Gerrit Poort bracht vanaf 150 meter de vuurwerkramp van 2000 in Enschede in beeld. Daarna kwamen de nachtmerries.
Op een zonnige zaterdagmiddag 13 mei 2000 kreeg Poort melding van een brand in Enschede, in de wijk Roombeek. Hij was de vaste cameraman van het Twentse korps, dat zijn beelden gebruikte als studiemateriaal. Erg veel om het lijf leek het brandje in Enschede niet te hebben. Het was puur uit plichtsbesef dat hij zijn camera pakte en in de auto naar Roombeek stapte.
Die liefde voor het brandweerkorps had Poort – in het dagelijks leven conciërge op een basisschool – van zijn vader meegekregen. Zelf blussen hoefde van hem niet, hij was op zijn best achter de camera. Na een jeugd die in het teken stond van het vroege overlijden van zijn vader, voelde de brandweer voor Poort een tweede familie.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Op 13 mei was zijn jongste zoon Marco buiten aan het spelen, toen die opeens de grond voelde trillen. Niet veel later trok een dikke rookwolk over Hengelo. Zijn broer Johnny rende naar boven om de scanner aan te zetten. Daar hoorde hij paniek. Niet veel later belde het Medisch Spectrum Twente. Echtgenote Thea nam op, maar de verbinding werd verbroken. Het zou toch niet… ?
Poort was op het dak van het voormalige textielcomplex De Bamshoeve geklommen. Daar had hij zich achter een muurtje verschanst om de brand bij S.E. Fireworks te filmen, zo’n 150 meter verderop. De geweldige druk van 177 ton vuurwerk dat de lucht in ging, blies hem weg. Zijn hoofd zat onder het bloed, zijn bril was hij kwijt.
Nadat de politie hem had teruggebracht naar Hengelo, zag Marco dat er iets veranderd was aan zijn vader. ‘De blik in zijn ogen’, zegt hij. ‘Zo’n blik die je ook ziet bij mensen met een oorlogstrauma. Hij heeft de brandweermannen voor zijn ogen zien omkomen.’
Zijn video bleek later van onschatbare waarde voor het onderzoek naar de ramp. Hij bracht in beeld hoe een ogenschijnlijk eenvoudige brand, die al onder controle leek, zich ontwikkelde tot een inferno. Waarom hij was blijven filmen? Hij wist het niet. Misschien de adrenaline. Zijn beelden werden dankzij persbureau Reuters wereldnieuws. Tot aan Amerika toe waren ze op journaals te zien geweest.
En toen kwamen de nachtmerries, dat sombere, donkere gevoel. Tegen zijn vrouw zei hij: ‘Theetje, als ik dit toch had geweten, was ik nooit naar die brand gegaan.’ Maar ja, het was te laat. Thea: ‘Het enige dat hij kon was naar die beelden blijven kijken. Hij kon het niet loslaten.’
Poort was in 1983 met Thea getrouwd. Ze kregen vier kinderen. De oudste en jongste waren jongens, de middelste twee meisjes, beiden Monique geheten, overleden respectievelijk na vijftien dagen en één dag. Thea: ‘We hebben samen al zoveel ellende overleefd. Ik dacht: het zal me niet gebeuren dat die vuurwerkramp ons uit elkaar drijft.’
Eigenlijk wilde Poort al die tijd maar één ding: terug naar de plek. Zijn psycholoog leek het geen goed idee, bang als die was dat Poort zichzelf iets zou aandoen. Toen hij zich op een dag bij het complex meldde, zei de bewaker: ‘Eigenlijk mag ik geen toestemming geven, maar ik snap het. Ga maar.’ Pas toen kon Gerrit Poort de ramp afsluiten.
Hij zag het muurtje waarachter hij had gelegen. Waar zelfs nog een steen door was gevlogen, maar die had hem op een haar na gemist. Het was voor het eerst dat hij besefte dat hij die dag twee engelbewaarders had gehad.
Nadat hij zichzelf ‘een schop onder de kont’ had gegeven, ging hij weer leven. Veel bewuster dan voorheen. Zo bleef hij dat doen tot aan zijn dood op 14 december op 67-jarige leeftijd. Tijdens zijn uitvaart viel niet één keer het woord ‘vuurwerkramp’. Hoefde ook niet meer. Het was voorbij, het was verwerkt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant