Filosoof Gabriël van den Brink begon zijn carrière als linkse studentenleider, maar ziet de groeiende populariteit van radicaal-rechts als verzet tegen de grenzeloosheid van de moderne wereld. ‘Er is schuring tussen datgene wat mensen van huis uit zijn en datgene wat de moderniteit van ze vraagt.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking.
Toen de Amerikaanse president Donald Trump maandag tijdens zijn inauguratie aankondigde dat er voortaan in de Verenigde Staten nog maar twee geslachten bestaan, kreeg hij een staande ovatie van de aanwezigen. Weg met ‘woke’, met de ‘gendergekte’, met begrippen als non-binair en transgender.
Waar de progressieve voorhoede zich hard maakte voor de rechten van homoseksuele, trans en intersekse personen, bleek een ander deel van de Amerikaanse bevolking gehecht aan het traditionele onderscheid tussen man en vrouw. Voor de filosoof Gabriël van den Brink onderstreept het carnaval van de wraakzuchtige burgers in Washington de stellingen in zijn nieuwe boek De actualiteit van het archaïsche.
De veranderingen van de afgelopen vijftig jaar zijn zo snel gegaan dat veel mensen het niet meer kunnen bijbenen. ‘De wijze waarop we het moderne leven inrichten past steeds slechter bij de menselijke natuur zoals die in het verre verleden is ontstaan’, schrijft hij. Overal ter wereld komen burgers in verzet tegen de dynamiek en grenzeloosheid van de moderne wereld. In de maalstroom van moderniteit rammelt het archaïsche luidruchtig aan de poort.
Gabriël van den Brink (1950) begon zijn carrière als marxist. Hij was een van de leiders van de studentenbeweging in Nijmegen, geportretteerd als ‘Daniël van ’t Erf’ in de roman De gevarendriehoek van A.F.Th. van der Heijden. Alles moest anders. Modernisering bracht welvaart en individuele vrijheid door de verlossing uit knellende tradities.
Later kreeg hij meer oog voor de schaduwzijden van de moderniteit. In zijn onderzoek naar beroepseer betoogde hij dat leraren, zorgpersoneel en andere professionals steeds meer worden vermalen in rationele systemen die van bovenaf worden aangestuurd, omdat de modernisering snelheid, efficiency en grootschaligheid vereist. Ook constateerde hij dat het dominante wereldbeeld van de homo economicus, die op rationele wijze zijn eigenbelang nastreeft, weinig ruimte laat voor het koesteren van idealen.
Vijf jaar geleden schreef hij Ruw ontwaken uit de neoliberale droom, waarin hij betoogde dat veel burgers naar gemeenschap verlangen en zich verloren voelen in een wereld waarin zij als zelfredzame individuen worden weggezet. In De actualiteit van het archaïsche gaat hij een stap verder. Almaar voortdurende modernisering heeft de wereld zo veranderd dat zij niet meer past bij mensen die het product van een zeer trage evolutie zijn. ‘Ik ben sceptischer geworden, ik geloof niet langer dat moderniteit gestage vooruitgang is. Er is schuring tussen datgene wat mensen van huis uit zijn en datgene wat de moderniteit van ze vraagt’, zegt hij, thuis in Leiden.
De moderniteit heeft volgens Van den Brink vijf kenmerken: vrijheid, gelijkwaardigheid, individualisme, innovatie en ratio. ‘De moderniteit zoekt zo veel mogelijk vrijheid. Dat moet je letterlijk opvatten als bewegingsvrijheid. Geen grenzen, geen beperkingen. Ten tweede streeft zij naar gelijkwaardigheid. Zo min mogelijk gezag, we zijn allemaal gelijkwaardige burgers. Ten derde stelt zij individuele autonomie voorop. Je moet zelf iets van het leven maken, geld verdienen, ondernemen. Ten vierde draait zij om vooruitgang, niet in het verleden blijven hangen. Ten vijfde moeten we de zaken rationeel aanpakken en niet neuzelen over gevoelens.’
Zo ontstond de afgelopen decennia een wereld die werd gedomineerd door economisch liberalisme en cultureel-progressieve normen. In deze wereld voelen veel burgers zich onvoldoende thuis, aldus Van den Brink. Tegenover vrijheid, gelijkwaardigheid, individualisme, innovatie en ratio koesteren zij een vijftal G’s, zoals hij dat noemt: grenzen, gezag, gemeenschap, geschiedenis en gevoelsleven. Ze verlangen naar de grenzen van de natiestaat, het gezag van sterke leiders, een homogene gemeenschap, naar de tradities waarmee ze zijn opgegroeid en de erkenning van hun gevoelens. Van den Brink: ‘De vijf G’s zijn uit het dominante moderne denken verdrongen, maar horen absoluut bij het menselijk leven. Als je ze ontkent, krijg je vroeg of laat verzet. Dan keert de wal het schip.’
Dat verzet wordt vaak op een rancuneuze, onredelijke manier verwoord.
‘In de moderne rationaliteit moet je feiten en argumenten inzetten. Maar als de dominante orde gevoelens gaat wegdrukken, of ze minderwaardig verklaart, gaan mensen zich verzetten tegen de redelijkheid. Het verzet tegen D66 in brede kring is inderdaad onredelijk. Maar dat is precies het punt. Wij mensen zijn niet alleen maar redelijk. We hebben een gevoelsleven, we hebben een lichaam, we hebben passies, we hebben ook slechte aandriften die om aandacht vragen. Die aandacht schiet in de redelijke wereld van progressieve liberalen ernstig tekort.
‘Overigens gelden de vijf G’s net zo goed voor de mensen die zich redelijk en progressief noemen. In beginsel vinden we inclusie en diversiteit een prima zaak. Toch voel je onmiddellijk een impuls van argwaan als je iemand tegenkomt met afwijkende kenmerken. We kennen allemaal de neiging om te denken: ons soort mensen deugt en de anderen dus niet. Dat is een primitief gevoel, het dient zich onwillekeurig aan. Ik geloof er niets van als iemand zegt: daar heb ik helemaal geen last van.
‘In mijn boek heb ik geprobeerd te achterhalen hoe dat gevoel evolutionair is ontstaan. Er zijn heel redelijke schattingen dat dit ongeveer honderdduizend jaar geleden was, toen de bevolking begon te groeien en er meer rivaliteit tussen groepen kwam. De druk om je bij je eigen groep te voegen en de andere te demoniseren werd sterker. Als dat gevoel al honderdduizend jaar bij ons is, kun je dat niet corrigeren met een lesje burgerschap op school. Of een Verklaring van de Rechten van de Mens, die zegt dat alle mensen gelijk zijn.’
Wat moet je daar vervolgens mee? Je kunt toch moeilijk racisten gelijk geven omdat zij een evolutionaire impuls zouden volgen?
‘Uiteraard niet, maar je moet niet doen alsof zulke gevoelens zich niet aandienen. De voorstanders van moderniteit moeten zeggen: ik heb diversiteit heel hoog, maar ik begrijp waarom mijn tegenstanders daartegen zijn. Die moeite moet je opbrengen, want als je dat niet doet, valt de samenleving in twee kampen uiteen. Dan krijg je een tweedeling tussen mensen die vinden dat zij zelf deugen en de rest het niet begrepen heeft. Ik ben geen fan van de PVV, integendeel. Maar volgens mij heeft iedere intellectueel, en elke burger, de plicht om te beseffen wat anderen beweegt. We moeten het menselijke in de tegenstander blijven zien.’
Partijen als de PVV doen zelf niets anders dan het verketteren van hun tegenstanders.
‘Klopt. Maar wat krijg je als je zelf ook je tegenstander ontmenselijkt? Oog om oog, tand om tand.’
In de jaren zeventig werd op verjaardagen gediscussieerd tussen aanhangers van PvdA en VVD. Toen was er ook polarisatie, maar die had ook iets speels. Nu is polarisatie een pijnlijk onderwerp dat het liefst vermeden wordt.
‘Ik herken die verlegenheid. Toch vind ik dat de voorstanders van moderniteit bij zichzelf te rade moeten gaan. Dat geldt met name voor hogeropgeleiden uit een stedelijk milieu. Want zij waren er de afgelopen halve eeuw van overtuigd dat hun vooruitstrevende denkbeelden voor iedereen het beste zijn. Ik heb dat zelf vroeger ook gedaan en daarom pleit ik nu voor een betere dialoog. Het nadrukkelijk verkondigen van eigen waarheden heeft weinig zin. Dan blijf je hangen bij de vraag wie er gelijk heeft. De een gelooft in moderniteit, de ander niet. Probeer maar eens te bewijzen wat de waarheid is.’
Probeert u niet te bewijzen dat de conservatieve burgers gelijk hebben, door te zeggen dat de moderne wereld niet meer past bij de mens zoals die uit de evolutie is ontstaan?
‘Die conservatieve kritiek op links is zeker relevant! Sommige waarden die men aan de rechterzijde graag naar voren brengt, hebben inderdaad een zeer oude geschiedenis. Denk aan zaken als trouw, discipline of respect voor het heilige. Iemand als Jonathan Haidt heeft dat ook overtuigend laten zien. Tegelijkertijd hebben klassiek linkse waarden zoals gelijkheid of zorgzaamheid voor zwakkeren evengoed een evolutionaire achtergrond. Het probleem is dat zowel links als rechts cruciale motieven aanvoert maar geloven dat ze elkaar uitsluiten. Precies dat laatste is een noodlottig misverstand.
Maar kun je onvrede die in de laatste vijftig jaar is ontstaan verklaren uit een evolutie die honderdduizenden jaren duurt?
‘Er zijn veel motieven die van oudsher bij de menselijke natuur horen. Tot halverwege de 20ste eeuw konden die redelijk goed met modernisering worden gecombineerd. Maar na de jaren zestig trad er een zekere versnelling op en vanaf de jaren tachtig werd het moderne streven zo sterk dat de spanningen echt toenamen. Dat kwam vooral door het neoliberale denken waarbij men graag op zaken als marktwerking, globalisering, innovatie en digitalisering inzette. Veel burgers zaten daar niet op te wachten.’
Van den Brink gelooft niet dat de agenda van radicaal-rechts een oplossing biedt voor de huidige problemen. Die is zelfs intern tegenstrijdig, zeker in de Verenigde Staten. Radicaal-rechts roept om gezag, maar geeft alle ruimte aan dikke ego’s uit eigen kring en draagt als geen ander bij aan de verruwing van omgangsvormen. Bovendien strijdt radicaal-rechts wel tegen progressieve culturele normen, maar doet het niets aan het feit dat veel burgers zich niet thuis voelen in een wereld waarin de markt snelle economische en technologische veranderingen dicteert. Trump is juist voorstander van een hyperkapitalisme waarin de technologische ontwikkeling nog eens in een hogere versnelling gaat, zeker als AI tot volle wasdom komt. ‘Als je nog meer disruptie propageert, zullen het verzet en de weerstand tegen verandering kwadratisch toenemen’, zegt Van den Brink.
De moderniteit roept onvrede op, de anti-moderniteit biedt geen oplossing, zegt Van den Brink. Is er dan een uitweg? Daarvoor grijpt hij terug op het begrip dialectiek. These (moderniteit) en antithese (anti-moderniteit) moeten worden overwonnen in een nieuwe synthese, een vorm van samenleven die in alle opzichten duurzamer moet zijn dan de huidige. Van den Brink pleit voor een gematigde modernisering die rekening houdt met de grenzen van de planeet, maar ook met de tradities en gevoelens van grote groepen burgers die zich niet thuis voelen in de huidige samenleving.
Maar de moderniteit staat toch ook voor emancipatie en individuele vrijheid? Dat zijn toch waarden die je niet overboord kunt zetten onder druk van sommige burgers?
‘Ik zeg niet dat de moderniteit moet worden afgeschaft. Dat is onmogelijk en bovendien onwenselijk, want er zitten zeker goede kanten aan. Denk maar aan de manier waarop onze rechtsstaat ruimte biedt voor diversiteit op politiek, religieus en seksueel gebied. Maar het moderne leven mag niet uitlopen op een miskenning van de menselijke natuur, zoals die in de evolutie is ontstaan.
‘Van de andere kant mogen we het archaïsche niet alleen als een bron van allerlei problemen opvatten. De evolutie heeft ons ook uitgerust met vaardigheden en voorkeuren die we bij het aanpakken van urgente taken kunnen inzetten. Denk aan samenwerken in de strijd tegen klimaatverandering of het streven naar meer maatschappelijke gerechtigheid.
‘We moeten een nieuw evenwicht vinden. Dat is geen kwestie van water bij de wijn doen of een beetje onderhandelen, maar van het echt doordenken van tegengestelde standpunten. De PVV is een partij met foute standpunten en soms ook foute mensen, maar als een derde van Nederland erachteraan loopt, moeten we begrijpen wat er speelt.’
Gebeurt dat niet? De middenpartijen zijn de afgelopen jaren toch sterk naar rechts verschoven?
‘Volgens mij komt dat opschuiven slechts uit politiek opportunisme voort. Het illustreert vooral dat partijen als de VVD, het CDA of de PvdA geen overtuigend verhaal over het juiste midden weten te ontwikkelen.’
Maar wat kun je met een racistische partij die geen respect heeft voor de rechtsstaat?
‘Op korte termijn kun je daar inderdaad niets mee. Maar de vraag is welk verhaal je zelf hebt als je het goede van de moderniteit wilt bewaren. Je kunt die vijf G’s – grenzen, gezag, gemeenschap, geschiedenis en gevoelsleven – op een positieve manier in je eigen denken opnemen. Natuurlijk is er soms gezag nodig, natuurlijk is een gemeenschap van belang. Een gemeenschap kan alleen bestaan als duidelijk is wie daar wel bij hoort en wie niet. En dan zeg ik natuurlijk niet dat iedere Nederlander wit moet zijn. Maar als je Nederlander wilt zijn, horen daar wel gedeelde waarden en normen bij.
‘Het is dus een zoektocht naar balans. Van de weeromstuit willen veel mensen terug naar het archaïsche. Make America Great Again. Maak Nederland weer wit. Ja, vrienden, dat kun je wel roepen, maar dat gaat echt niet zomaar gebeuren. Aan de andere kant: als de liberale moderniteit zo blijft doordenderen, loopt dat uit op een revolte. Dan krijg je precies wat je niet wilt: een regime dat totaal breekt met de moderniteit als zodanig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant