De Hongerwinter, inmiddels tachtig jaar geleden, leidde tot belangrijk onderzoek over de effecten van ondervoeding tijdens de zwangerschap.
is journalist van de Volkskrant en als historicus gespecialiseerd in Holocaust en genocide.
‘Nu zal ik je eens een nieuwtje vertellen, van vrolijker aard’, schrijft Janna van Rheenen-De Groot in maart 1945 in een brief aan haar zus. Janna heeft dan al een kantje volgeschreven over ‘de krieg’ waaraan maar geen einde lijkt te komen. Het vergissingsbombardement van de geallieerden op Haagse woonwijk Bezuidenhout eerder die maand was vlak bij haar woning. Alles ligt in puin, schrijft Janna, honderden kwamen om. ‘Die ellende beschrijven kun je niet.’ Maar dan het goede nieuws: ‘In juni verwachten we er een baby bij!’
Deze winter is het tachtig jaar geleden dat in Nederland zeker twintigduizend mensen stierven door honger. Bioloog en onderzoeker Tessa Roseboom noemt de Hongerwinter ‘een uniek historisch experiment’. Ze leidt het eerste – en inmiddels wereldberoemde – onderzoek naar de effecten van ondervoeding tijdens de zwangerschap op de gezondheid van het kind. Dit gebeurde op basis van de, zelfs in oorlogstijd, nauwkeurig bijgehouden geboortedossiers van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Dertig jaar onderzoek naar de Hongerwinter bewijst: de periode in de baarmoeder legt een cruciale basis voor het leven. Om die reden maakt Roseboom zich ook grote zorgen over de hongersnoden van nu zoals in Jemen, Soedan en Gaza, zegt ze. ‘Daar worden nu kinderen gevormd die niet hun potentieel kunnen ontwikkelen, omdat ze niet de bouwstenen krijgen waarmee ze hun hele leven moeten doen.’
In november luidden hulporganisaties de noodklok: niemand in de Gazastrook heeft nog genoeg te eten. Volgens de laatste schattingen van de VN-organisatie UNFPA zijn er 48 duizend vrouwen zwanger, die allemaal te weinig voedingstoffen binnenkrijgen. Achtduizend van deze zwangeren verkeren in ‘fase 5’ van de Integrated Food Security Phase Classification (IPC): het voedseltekort is catastrofaal en massale sterfte dreigt.
Eind 1944 was het zuiden van Nederland al bevrijd, maar het noorden en westen zouden een winter lang bezet blijven. Vooral in de grote steden droogden de voedselvoorraden razendsnel op. Een dagrantsoen bestond bijvoorbeeld uit twee aardappelen, twee sneetjes brood en een halve suikerbiet. Daarmee kreeg je 400 tot 800 calorieën per dag binnen, minder dan een kwart van wat een volwassene nodig heeft. De helft van de vrouwen stopte met menstrueren.
Janna van Rheenen-De Groot is al 4,5 maand zwanger als ze erachter komt, en gelooft het nauwelijks. Ze dacht steeds dat ze last van haar maag had. Haar menstruatie is wel weggebleven, maar volgens de dokter komt dat op ’t ogenblik veel voor. ‘Dus ik had geen cent erg.’ Hoe ze zich te midden van alle schaarste moet voorbereiden op de komst van haar kind, weet ze niet precies. ‘Te koop is er niets.’ En ze is ‘erg vermagerd’.
‘Hongerwinterbaby’s waren slechts 200 gram lichter dan gemiddeld, maar de gevolgen voor de gezondheid van het kind – en zelfs voor hun kinderen – bleken blijvend’, zegt Roseboom. Kinderen die verwekt zijn tijdens de Hongerwinter lopen op latere leeftijd vaker risico op hart- en vaatziekten, borstkanker, psychische problemen en leveraandoeningen. Vooral de eerste weken van de zwangerschap, wanneer de organen zich ontwikkelen, blijken cruciaal te zijn.
Inmiddels zijn er ook andere studies gedaan naar ondervoeding, zoals tijdens de Grote Sprong Voorwaarts in China en de hongersnood in Oekraïne in de jaren dertig. ‘En wat ik zo fascinerend vind’, zegt Roseboom, ‘ook al waren de omstandigheden en de setting totaal anders, de effecten zijn vergelijkbaar. Ondervoeding tijdens de zwangerschap is echt een aparte risicofactor.’
‘Ik zit in een aantal adviesraden van hulporganisaties en probeer waar ik kan te benadrukken dat vrouwen die al zwanger zijn voorrang moeten krijgen als de medische zorg en voedselhulp eindelijk op gang komen in Gaza’, zegt Roseboom. ‘Want ik weet dat dit een van de belangrijkste manieren is om de volgende generaties te beschermen.’
In 2015 stuurt de kleindochter van Janna van Rheenen-De Groot (1902-1984) de brief van haar oma naar Roseboom en haar collega’s. ‘Als het een meisje zou zijn, (een jongen is ook welkom), vind ik het nog wat leuk’, besluit Janna haar brief. Januschka wordt op 6 juli 1945 in bevrijd Nederland geboren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant