is columnist voor de Volkskrant.
Henk Pruis, oud-luchtvaart-onderzoeker, komt er speciaal voor naar Den Haag. Hij is benieuwd wat er in de archiefmap staat. Zijn persoonlijke dossier, de ‘werkmap van dhr. H. Pruis 1992-1993’, stamt uit de tijd dat hij betrokken was bij het onderzoek naar de Bijlmerramp. Hij stond bij de brokstukken van het vliegtuig in Hangar 8, het liet hem nooit meer los.
Ruim 30 jaar was Henks map staatsgeheim. ‘Ik kon mijn eigen stukken niet inzien.’ Maar afgelopen december maakte minister Madlener (PVV, Infrastructuur en Waterstaat) het dossier openbaar, in een langzaam proces om meer openheid te geven over het neerstorten van een El Al-vrachtvliegtuig op twee flats in de Amsterdamse Bijlmer in 1992. Het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) dringt daar op aan.
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
Dit eerst, want het is belangrijk, vindt Henk, indertijd werkzaam bij de Raad voor de Luchtvaart: er zijn wat hem betreft geen aanwijzingen voor verborgen zaken of schandalen rondom de Bijlmerramp. Het Israëlische vliegtuig stortte neer, omdat door een constructiefout twee motoren afbraken, niks meer, niks minder.
Juist daarom is openbaarheid van belang. Want nog steeds doen complotten over de Bijlmerramp de ronde. De gecrashte Boeing 747 had balansgewichten van verarmd uranium. Dat is normaal bij zulke vliegtuigen en geeft volgens Henk geen gevaar: ‘Ik stond er later mee in mijn handen.’ Maar door gebrek aan openheid ontstond wantrouwen tot in de Tweede Kamer. Alles rondom verarmd uranium leidt nog steeds tot ‘emotie’.
Hij heeft contact met bewoners in de Bijlmer. ‘De jongste generatie zegt: waarom weten we alles van 9/11 en niet van de Bijlmerramp?’ Als je de archieven opent, dan ‘kunnen ook mensen die een beetje van de feiten afgedreven zijn het zien: er zijn onhandigheden begaan, maar er is niets onder de tafel geveegd.’
We gaan samen naar het Nationaal Archief. ‘De Bijlmerramp, dat is ingewikkeld’, zegt een medewerker, ‘dat moeten we extra controleren, zodat we geen stukken meegeven waarvoor de zwaarste beperking geldt.’
Het Nationaal Archief zit in de kramp rondom de dossiers over de naoorlogse rechtspleging, het zogenaamde CABR-archief. Namen van betrokkenen staan online, soms ook verkeerde namen, onderliggende archiefstukken kun je alleen hier in Den Haag bekijken, de minister werkt aan een spoedwet. Feiten van lang geleden onder ogen zien, dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan.
Henk beheert als oud-onderzoeker een indrukwekkende website over de Bijlmerramp. Nu meer stukken openbaar worden, zou je geïnteresseerde Bijlmerbewoners naar het Nationaal Archief kunnen brengen, zodat ze de documenten allemaal eens zelf kunnen lezen, filosofeert hij.
Zijn persoonlijke dossier wordt gebracht. Henk verwacht een dik pak papier. Maar het blijkt, o, dat is gek, slechts een dunne map. Daarin prijkt een enkel A4tje: ‘Lichtingsbriefje’. ‘In verband met de belangen van Staat en bondgenoten en ingevolge het advies van de ACOI zijn de volgende stukken van dit dossier uitgezonderd.’ 130 vellen zijn verwijderd. ‘De genoemde stukken lagen op de plaats van dit lichtingsbriefje.’
Met andere woorden: zijn dossier is weliswaar openbaar gemaakt, maar vervolgens heeft een beleidsmedewerker van het ministerie deze archiefmap alsnog leeggehaald in het belang van de staat. Openbaar of niet: de inhoud ligt in de kluis. ‘Teleurstellend’, verzucht Henk. ‘Ze zijn wel streng in de leer.’
Henk is zelf oud-ambtenaar, een man van de nuance. Hij begrijpt de systematiek. Het heeft te maken met het Verdrag van Chicago, met internationale afspraken over ongevallenonderzoek in de luchtvaart. Andere dossierstukken zijn nu na ruim 32 jaar eindelijk wel echt openbaar gemaakt, dat vindt hij hoopvol.
Nogmaals: het gaat niet om de inhoud van de achtergehouden stukken, want die zullen geen nieuws bevatten. Toch zou het goed zijn om ze iedereen ter inzage te geven. Uiteindelijk gaat het om het erkennen en verwerken van de geschiedenis. ‘Gaan wij wel goed met onze rampen om?’
Op bezoek in Nieuw-Zeeland zag hij hoe slachtoffers van een aardbeving werden herdacht met een groot monument. Ook de Bijlmerramp zou je moeten tonen. ‘Zelf zou ik een tentoonstellingsruimte maken. Een bezoekerscentrum waar de slachtoffers hun verhaal kunnen doen.’
a.vanes@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant