Home

Huivering door museumwereld na kunstroof Drenthe: ‘Hiermee niet eerder geconfronteerd’

Op de roof van de gouden helm van Coțofenești is met afschuw en schrik gereageerd door de museumwereld. ‘Ik heb de directeur een berichtje gestuurd om hem te steunen.’

Directeur Wim Weijland trok maandagochtend op een bijeenkomst in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de angel er meteen maar uit. ‘Hoe het met onze veiligheid is gesteld, is toch de vraag die iedereen op de lippen brandt’, zei Weijland, voorafgaand aan de presentatie van een muntvondst met zilveren en gouden munten uit de Romeinse tijd. ‘Maar u begrijpt: over onze veiligheidsmaatregelen doen we geen enkele mededeling. Behalve: we hébben veiligheidsmaatregelen.’

Als er één museum is waar men geschrokken is van de diefstal van de helm van Coțofenești in Drenthe, dan is het wel het Rijksmuseum in Oudheden. Ook het Leidse museum stelt toevallig net een zeer bijzonder gouden hoofddeksel tentoon, de meer dan drieduizend jaar oude ‘hoed van Schifferstadt’, in bruikleen uit Duitsland. Net als de helm van Coțofenești prijkt het hoofddeksel prominent op de reclameposter voor de tentoonstelling over de bronstijd, die daar momenteel loopt.

Geen nervositeit

Tot nervositeit leidt de Drentse diefstal niet, zegt Weijland. ‘Het zou ook vreemd zijn als we nu ineens de veiligheid zouden opschroeven. Voor al onze objecten, en ook voor leenkunst, gelden strikte veiligheidregels. En daar voldoen we aan.’

Een subtiele maatregel werd overigens zichtbaar bij de presentatie van de Romeinse muntvondst: het museum vermijdt bij zo’n vondst het woord ‘schat’, en doet geen enkele mededeling wat de vondst waard is.

Leidt de diefstal van waardevolle kunst uit een museum altijd tot grote consternatie, die is zo mogelijk nog groter als de roof geleende kunst betreft. In het geval van het Drents Museum kondigde de uitlenende partij, het Nationaal Historisch Museum van Roemenië, dit weekeinde zelfs meteen een gang naar de rechter aan.

Tussen de Nederlandse musea onderling heerst echter solidariteit. Dit gunt niemand elkaar. Zo zocht directeur Evert van Os van het Museum Singer Laren dit weekeinde direct contact met zijn collega Harry Tupan van het Drents Museum. Bij het Singer werd in 2020 een schilderij van Vincent van Gogh geroofd dat in bruikleen was van het Groninger Museum.

Van Os: ‘Ik heb Tupan een berichtje gestuurd om hem te steunen. Ik was zelf blij met de steun die ik destijds van collega’s kreeg.’

Moeilijk tegen te houden

In Laren ging de inbraak via de voordeur. Sindsdien is het museum helemaal verbouwd, met extra aandacht voor beveiliging. Van Os: ‘Daarover treed ik niet in detail. Het is ook een feit dat als iemand echt kwaad wil, het moeilijk tegen te houden is.’

Directeur Vera Carasso van de Museumvereniging, waar 487 Nederlandse musea bij zijn aangesloten, zegt over de aard van de inbraak en het gebruikte geweld: ‘Dit is een situatie waar we niet eerder mee zijn geconfronteerd. Het is erg zorgwekkend.’

Carasso benadrukt dat het Drents Museum juist bekendstaat om de bijzondere internationale bruiklenen die daar regelmatig te zien zijn: ‘Denk aan de Dode Zeerollen, de Frida Kahlo-tentoonstelling en ook het Goud uit Georgië. Ze zullen er zeker alles aan hebben gedaan om hun beveiliging zo goed mogelijk georganiseerd te hebben, in samenspraak met de verzekeraars.’

Onder de leden van de Museumvereniging is het gebruikelijk daarover kennis te delen. Carasso benadrukt wel dat elk museum zijn eigen, unieke veiligheidsmaatregelen heeft. ‘Dat heeft te maken met het gebouw en de ligging. Maar we willen natuurlijk wel kijken wat uit deze situatie valt te leren.’

In twee minuten

Bij het Drents Museum sloegen drie inbrekers in amper twee minuten hun slag. Ze kwamen achterom, via de tuin, het museumterrein op. Op camerabeelden die de politie zaterdagavond vrijgaf, is te zien hoe ze eerst een buitendeur openbreken. Daarna volgt binnen een explosie.

Carasso verwacht niet dat deze inbraak gevolgen zal hebben voor het aanzien van Nederlandse musea en toekomstig bruikleenverkeer: ‘Nederland heeft een heel goede reputatie, die is in jaren opgebouwd.’

Vanuit Roemenië klinkt inmiddels kritiek van de minister van Cultuur, Natalia Intotero, op het contract tussen het Nationaal Historisch Museum van Roemenië en het Drents Museum. Bepalingen over de beveiliging zouden hierin ontbreken. Die kritiek werpt een ander licht op de zondag aangekondigde gang naar de rechter, die daarmee onmiddellijk minder kansrijk lijkt.

Roemeense media melden dat uit onderzoek bij het ministerie van Cultuur zou zijn gebleken dat de uitgeleende gouden Dacische helm en armbanden Roemenië nooit hadden mogen verlaten. Er was geen goedkeuring voor gegeven door de overheid.

Diplomatieke gevolgen

Zondagavond leek de roof in Drenthe zelfs diplomatieke gevolgen te gaan hebben. Minister Intotero kondigde aan premier Schoof en leden van de koninklijke familie over de diefstal te zullen aanspreken tijdens de herdenking van de bevrijding van Auschwitz van maandag. Ze wilde hen een ‘krachtige boodschap’ overbrengen, klonk het.

Of de ontmoeting maandag daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is niet duidelijk. Wel sprak minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) in Brussel met zijn Roemeense collega. Hij heeft in dat gesprek benadrukt dat het onderzoek ‘de hoogste prioriteit’ heeft, liet Veldkamp op sociale media weten. Volgens hem verloopt de samenwerking goed. ‘Er is geen kou in de lucht.’

De directie van het Drents Museum heeft laten weten dat het museum tot nader order gesloten is. Hoelang het museum dicht blijft is nog onduidelijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next