Israëlische troepen hebben zondag in Libanon zeker 22 demonstranten doodgeschoten die probeerden terug te keren naar hun verwoeste dorpen. Israël had zondag het zuiden van Libanon moeten ontruimen, maar weigerde te vertrekken. In plaats daarvan wierp het wegblokkades op.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
Toen demonstranten ondanks de wegblokkades wilden doorlopen, openden militairen het vuur. Daarbij zouden er zeker 22 doden zijn gevallen, en raakten meer dan tachtig mensen gewond.
Het vertrek van de Israëlische troepen uit Zuid-Libanon maakte onderdeel uit van het bestand dat Israël, Hezbollah en Libanon op 26 november overeenkwamen. Zondag was de laatste van de zestig dagen die Israël had om zijn troepen terug te trekken. In plaats daarvan sloot het de wegen af.
De mensen probeerden hun dorpen te bereiken, waaronder Houla, Aitaroun en Blida. Sinds de Israëlische invasie van Libanon zijn deze grensplaatsen door Israël grotendeels met de grond gelijk gemaakt. Ook bij demonstraties bij Mais al-Jabal, Odaisseh, Rab Thalattin en Kfar Kila vielen slachtoffers.
De bewoners protesteerden bij de wegblokkades tegen de ‘flagrante schending van het vredesverdrag’ door Israël. Velen droegen vlaggen van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie waarmee Israël al jaren in oorlog is. Hezbollah is een nauwe bondgenoot van Hamas in Gaza.
Beide organisaties worden gesteund door Iran. Toen Israël na 7 oktober 2023 Gaza binnenviel, verhevigde Hezbollah zijn raketbeschietingen vanuit Zuid-Libanon op Israël, om Hamas te steunen. Dat leidde tot Israëlische bombardementen op Hezbollah-doelen in Libanon. Een groot deel van de leiding van de organisatie werd gedood bij gerichte Israëlische aanvallen, onder andere op doelen in hoofdstad Beiroet.
Op 1 oktober 2024 voerden Israëlische grondtroepen een grootscheepse invasie uit in het zuiden van het land, een gebied dat gedomineerd werd door Hezbollah. Veel strijders werden gedood, of teruggedreven tot achter de rivier de Litani.
Op 26 november bereikten Israël, Hezbollah en Libanon een akkoord. Binnen zestig dagen zou Hezbollah zich terugtrekken uit het hele zuiden van Libanon, en Israël zou vertrekken uit de op Hezbollah veroverde gebieden. Het Libanese leger zou, samen met VN-vredestroepen, posities in het zuiden overnemen om te verhinderen dat Hezbollah daar zou terugkeren.
Zondag was de laatste dag van het bestand, maar vrijdag werd al duidelijk dat Israël niet van plan was zijn troepen helemaal terug te trekken uit Libanon. Een woordvoerder van premier Benjamin Netanyahu liet weten dat Israël liever ‘een flexibele tijdlijn’ zou hanteren, wat impliceerde dat Israël langer zou willen blijven in het land.
Volgens Israël hebben het Libanese leger en de VN-macht Unifil niet aan hun verplichtingen voldaan. Hezbollah zou nog steeds actief zijn in het zuiden, en het Libanese leger zou niet sterk genoeg zijn om de gewapende organisatie weg te houden.
Israël zei de terugtrekking ‘geleidelijk’ te zullen voortzetten, ‘in volledige coördinatie met de Verenigde Staten’. De Amerikanen lijken het eens te zijn met het oprekken van het vredesakkoord. Brian Hughes, woordvoerder van de veiligheidsraad van het Witte Huis, zei dat de VS ‘een korte, tijdelijke uitbreiding van het staakt-het-vuren’ zoals Israël die voor zich ziet, ‘dringend en noodzakelijk’ vinden.
Libanon op zijn beurt beschuldigt Israël ervan dat het bewust heeft getreuzeld met de ontruiming, en dat Israël het Libanese leger opzettelijk heeft verhinderd om zijn posities in te nemen. Zaterdag sloten Israëlische tanks en bulldozers de toegangswegen naar de grensdorpen en doorgaande wegen in strategische valleien af.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant