De jarenlang in Duitsland verboden opera Die erste Menschen (van componist Rudi Stephan, 1915) geeft een radicale twist aan het Bijbelverhaal van Kaïn en Abel. De ster van de avond: Leigh Melrose, het meest complexe personage van de opera.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.
1915, Ternopil, het huidige Oekraïne. De Duitse soldaat Rudi Stephan klimt uit de loopgraven en wordt geraakt door de kogel van een sluipschutter. Hij sterft op 28-jarige leeftijd. Nee, dit is niet het plot van de opera, maar het trieste einde van diens componist. De veelbelovende Stephan was een van de grootste talenten uit zijn tijd. Zijn meesterwerk, Die ersten Menschen, voltooide hij in zijn sterfjaar, 1915.
De Spaanse regisseur Calixto Bieito houdt van provocerende operaproducties. Wat dat betreft is de taboe-opera Die erste Menschen, vol seks en bloed, hem op het lijf geschreven. Het stuk is nu te zien in de Nationale Opera in Amsterdam, maar in Duitsland was het jarenlang verboden. Niet vreemd, gezien de radicale twist die het libretto van Otto Borngräber aan het Bijbelverhaal van Kaïn en Abel geeft.
Adahm (Adam), Chawa (Eva), Kajin (Kaïn) en Chabel (Abel) vormen een ontwricht gezin. Adahm is een saaie boer, Chawa hunkert naar seksuele bevrediging. Ook zoon Kajin kan zijn seksuele driften niet in bedwang houden. Hij zoekt in de wildernis naar ein wildes Weib. Zijn broer Chabel is geobsedeerd door het spirituele en vindt God.
Die botsende verlangens leiden ertoe dat Kajin zijn moeder, Chawa, probeert te verleiden. Chawa vindt echter in haar andere zoon, Chabel, de bevrediging van haar seksuele verlangens. Als Kajin hen tijdens de daad gadeslaat, vermoordt hij Chabel.
Regisseur Calixto Bieito verplaatst het verhaal naar de 21ste eeuw. Op het podium staat een moderne eettafel vol fruit. Adahm (bas-bariton Kyle Ketelsen) typt Excelsheets op zijn laptop. Een sensuele Chawa (sopraan Annette Dasch) kneedt en sabbelt vruchten tot pulp. Achter een transparant scherm zit het Rotterdams Philharmonisch Orkest opgesteld.
Stephan componeerde laatromantische muziek: opzwepend en dramatisch, met sfeervolle akkoorden die met atonaliteit flirten. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelt verpletterend. De muziek leeft, beweegt, is vurig en levenslustig onder leiding van Kwamé Ryan. Ritmisch loopt het soepel als een geolied fitnesslijf. Het orkest heeft een verrukkelijk verzadigde bite, die zó de knagende geilheid van het ontwrichte wangezin zou kunnen bevredigen.
De Duitse Annette Dasch, in haar rol zowel een lustobject als seksuele predator, is een orkaan van passie. Bariton Leigh Melrose is als Kajin het meest complexe personage van de opera. Naar Chawa gedraagt hij zich als een infantiele dwaas, maar als zijn woede opborrelt, zingt hij woest als een monster. Of is toch het slottafereel het mooist? Kajin, geknield onder de tafel, draagt zijn ouders en dode broer op zijn schouders. Zijn buik is ontbloot, zijn hoofd bezweet. Ineens heb je medelijden met hem.
Na afloop wordt Dasch het hardst toegebruld door een publiek dat nog extatischer lijkt dan Chawa zelf. Toch is de allergrootste ster van de avond Leigh Melrose.
Opera
★★★★☆
Van Rudi Stephan, met het Rotterdams Philharmonisch o.l.v. Kwamé Ryan.
Regie Calixto Bieito
22/1, Nationale Opera, Amsterdam. Te zien t/m 2/2.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant