Home

‘Constitutionele hoffelijkheid’, het begrip is honing in mijn oor

In het vonnis van de stikstofzaak van Greenpeace tegen de Nederlandse staat gebruikte de rechter het begrip ‘constitutionele hoffelijkheid’. Honing in mijn oor. Zowel gepaard als ongepaard deed de ouderwetsigheid van de woorden deugd, vermengd met een zeurend gevoel van verlies.

Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het was ongebruikelijk, zei de rechter, dat een rechtbank de staat een dwangsom oplegde, van tien miljoen euro in dit geval als er in 2030 niet aan het stikstofdoel is voldaan. Maar van een overheid die haar eigen wetten niet naleeft en in gelijkaardige zaken ook het vonnis negeert, kan niet langer constitutionele hoffelijkheid worden verwacht. Zo zei die rechter dat natuurlijk niet woordelijk, maar het schemerde in kapitalen tussen de regels door. Uitvoerende instanties als IND en COA krijgen al langer dwangsommen opgelegd, maar dat de staat zelf een dwangsom krijgt opgelegd is hoogst zeldzaam.

En zo verloor de staat niet alleen een zaak maar kreeg hij ook geweldig op zijn donder omdat hij zijn eigen normen niet volgt. Zomin als hij dat doet inzake Schiphol en het klimaat. Dit werd steeds herhaald in het vonnis en gelukkig ook in de pers: de rechter had niets meer geëist van de staat dan dat hij zijn eigen wetten naleefde. Niks dikastocratie maar laks bestuur.

Net als de vorige kabinetten beschouwt het kabinet-Schoof zijn onwelgevallige regels eerder als boterzachte convenanten dan als spijkerharde rechtsregels, zodat burgers en organisaties niets anders dan een rechtsgang overblijft om een falende overheid te corrigeren.

Dat uit Den Haag steeds opnieuw de roep klinkt om de toegang tot het recht voor maatschappelijke organisaties te bemoeilijken, is een zoveelste aantasting van het democratisch rechtsfundament.

Waar hier de betrouwbare overheid erodeert, geeft ze in de VS een totale instorting te zien. Al in de eerste dagen van Trump II werden federale ambtenaren van de dienst Diversiteit naar huis gestuurd, liepen vijftienhonderd Capitoolbestormers de gevangenispoort uit, stegen vliegtuigen vol gedeporteerden op en werd de noodtoestand aan de Mexicaanse grens uitgeroepen om het Congres buitenspel te zetten.

Het was een carnaval van ongerijmdheden: waar Elon Musk in een uitbarsting van pure vreugde vol overtuiging de Hitlergroet bracht, stelde Trump al even overtuigend de etnische zuivering van Gaza voor.

‘Heb genade’, klonk de smeekbede van de bisschop bij de inauguratie, maar Trumps gezichtsuitdrukking liet zien dat genade voor hem synoniem is met verachtelijke zwakte, kenmerk van verliezers.

Van dit syndicaat van de sterke man en big tech valt geen snipper genade of redelijkheid te verwachten. In dit wraakuniversum telt niet langer de wet maar de wil. En de wil is grillig en onverzoenlijk en uit op vernietiging van de orde die hem dwarsboomt.

In deze dynamiek verhoudt de burger zich tot de macht als een horige tot zijn heer. De staat functioneert niet langer op basis van rechten maar van gunsten.

Waar het recht allen beschermt, beschermt de wil alleen gunstelingen. Het mag je vandaag misschien goed van pas komen dat de macht jouw tegenstander nadeel berokkent, morgen kan het boze oog op jou vallen. Vandaag behoor je misschien nog tot de uitverkoren categorie, morgen tot de vervolgden; waar de wil van de enkeling wet wordt, is iedereen onbeschermd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next