Als student bestuurskunde leer je dat er drie klassieke manieren zijn om gedrag te sturen via beleid, namelijk via de metaforische wortel, stok of preek. Een wortel kan je voorhouden, zoals subsidies. Met een stok kan je slaan en gedrag afdwingen, zoals met verboden. En met een preek, zoals bijvoorbeeld via campagnes, kan je bepaalde ideeën beïnvloeden.
Niet verwonderlijk dat ieder kabinet zo zijn eigen campagnes uitrolt. Zo lanceerde het kabinet Balkenende de ‘Denk Vooruit’ campagne om ons toen al(!) voor te bereiden op rantsoeneren. Tijdens het kabinet Rutte IV lanceerde Katrien van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de kwestieuze campagne ‘Wil je meer werken? Laat het merken!’ om voltijdwerk te stimuleren. En nu is het de beurt aan Barry Madlener, PVV-minister van Infrastructuur en Waterstaat, die het lumineuze idee heeft opgevat om mensen ‘spitsvrij’ te laten reizen om filedruk te verminderen.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Na jarenlange investeringen in asfalt, subsidies op elektrisch rijden, het verlagen van benzine- en dieselaccijnzen – en daarmee dus het collectief stimuleren van autogebruik – vraagt het ministerie zich nu af of uw autogebruik niet een onsje minder kan. In plaats van een stok of een wortel, waarmee OV nu eens een volwaardig alternatief zou vormen om (niet) tijdens de spits te reizen, kiest dit ministerie voor een prekerige voortzetting van het aloude vroemvroem-beleid. Maar dat mag geen verrassing zijn.
Wat wel een verrassing mag zijn, is dat ook dit ministerie weer op het individualistische consumentenaambeeld blijft hameren waar weinig van te verwachten valt. Gehamer dat vertrekt vanuit de aanname dat alles in het leven van burgers een soort consumentenkeuze is. Of het nu gaat om energiegebruik, deeltijdwerk of spitsreizen. Terwijl veel burgers in belangrijke collectieve vraagstukken nauwelijks een optie of mogelijkheid, laat staan een keuze hebben. Bijvoorbeeld vanwege hun ploegendienst, zorgrooster of werkcultuur. Maar door een collectief vraagstuk te individualiseren, kan het individu wel als belangrijkste probleem en oplossing worden neergezet. En dat doen we in Nederland graag.
Dat zagen we al in de Postbus 51 campagne in de jaren ’90: ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. Een klassiek voorbeeld waarbij een collectief vraagstuk (milieu) is omgevormd tot een individueel vraagstuk van ‘eigen verantwoordelijkheid’. Zowel jurist en auteur Roxanne van Iperen als journalist Jaap Tielbeke hebben aangetoond hoe misleidend dat idee is, aangezien grootverbruikers een onevenredig aandeel opeisen, en hoe collectieve vraagstukken zoals gezondheid, klimaat of milieu het individu per definitie ontstijgen.
Dat geldt ook voor de nieuwe anti-spits campagne. Of zoals minister Madlener stelt: ‘De files in ons land zijn meer dan een ergernis: ze kosten ons tijd en geld. […] Net als u verlies ik kostbare tijd die ik liever […] met mijn gezin had doorgebracht en daar baal je natuurlijk van’. Bovendien kunnen we files ‘fors terugdringen’, aldus Madlener, ‘door bewuster te kiezen op welke tijden we reizen’.
Het probleem zit in het woordje ‘kiezen’, want daarmee behandelt de overheid burgers als individuele consument. Consumenten kunnen namelijk iets kiezen. Op een markt, winkel of menukaart. Daarnaast wordt hier, met woorden als ‘keuze’, ‘ergernis’ en ‘balen’, een collectief vraagstuk geïndividualiseerd. Door een beter milieu voor te stellen als iets van ‘jezelf’, door het personeelstekort te presenteren als iets wat jij ‘bespreekbaar’ moet maken, door files te verwoorden als iets wat jij kan ‘kiezen’, wordt een collectief probleem omgekat tot individueel vraagstuk. Al deze voorbeelden lijden aan eenzelfde fenomeen: psychologisme, een overwaardering van het individuele niveau.
Dat is ook zichtbaar bij professionele campagnemakers, zoals de meest recente SIRE campagne ‘Vind je lichtpuntje en durf te hopen’. Op de website kunnen mensen ‘lichtpuntjes vinden’ en ‘12 tips die je hoop doen vergroten’. Vervolgens kon je een ‘hoop-barometer’ (ik verzin dit niet) invullen waarvan de data rechtstreeks terechtkwamen bij, jawel, Rotterdamse psychologen.
Het individualiseren van collectieve vraagstukken als files, milieu of welzijn voedt het mantra van de burger als individuele consument. En het individu als vindplaats van oplossingen en problemen. Maar slimme burgers weten beter. Die doorzien dat onzalige psychologistisch gepreek.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns