De Haagse gemeenteraad wil het maar niet eens worden over een raadgevend referendum over betaald parkeren in de stad. Na een grootschalige handtekeningenactie stelt het college nu voor het referendum op 21 mei te houden. Dat plan stuit op grote weerstand.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Het college, dat aanvankelijk aarzelend tegenover een referendum stond, stelt voor het referendum niet over betaald parkeren zelf te laten gaan, maar over de vraag of de parkeerdruk en draagvlakmetingen mogen meewegen bij het uitbreiden van betaald parkeren.
Volgens Hart voor Den Haag, de grootste partij in de gemeenteraad én aanjager van het referendum, is de vraagstelling nu te vaag. ‘Deze beperking lijkt een bewuste strategie om het referendum te laten mislukken, en dat is volstrekt onacceptabel’, zegt Hart voor Den Haag-raadslid Jelle Meinesz.
Daarmee blijft de parkeersoap waarover de gemeenteraad zich al lange tijd druk maakt, de gemoederen bezighouden. Het gaat om het eerste beoogde plaatselijke referendum ooit in Den Haag.
Het college zal bij de oppositie op zoek moeten naar steun voor zijn voorstel. Sinds twee raadsleden – van CDA (Ismet Bingöl) en PvdA (Mairan Sewtahal) – overliepen naar de fractie van Hart voor Den Haag, heeft het college geen meerderheid meer.
De ogen zijn nu met name gericht op oppositiepartijen SP en ChristenUnie/SGP, die eerder vóór een referendum waren. SP-fractievoorzitter Lesley Arp zei in een reactie dat ze eerst ‘goed wil kijken’ naar de plannen. De ChristenUnie/SGP was dinsdagochtend niet bereikbaar voor commentaar.
Eind 2023 kondigde de gemeente voor vrijwel de gehele stad de invoering van betaald parkeren aan. Den Haag, de dichtbevolktste stad van Nederland, voert een permanente strijd om de ruimte. De stad telt ruim 560 duizend inwoners en groeit nog altijd flink.
Een inwoner van de stad begon een burgerinitiatief om de uitbreiding van betaald parkeren te voorkomen. Geholpen door de grootste partij in de raad, Hart voor Den Haag van voorman Richard de Mos, ondertekenden ongeveer vijftienduizend Hagenezen de oproep.
In de gemeenten Haarlem en Katwijk stemden bewoners in een raadgevend referendum eerder met een grote meerderheid tegen de uitbreiding van betaald parkeren. Daarna trokken die gemeenten hun plannen in.
Het Haagse college weigerde aanvankelijk een referendum te houden over het onderwerp. Burgemeester Jan van Zanen (VVD) verklaarde dat dit juridisch onmogelijk was. Hij had advies ingewonnen van een advocatenkantoor en dat stelde dat parkeertarieven een vorm van gemeentelijke belastingen zijn; over belastingheffing zou geen referendum mogen worden gehouden.
Een referendumcommissie van de gemeenteraad reageerde daar kritisch op en stelde dat een referendum over betaald parkeren wel degelijk mogelijk is.
Een meerderheid van de gemeenteraad verklaarde eind november dan ook voorstander te zijn van een referendum. Ook vier collegepartijen, D66, Partij voor de Dieren, Denk en CDA, steunden – met wisselend enthousiasme – het plan.
Met de huidige vraagstelling houdt het college rekening met de discussie of het referendum over betaald parkeren wel juridisch houdbaar is. Door te focussen op de parkeerdruk en draagvlakmetingen, gaat het referendum niet meer over belastingen, maar over beleidsveranderingen.
Daarmee strooit het college bewust zand in de machine, vindt Hart voor Den Haag. ‘De vraagstelling moet helder zijn: bent u voor of tegen de uitbreiding van betaald parkeren?’, zegt Meinesz. ‘Als we willen dat burgers vertrouwen houden in de politiek, moeten we hen geen knollen voor citroenen verkopen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant