Home

Museum van Bommel van Dam zet vergeten Giselle Kuster alsnog in de schijnwerpers met tentoonstelling

Tijdens haar leven werd het werk van Giselle Kuster (1911-1972) nauwelijks opgemerkt. Ten onrechte, vond Museum van Bommel van Dam in Venlo, dat eerst op zoek ging naar haar werk en nu een tentoonstelling voorbereidt. ‘Alleen haar leven is al een Netflix-serie waard.’

‘Gezocht: Giselle’, staat er in grote letters op een poster aan de wand van Museum van Bommel van Dam in Venlo. Daar wordt Giselle Kuster mee bedoeld, een kunstenaar aan wie het museum vanaf 22 maart een tentoonstelling wijdt. Hiervoor is het museum op zoek naar ‘vermiste’ kunstwerken, die zich misschien bij mensen thuis bevinden, aldus de poster: ‘Wellicht hangt er een kunstwerk van Giselle Kuster aan jouw muur?’

Als Josée Theunissen-Hornman in november museum van Bommel van Dam binnenloopt, weet ze nog niets van de geplande tentoonstelling over Kuster, of de zoektocht naar haar kunst. Tot haar vriendin haar op de schouder tikt en zegt: ‘Die vrouw op die poster, is dat niet jullie tante Giselle?’

Dan ziet Theunissen-Hornman het ook. Op de poster staat een zelfportret van de goede vriendin van haar vader, die vroeger zo vaak haar ouderlijk huis in Waalwijk bezocht dat ze ‘tante Giselle’ werd genoemd. Die haar als tienermeisje tweemaal portretteerde en haar leerde dat de wereld groter is dan het Brabantse dorp waarin ze opgroeide. En die haar bruidsjurk voor haar ontwierp, maar de bruiloft zelf niet meer meemaakte, omdat ‘tante Giselle’ een maand daarvoor zou overlijden.

Netflix-serie

Giselle Kuster (1911-1972) is een ‘onterecht onderbelichte’ kunstenaar, vindt James Hannan, conservator van Museum van Bommel van Dam. ‘Haar leven alleen al is een Netflix-serie waard’, zegt hij, ‘en haar kunst is ook ontzettend goed.’ Het museum bezit een twintigtal van haar schilderijen en ruim achthonderd tekeningen. Maar verder is haar werk bijna niet in museumcollecties te vinden. Terwijl uit onderzoek van Hannan en zijn collega’s bleek dat ze nog wel honderden kunstwerken meer gemaakt moet hebben.

Daarom startte het museum begin november de zoekactie. Samen met zijn collega’s stelde Hannan een lijst van zo’n honderd ‘vermiste’ kunstwerken samen. Iedereen die vermoedde een werk van Kuster in het bezit te hebben – onder meer herkenbaar aan haar kenmerkende signatuur: haar voornaam – werd op posters, flyers en via sociale media gevraagd een mail te sturen met daarin foto’s en informatie over het werk. Zo heeft de conservator inmiddels al meer dan 110 kunstwerken opgespoord. Opvallend: de meesten stonden niet op de lijst van het museum.

Nadat ze Kuster op de poster in Museum van Bommel van Dam had gezien, begon Josée Theunissen-Hornman aan haar vriendin te vertellen over ‘tante Giselle’. Een vrijwilliger van het museum ving het gesprek op, en op diens verzoek liet Theunissen-Hornman haar naam achter bij de receptie. Zo kwam Hannan met haar in contact. Of ze misschien nog kunstwerken van Kuster had, of verhalen over haar?

Sigaret

Kunstwerken had Theunissen-Hornman wel, net als haar broers en zus: samen bezitten ze meer dan dertig schilderijen, tekeningen en sculpturen van Kuster. En verhalen hadden ze ook. Hun vader, Wim Hornman, was bevriend geraakt met Kuster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze deelden een interesse in kunst – Hornman zou een bekende schoenenontwerper worden – en een zekere joie de vivre. ‘Als tante Giselle langskwam, was het altijd feest’, vertelt Josées broer Peter Hornman aan zijn eettafel in Loon op Zand. Hij wijst naar zijn piano: ‘Die was van haar. Daar zat ze altijd achter te spelen, met bovenop een glas whisky, een sigaret hangend aan haar lip.’

Giselle Kuster werd in 1911 in Venlo geboren. Na zo’n twee jaar aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik te hebben gestudeerd vestigde ze zich in 1936 in haar geboortestad als kunstenaar. Ze werd lid van kunstkring De Blauwe Bloem: een groep intellectuelen die culturele evenementen organiseerde. In haar atelier organiseerde ze een soort salons, waar kunstenaars, schrijvers en journalisten samenkwamen. Ze maakte illustraties voor kranten en tijdschriften, reclamewerk voor bedrijven en modetekeningen. En ze werkte aan schilderijen, beïnvloed door vele stromingen van de vroege 20ste eeuw, maar aanvankelijk vooral het expressionisme.

Toen haar ouders in 1940 naar Leiden verhuisden, ging Kuster met ze mee. In hun huis aan de Breestraat begon ze kunstgalerie Pro Arte. Daar exposeerde ze haar eigen schilderijen, maar ook die van gevierde moderne kunstenaars als Jan Sluijters, Otto van Rees en Charley Toorop. Kuster ging portretten schilderen waarin de invloed van Toorop duidelijk zichtbaar was. In kunsthandels hing haar werk naast dat van Bart van der Leck, een invloedrijke kunstenaar die was verbonden met kunstbeweging De Stijl, en werd haar kunst verkocht voor dezelfde prijs als die van Sluijters. Hannan: ‘Als je kijkt naar met wie Kuster in die tijd werd geassocieerd, is het best gestoord om te bedenken dat we haar naam niet meer kennen.’

Portretkunst

Waarom is de kunstenaar dan vergeten? ‘Kuster heeft die onbekendheid aan zichzelf te danken’, stelde journalist Adri Gorissen in 1997 het boekje Giselle Kuster en de vergetelheid. ‘[Ze] had zelf geen oog voor de sterke kanten van haar schilderwerk. Had ze gekozen voor haar portretkunst en zich daar verder in ontwikkeld, dan was ze ongetwijfeld een van de bekendere Limburgse schilders geworden.’

Volgens Hannan kan de variatie in Kusters stijlen en onderwerpen echter nauwelijks de enige reden zijn voor haar onbekendheid: ‘Iemand als Picasso wordt juist bewonderd omdat hij in zoveel verschillende stijlen kon werken. Terwijl Kuster op precies hetzelfde wordt afgerekend.’

Hannan denkt dat een andere reden ten grondslag ligt aan Kusters onbekendheid: institutioneel seksisme. ‘Vrouwelijke kunstenaars zijn in musea ondervertegenwoordigd. Musea gaven hun beperkte budget voor kunstaankopen liever uit aan de gevestigde namen. Dat waren vaak mannen, omdat vrouwen minder mogelijkheden hadden om kunstenaar te worden.’

En juist bij die ondervertegenwoordiging van vrouwelijke kunstenaars in musea blijkt een zoektocht in particuliere collecties uitkomst te bieden. Want musea streven naar een inhaalslag. Tegenwoordig worden meer kunstwerken van vrouwen aangekocht en tentoongesteld.

Museum Arnhem

Sommige musea hanteren een quotum, zoals koploper Museum Arnhem, dat al sinds 1982 beleid heeft om in de collectie en presentaties minimaal voor de helft vrouwelijke kunstenaars te vertegenwoordigen. Ook andere musea zetten in op het tentoonstellen van vrouwelijke kunstenaars, zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, dat achtereenvolgens grote tentoonstellingen organiseerde met werk van Nan Goldin, Marina Abramović en Miriam Cahn.

Vrouwelijke kunstenaars komen dus steeds meer in de schijnwerpers te staan. Alleen, omdat ze daar zo lang niet in stonden, bevindt veel kunst van vrouwen zich vermoedelijk nog in particuliere handen. En daarom is niet alleen museum van Bommel van Dam een zoektocht naar kunst van een vrouwelijke kunstenaar gestart, maar ook het Kröller-Müller Museum en Museum Drachten.

Zo is kunsthistoricus Karlijn de Jong voor een publicatie en tentoonstelling (opening 27 september) in Museum Drachten op zoek naar werk van Edith van Leckwyck. Haar kunst – onder meer droomachtige landschappen en kleurrijke stadsgezichten – stond tijdens haar leven in de belangstelling, maar verdween na haar dood in 1987 uit het zicht.

En voor de tentoonstelling Charley Toorop. Liefde voor Van Gogh (opening 24 mei) in het Kröller-Muller Museum ging conservator Renske Cohen Tervaert op zoek naar zes kunstwerken van Charley Toorop die zij maakte tussen 1921 en 1925: een periode waarin ze zich liet inspireren door Van Gogh. Drie werken zijn inmiddels gevonden, de rest is nog ‘vermist’.

Bijvangst van de zoektocht van het Kröller-Müller is dat er ook onbekende werken van Charley Toorop opduiken, zoals portrettekeningen van mensen uit haar netwerk. ‘Onze zoektocht laat zien dat Charley Toorops oeuvre groter is dan we dachten’, zegt Cohen Tervaert. ‘Wie weet wat er nog meer was opgedoken als we om alle kunstwerken van Charley Toorop bij mensen thuis hadden gevraagd.’

Ook veel van de ruim 110 opgespoorde kunstwerken van Giselle Kuster waren voor Hannan onbekend. Ze kunnen in de tentoonstelling de eigen collectie Kusters van Museum van Bommel van Dam mooi aanvullen. Die collectie komt voort uit een schenking van de kinderen van Wim Hornman, die na Kusters dood uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor haar nalatenschap had gekregen. Nadat hij in 1993 overleed, schonken zijn kinderen het grootste deel van Kusters werk aan het museum. De rest verdeelden ze onderling.

Mona Lisa-achtig portret

En zo belandden de kunstwerken van ‘tante Giselle’ verspreid door Peter Hornmans interieur. Sommigen zijn haast verstopt, zoals een primitivistisch-geïnspireerd werk hoog boven de boekenkast, of een Mona Lisa-achtig portret van een vrouw, die vanuit een hoekje van de keuken de ruimte in kijkt.

In de slaapkamer hangen de meeste Kusters per vierkante meter. Boven het bed hangen drie lijntekeningen van naakte vrouwen in verschillende poses. Naast de deur hangt een schilderij waarop Kuster in ononderbroken lijn een stel in innige omhelzing heeft afgebeeld. Het was haar verlovingsgeschenk aan Hornman en zijn vrouw.

Door de vele inzendingen heeft James Hannan een beter beeld gekregen van Kusters oeuvre: ‘We zien dat haar werk aanvankelijk heel mooi aansluit op de ontwikkelingen in de kunstwereld. Zo is het duidelijk aan haar werk te zien wanneer ze in aanraking komt met stromingen als het expressionisme en kubisme. Maar na de Tweede Wereldoorlog, als ze uit Leiden vertrekt en naar Indonesië, Formentera en uiteindelijk Maastricht gaat, verwatert haar aansluiting met het kunstveld en wordt haar kunst eigenzinniger. Zo gaat ze in de jaren zestig ineens surrealistische voorstellingen schilderen.’

Hoewel Giselle Kuster nooit echt beroemd zou worden, hebben mensen haar kunstwerken altijd gekoesterd, soms ook om de persoonlijke herinneringen. Zoals Josée Theunissen-Hornman, die aan haar bruidsjurk altijd gemengde gevoelens heeft overgehouden, van vreugde, maar ook verdriet omdat Kuster haar nooit als bruid in de jurk heeft kunnen zien. Nu, door de zoektocht van Museum van Bommel van Dam, kunnen die kunstwerken en bijbehorende verhalen worden samengebracht. Zo krijgt Giselle Kuster een halve eeuw na haar dood meer eer dan ooit tevoren.

Kort voor de publicatie van dit artikel is Peter Hornman (1946-2024) overleden.

Giselle Kuster, Museum Bommel van Dam, Venlo, 22/3 t/m 17/8.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next