evacueren. Bij wat de grootste evacuatie sinds de Tweede Wereldoorlog zou worden, verlieten in het rivierengebied 250 duizend bewoners hun huis.

Het ging allemaal net goed in 1995.

Met de schrik van de bijna-ramp werden daarna ‘in een ommezien slechte dijkvakken versterkt’, herinnert Zomerdijk zich. ‘Nederland moest zich schamen, we waren toen al vijftien jaar aan het praten over de dijkverzwaring bij Ochten’, zegt hij. ‘Met een noodwet was het werk een jaar na de evacuatie afgerond.’

Dertig jaar later praat Zomerdijk vanuit de Klankbordgroep Dijkversterking Neder-Betuwe mee over alweer de volgende ronde dijkverzwaringen. Want zo snel kan het gaan. Drie decennia nadat het leger moest worden ingezet om een nieuwe watersnoodramp te voorkomen, is het gebied wederom aan de beurt voor een dijkverhoging. Stijgt het water door klimaatverandering zo hard?

Mollen

Mark van Aalst woonde in 1995 nog bij zijn ouders op de boerderij toen ze ‘met vee en al’ moesten vertrekken. ‘Ze zeiden toen na de dijkverzwaring: de komende vijftig jaar zijn jullie ervan af’, zegt Van Aalst, die nu pal achter de Waalbandijk woont waar het waterschap momenteel bezig is met het verhogen van de dijk. ‘Het ging toen met de Franse slag. Als mollen zand boven halen, dan weet je: in deze dijk zit weinig klei.’

Het laatste wat ze bij Waterschap Rivierenland willen, is dat mensen denken dat het nu niet veilig is achter de dijken. Basten Heeg is omgevingsmanager bij het waterschap dat het stroomgebied van de Waal beslaat. Hij leidt langs de werkzaamheden bij Heesselt; pas later dit jaar trekken de machines verder oostwaarts richting de befaamde dijk bij Ochten. ‘De dijken zijn veilig’, verzekert Heeg. ‘We doen dit werk nu, zodat de dijken ook in 2050 aan alle normen voldoen.’

De werkzaamheden beperken zich niet tot het rivierengebied. In heel Nederland wordt tot 2050 1.400 kilometer aan primaire waterkeringen (dijken, dammen en duinen) versterkt. De gigantische operatie met de naam Hoogwaterbeschermingsprogramma strekt van de duinen van Schiermonnikoog tot de Zeeuwse Westerschelde. Maar het zwaartepunt ligt langs de Waal, waar binnen Waterschap Rivierenland zo’n vierhonderd kilometer niet aan de normen voor 2050 voldoen.

Mogelijk aantal slachtoffers

Het beheersen van water is een van de weinige dossiers waar de Nederlandse politiek in staat lijkt in de verre toekomst te kijken, ziet hoogleraar waterbouwkunde Bas Jonkman van de TU Delft. ‘Ik kom veel in het buitenland', zegt hij. ‘We hebben de strengste normen en kijken echt ver vooruit door dijken altijd voor 50 jaar te versterken. Het gaat om een miljard euro per jaar, en er is zelfs in het huidige politieke klimaat geen partij die zegt: houd maar op met dijkversterking.’

Uit een deze maand verstuurde Kamerbrief van PVV-minister Barry Madlener van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat ook. In het kabinet bestaat geen twijfel over de noodzaak van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, dat voor 50 procent wordt betaald door het Rijk en de andere helft door de waterschappen. Madlener memoreert in de vierde zin van zijn brief nog maar eens dat ‘zonder primaire waterkeringen’ meer dan de helft van ons land (55 procent) ‘regelmatig onder water zou staan’.

De noodzaak tot dijkverzwaring is er volgens hoogleraar Jonkman niet alleen vanwege de opwarmende aarde. Ja, de klimaatscenario’s voor de komende eeuw zijn meegenomen in de dijkverzwaringsopgave van 1.400 kilometer tot 2050. Maar die afstand is vooral ingegeven door steeds nieuwe technische kennis over de werkelijke sterkte van dijken en beter inzicht in de risico’s bij doorbraken.

Na het hoogwater van 1995 waren de overstromingen in het Amerikaanse New Orleans in 2005 een volgende eyeopener. ‘We zijn toen modellen gaan ontwikkelen om het aantal doden te kwantificeren in het geval bepaalde dijken zouden doorbreken’, zegt Jonkman. ‘Daar kwam uit dat de gevolgen bij rivieren veel groter zouden zijn dan tot dan toe gedacht. Omdat het water na een doorbraak maar blijft doorstromen.’

Kans op overlijden: 1:100.000

Dat langs de Waal veel gedaan moet worden, is niet alleen voor de bewoners in het overstromingsgebied. De hoge eisen worden ook bepaald door de disruptieve economische gevolgen van bijvoorbeeld het onderlopen van de A2. ‘Er vindt altijd een kosten-batenanalyse plaats’, zegt Jonkman. ‘Wat kost het om stukken extra te beschermen en wat zijn de gevolgen als we het niet doen en het mis gaat?’ Zo stond de kerncentrale van Borssele altijd achter een gewone zeedijk. ‘Na de kernramp in Japan in 2011 leek dat niet handig meer en ligt er nu een superveilige zeedijk.’

Voorafgaand aan het versterken van de dijken is van 2006 tot 2019 gewerkt aan het project Ruimte voor de Rivier, waarmee de waterstanden iets zijn verlaagd door de uiterwaarden langs de Maas, Waal, Rijn en IJssel te verbreden. In 2014 is begonnen met het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Met als doel, zoals de minister deze maand aan de Kamer schreef: ‘Iedereen achter een primaire kering uiterlijk in 2050 ten minste het basisbeschermingsniveau te geven.’ Wat betekent dat zij ‘een maximale kans op overlijden hebben door een overstroming van 1:100.000 per jaar’. Daarmee krijgen bewoners langs rivierdijken vergelijkbare bescherming als kustbewoners.

Bredere dijken

Verhoogde veiligheid bieden, gaat niet zonder pijn. Op de twintig kilometer waar Waterschap Rivierenland momenteel werkt tussen Tiel en Waardenburg, werden vijf huizen gesloopt en is met 220 partijen zaken gedaan om grond langs de dijken aan te kopen. Die ruimte is nodig, omdat een sterkere dijk niet alleen hoger is, maar ook breder. De waterkant kent vaak beperkingen vanwege natuurwaarden en de ruimte die de rivier moet houden. En dus vindt de verzwaring zo veel mogelijk binnendijks plaats.

Waar geen ruimte van grofweg 25 meter landinwaarts is voor een zogenoemde ‘berm’ die de hogere dijk op zijn plek moet houden, worden damwanden in de dijk geplaatst. Dit gebeurt onder meer bij Varik en voor de deur bij Van Aalst in Heesselt. ‘Je hebt er geen schik van’, zegt hij over de machines die maandenlang in zijn uitzicht gigantische gegolfde platen de dijk in drukken. ‘Maar het moet een keer gebeuren.’

Niet iedereen is zo inlevend. Een paar jaar geleden beklaagden dorpsgenoten van Van Aalst zich in de Volkskrant over de willekeur van de verzwaringsoperatie. ‘Ze plempen een plan over je heen’, zei een bewoner. ‘En als je je mond opendoet, krijg je een damwand.’

Inmiddels is er meer berusting, ook in Varik, een ander dorp waar het nodige verzet was. Maria van Tintelen woont in de 14de-eeuwse Dikke Toren aan de Waalbandijk. Ze maakte er de dijkverzwaring van 1995 mee, toen de dijkweg nog gelijkvloers was met haar begane grond. Destijds werd de verhoogde dijk, die nu weer aan de beurt is, een paar meter richting de rivier achter de oude gelegd.

‘Door de modder konden we een paar maanden ons huis niet in of uit’, zegt ze. ‘Het werk gebeurt nu veel netter en we worden beter geïnformeerd.’ Al blijft het wel opletten. ‘De landmeter kwam tijdens onze vakantie. Tegen de afspraak in moest de hele voortuin weg, bleek bij terugkomst. Een foutje, maar als we niet hadden opgelet, waren we nu onze tuin kwijt geweest.’

Wensen van omwonenden

Om overlast te beperken wordt veel materiaal via de rivier aangevoerd. ‘We hebben de aannemer uitgedaagd zoveel mogelijk elektrisch te doen’, zegt omgevingsmanager Heeg van het waterschap. ‘Een enorme logistieke operatie, met grote accu’s die dagelijks van en naar het laadstation in de buurt worden vervoerd.’

Hoogleraar Jonkman ziet ook de gevaren van waterschappen die al te veel meegaan met de wensen van omwonenden. ‘Ze moeten goed nadenken over hoever ze willen gaan om huizen te sparen’, zegt hij. Als voorbeeld geeft hij Kinderdijk, waar destijds is gekozen voor een dure constructie in de dijk. Al snel trok het vocht in de naastgelegen huizen en kwamen er scheuren in. Het gevolg van een verstoorde bodem en grondwaterstanden. ‘Het is belangrijk dat waterschappen het eerlijke gesprek aangaan over wat de risico’s zijn als huizen langs dijken koste wat het kost worden behouden.’

Met alle procedures houdt Jonkman soms ook zijn hart vast. ‘Als een dijk wordt afgekeurd en versterkt moet worden, zijn we meestal langer dan tien jaar bezig met plannen maken, milieurapportages en bezwaarprocedures’, zegt hij. ‘Dat is natuurlijk belangrijk, maar als er in de tussentijd hoogwater komt, is dat wel een risico.’

‘Stroperig’

Oud-burgemeester Zomerdijk denkt er ook zo over. En begint over de jaren na 1995, waarin ‘alle weerstand tegen verzwaringen was verdwenen’. Net als in de aanloop naar 1995, toen al bekend was dat Ochten de zwakste dijk van Nederland had, vindt Zomerdijk dat het tegenwoordig weer ‘stroperig’ verloopt.

Het mag Zomerdijk dan misschien niet snel genoeg gaan met de verzwaringen, voorlopig (en gelukkig) heeft hij als ‘hoogwaterburgemeester’ – met een grote noodevacuatie op zijn naam – nog geen opvolger. Wat niet alleen komt door de dijken, maar ook omdat het wassende water bij Lobith sinds 1 februari 1995 nooit meer op 16.68 meter of hoger boven Normaal Amsterdams Peil (NAP) Nederland binnenkwam.

Omdat het allemaal goed afliep, haalt de gepensioneerde Zomerdijk met zichtbaar plezier herinneringen op uit die tijd. Dat bij zijn aanstelling in 1988 nog grappen werden gemaakt over zomerdijken, die bij hoogwater altijd als eerste overstromen. Om zeven jaar later maar mooi ineens het 101ste tankbataljon onder zijn hoede te krijgen om de winterdijk te redden.

‘De commandant zei: ‘Burgemeester, u zegt maar wat we doen moeten. Ik sta onder uw gezag’.’ Zomerdijk: ‘Niet gek voor iemand die nooit in militaire dienst is geweest’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next