Home

De poorten van de VN-hulporganisatie voor Palestijnen in Oost-Jeruzalem zijn dicht

Terwijl uiterst rechts Israël viert dat de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen niet meer in Israël mag werken, kijken patiënten angstig om het hoekje van de UNRWA-kliniek. ‘Zijn jullie toch open? Is het veilig?’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.

Deze mannen zijn blij. Uitgelaten zelfs. ‘Dit is de eerste dag dat onze vijand UNRWA niet meer in ons land mag werken’, zegt Ariyeh King, de vice-burgemeester van Jeruzalem, terwijl hij een spuitende fles champagne aan zijn lippen zet. ‘Dat moeten we vieren!’

King staat met een handvol mensen voor de gesloten poort van het UNRWA-hoofdkantoor in Jeruzalem. Binnen is het leeg, want donderdag werd een nieuwe wet van kracht, die de VN-organisatie verbiedt nog langer op Israëlisch grondgebied te opereren en een streep zet door elke vorm van contact tussen UNRWA en Israëlische instanties. Dat blauwe bord bij de ingang is dus niet meer nodig, zeggen twee jonge mannen die met een spuitbus in de hand op een muurtje zijn geklommen. Daar maken zij het logo van UNRWA met verf onleesbaar. Het gebouw is van de Verenigde Naties, maar deze mannen dromen ervan dat het wordt ingenomen, en er appartementen worden gebouwd. ‘Voor Joodse burgers.’

Laatste dozen ingepakt

Twee dagen eerder stond de poort van de organisatie die in 1949 werd opgericht om Palestijnse vluchtelingen bij te staan, nog wijd open. De laatste dozen werden ingepakt, en de laatste spullen werden op een vrachtwagen geladen, waarna alles werd vervoerd naar UNRWA-kantoren op de Westelijke Jordaanoever en buurland Jordanië.

Dinsdagavond zat woordvoerder Jonathan Fowler nog in een ruimte waar vroeger vlaggen van de organisatie hingen, zodat journalisten die hem en zijn collega’s interviewden ook het logo van de UNRWA op de foto konden zetten. ‘Nu is alles weg’, zei hij. ‘Geen vlaggen, geen tv-schermen of printers, niets meer.’ De volgende ochtend is Fowler zelf ook naar Jordanië vertrokken, net als al het andere internationale personeel. Hun visa zouden op die dag verlopen.

Maar de logistiek van de verhuizing is klein bier vergeleken met de impact die de wet dreigt te hebben op de Palestijnse bevolking. Zo runt UNRWA in totaal 102 scholen, 45 klinieken en 1 ziekenhuis in Oost-Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever. In de vluchtelingenkampen – die allang zijn uitgegroeid tot buitenwijken of dorpen – haalt ze bovendien het vuilnis op, draagt bij aan de voedselvoorziening en voorziet ze in banen. ‘Taken die normaal gesproken door een zittende regering worden verricht’, aldus Fowler. ‘Maar zolang er geen Palestijnse staat is, vullen wij dat gat.’

Nu zijn mensen in paniek. ‘Ouders willen weten of hun kinderen straks nog naar school kunnen, patiënten vragen of ze onze artsen nog kunnen bezoeken, maar we hebben zelf ook geen idee wat er gaat gebeuren. Valt het leger onze locaties binnen om de boel te sluiten? Wordt ons lokale personeel dan gearresteerd? En geldt het verbod alleen voor de gebieden die Israël formeel geannexeerd heeft, zoals Oost-Jeruzalem, of gaat het ook op voor de Westelijke Jordaanoever?’

Grootste klap voor Gaza

De grootste klappen dreigen echter in Gaza te vallen. Voor de oorlog werkten hier dertienduizend mensen voor UNRWA, en vijfduizend man is nog steeds operationeel in de hulpverlening. Dat is gigantisch: alle andere hulporganisaties die in Gaza actief zijn, hebben bij elkaar opgeteld slechts 400 mensen in dienst.

Die organisaties leunen bovendien zwaar op het logistieke netwerk van UNRWA. Daarnaast runt UNRWA hier opvanglocaties voor vluchtelingen, klinieken en gaarkeukens, en distribueert ze brandstof aan bijvoorbeeld het VN-Wereldvoedselprogramma of Unicef. ‘Wij vormen, kortom, de ruggengraat van alle hulpverlening aan honderdduizenden mensen in nood’, aldus Fowler. ‘Dat kun je niet zomaar weghalen of vervangen, zoals Israël beweert.’ Maar ook in dit geval heeft hij geen idee wat de praktijk gaat brengen. ‘Als we onze activiteiten niet eens meer kunnen coördineren met het Israëlische leger omdat contact met UNRWA vanaf donderdag verboden is, is dat echter funest.’

Nieuw leven

Israël houdt echter haar poot stijf. Het land vindt dat UNRWA er na 1949 voor had moeten zorgen dat Palestijnse vluchtelingen een nieuw leven konden opbouwen in hun nieuwe woonplaats, zodat de organisatie op een gegeven moment niet meer nodig zou zijn. Door ook nieuwe generaties als vluchteling te behandelen, wordt ‘de problematiek in stand gehouden’, zei premier Netanyahu al in 2017.

De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 gaf Israël nieuwe munitie om UNRWA in de hoek te drijven: de organisatie zou nauwe banden met de militanten onderhouden, en tientallen UNRWA-werknemers zouden betrokken zijn geweest bij de bloedige overval die 1.200 Israëliërs het leven kostte.

Deze beschuldiging leidde tot een abrupte stop van de internationale donaties aan UNRWA, en ook de VN namen de aantijgingen serieus: er werden onderzoeken gestart en mensen ontslagen. Nadat er geen sluitend bewijs werd gevonden voor de Israëlische aantijgingen, haalden de meeste landen de banden met UNRWA weer aan - met uitzondering van de VS.

Plastic opklaptafels

‘Het is goed dat onze regering heeft doorgezet’, zegt Yaïr Rappaport, een van de mannen die donderdag het vertrek van UNRWA bij het lege hoofdkantoor viert. Hij staat bij de tafel die ze hebben meegenomen - twee witte plastic opklaptafels die tegen elkaar zijn aangeschoven, met een papieren kleed eroverheen - en schenkt wijn in kleine plastic bekertjes. ‘UNRWA bestaat uit nazi’s die de joden willen vernietigen.’

Een paar kilometer verderop, in de smalle straatjes van de Oude Stad van Jeruzalem, vertelt Manal al-Khayyat (49) dat ze die ochtend bang was om naar haar werk te gaan. Ze is senior verpleegkundige bij de UNRWA-kliniek waar maandelijks dertigduizend mensen aankloppen. Palestijnse kinderen krijgen hier hun vaccinaties, er worden gratis medicijnen verstrekt en mensen kunnen in de kliniek zonder betaling naar de tandarts. ‘We zijn gewoon open, zolang als we kunnen’, vertelt ze. ‘Maar ik voel me niet veilig. Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier zijn, we moeten hier zijn voor de patiënten, maar misschien valt het leger hier wel binnen. Misschien worden we wel opgepakt. We weten het niet.’

Voorzichtig om het hoekje kijken

Al-Khayyat is niet de enige die met schroom naar de kliniek is gekomen: het is vandaag heel rustig, en iedere patiënt die wel langskomt, kijkt eerst voorzichtig om het hoekje. ‘Zijn jullie open? Is het veilig?’, vraagt een oude vrouw die met een rollator de trappen naar de kliniek heeft beklommen. Twee andere gerimpelde dames schuifelen met behoedzame stapjes naar binnen, een van hen heeft een doorzichtig roze plastic tasje met brood in de hand. ‘We hebben UNRWA nodig’, zegt ze wanhopig. ‘Als deze kliniek er niet meer is, is het afgelopen met ons.’

De angst wordt breed gedeeld. Volgens Israël kunnen andere scholen en klinieken het werk gemakkelijk overnemen, en zal op een gegeven moment ook wel een oplossing worden gevonden voor het ophalen van het afval en de andere taken die nu door UNRWA worden waargenomen. Maar er is door Israël niets geregeld, en de Palestijnse Autoriteit, die deels verantwoordelijk is voor het bestuur op de Westoever, heeft al duidelijk aangegeven geen middelen te hebben voor al die extra leerlingen en patiënten.

Vice-burgemeester King haalt bij de gesloten poort van de organisatie zijn schouders op. ‘De UNRWA is ook niet goed voor Palestijnen’, zegt hij. ‘De organisatie is geïnfiltreerd door Hamas en op de UNRWA-scholen leren kinderen om ons te haten. Bovendien: waarom zouden we Arabieren als vluchtelingen moeten blijven behandelen? Sommigen van hen hebben grote huizen en grote auto’s: die hebben helemaal geen hulp meer nodig.’ Hij heft het glas. ‘Lang leve het verbod!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next