Home

‘Het is alsof we bij allemaal adopties zijn’, zei mijn zoon. ‘Zijn we eigenlijk ook’, zei ik

Zenuwachtig en blij stonden we op de verlaten, verregende parkeerplaats langs de snelweg. De setting had iets van een afwerkplek, maar dan de leukst denkbare. We stonden op onze nieuwe huisdieren te wachten, twee zwerfkatjes uit Griekenland. Langzaam verschenen andere mensen op het terrein, mensen met poezenmanden, mensen met hondenriemen. Er moest een Grieks dier in of aan, en dan zouden we allemaal naar huis gaan, ons leven veranderd.

Het busje uit Griekenland reed het terrein op en velen van ons begonnen nu al te filmen. Twee mensen en een aantal dieren hadden in deze bus de lange reis afgelegd naar ons, maar dat wisten de dieren niet. Ze wisten niet waarom, ze wisten niet of ze ooit weer uit die bus zouden komen.

De twee lieve chauffeurs die half Europa hadden doorkruist, schoven de achterdeur van het busje op een kier en begonnen namen af te roepen. Voor wie was Theodorakis? Voor wie Afrodite? Wie had Mickey Mouse geadopteerd?

Om en om stapten mensen plechtig naar voren en gaven hun poezenmand af aan een van de chauffeurs, die de bus inging. Ze kregen een gevulde mand weer terug en liepen dan, duidelijk gelukkig, naar hun auto. Uit de bus klonk af en toe geblaf en één keer een keiharde, woedende kattenschreeuw.

We wachtten af. Nu kwamen er wat honden uit de bus. Het bleek een ark van Noach, zoveel dieren zaten erin. De honden waren best groot. Verdrietige ogen, bange ogen, lieve ogen. Mijn zoon en ik keken elkaar aan. Bij de overdracht van de poezen was het nog wel gegaan, maar bij de honden die de auto van hun nieuwe baasjes in getild werden, voelden we veel gevoelens.

‘Het is alsof we bij allemaal adopties zijn’, zei mijn zoon. ‘Zijn we eigenlijk ook’, zei ik. Omdat we nu twee jaar zelf een hond hebben, wisten we wat een hond betekende. Je Leven Is Nooit Meer Hetzelfde. Een vrouw adopteerde twee grote zwerfhonden tegelijk. Met open mond volgden we hun gang naar haar auto.

Toen werden de namen van onze poesjes omgeroepen. Twee zusjes uit een grote Griekse stad. De komende dagen zouden we eindeloos bakkeleien of ze Griekse namen kregen, eventueel van godinnen – mijn wens –, of geen Griekse namen – de wens van de kinderen.

Maar daar waren we nu nog niet. Ons mandje ging de bus in en kwam er gevuld weer uit. Door een kier zag ik vier oogjes me wantrouwig aankijken. Met een hard miauwende mand gingen we de auto in. Ik rook een wat wonderlijke geur.

Toch voelde ik me volledig rustig en zeker van mijn zaak. Ik had net gezien hoe iemand twee honden adopteerde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next