is columnist voor de Volkskrant.
Het boek Het archief van Thomas Heerma van Voss kwam deze maand in het nieuws omdat een freelancer van Harper’s Bazaar de boekenrubriek door ChatGPT had laten schrijven. Dat werd een klein literair relletje.
Het archief werd zo samengevat: ‘Het archief volgt een jonge man die na de dood van zijn vader een archief vol documenten ontdekt.’ Hier gaat het boek niet over, dat weet je al als je de flaptekst leest. De biografie van Theo van Gogh, De bolle Gogh, werd in de rubriek zo beschreven: ‘Het verhaal van Joris, een jonge schilder die niet alleen worstelt met zijn kunst, maar ook met zijn gewicht.’
Zoals mijn vader gezegd zou hebben: computers kunnen sommige dingen niet, en dat is maar goed ook.
De bijvangst van deze oproer was dat ik dacht: o ja, Het archief, dat wilde ik nog lezen. Misschien had ChatGPT dat allemaal heel sluw bedacht.
Het boek gaat over Pierre, een jonge man die redacteur wordt bij Arabesk, een piepklein literair tijdschrift. Het tijdschrift heeft, zoals wel meer dingen van papier, ooit hoogtijdagen beleefd, maar die zijn allang voorbij. Toch leeft Pierre, zoon van een vader die zelf uit de hoogtijdagen der tijdschriften stamt, helemaal op door zijn nieuwe werk. Hij houdt van het vergaderen, van het bijhouden van de mail en van de begeestering van Koen Koole, de hoofdredacteur, een dolenthousiaste man met gelstekeltjes die constant Excel-documenten aan het bijwerken is van het uit ongeveer honderd mensen bestaande abonneebestand.
Koen Koole noemt zijn blad ‘een zalige speeltuin’ voor schrijvers en is dol op actiepunten (Pierre ziet hem tijdens een vergadering ‘ACTIEPUNT KOEN’ opschrijven). Pierre houdt van het enthousiasme, tegen de klippen op, van Koen. En Pierre houdt van zijn vader. En zijn vader houdt van Pierre, op die lompe, lieve en volstrekt egocentrische manier waarop oude linkse intellectuele vaders van hun kinderen houden of hielden. (Ik spreek hier uit enige ervaring.)
Pierre stort zich vol overgave op zijn functie als ‘chef ongevraagde kopij’, maar ziet aan de andere kant steeds scherp in hoe ongelofelijk niche en tot sterven gedoemd Arabesk is. Zo verbeeldt Pierre, zeg ik even heel literair-tijdschrift-achtig, de eeuwige zoektocht van de mens: druk bezig zijn, maar je tegelijkertijd afvragen waar het in godsnaam allemaal toe dient.
Hoogtepunt is de presentatie van een nieuw nummer bij een van de schrijvers thuis, waarbij een ‘grijze, ietwat miskende dichter’ een broodtrommel heeft meegenomen met zelf bereide olijven met een gestolde laag gruyère.
Alleen al voor de passage over die gestolde laag gruyère zou je dit boek moeten lezen.
En voor de laatste hoofdstukken, die ik niet zal spoilen, maar waar het vaderthema nog even flink op de proppen komt, en de tranen ook, maar die durfde ik niet de vrije loop te laten, want ik las het in de trein.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant