Kees van Wonderen zei toen hij als trainer begon bij Schalke meteen dat hij geen ‘Harry Potter’ was. Wat hij wél is: een trainer die wint, zoals zaterdag van FC Nürnberg. Na de wedstrijd gunnen de uitzinnige supporters hun Nederlandse magiër geen rust. ‘Dat is het mooie van een grote club, het gaat ergens om.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Harry Potter! Harry Potter!’ Terwijl Schalke-trainer Kees van Wonderen zaterdagmiddag een tv-interviewer te woord staat op het veld na de 3-1-winst op FC Nürnberg, gillen achter de Nederlandse coach Schalke-supporters diens koosnaam.
Die heeft niets van doen met zijn achternaam, noch met het feit dat de Nederlander op jeugdfoto’s best wat weg heeft van de tovenaar uit de boeken- en filmreeks. Het komt doordat Van Wonderen bij zijn entree begin oktober bij de club uit de Tweede Bundesliga de verwachtingen wilde temperen en daarom zei: ‘Ich bin kein Harry Potter, ich habe keinen zauber… euh… stick.’ Een metafoor die hij nogmaals van stal haalde nadat de eerste drie wedstrijden onder zijn leiding verloren waren gegaan.
‘Ik weet niet hoe ik daarbij kwam. Het was de eerste vergelijking die me te binnenschoot. Mijn Duits is redelijk, maar niet geweldig. Dus je komt vaak op dezelfde termen en vergelijkingen uit. Ja, en toen is dat een soort eigen leven gaan leiden’, vertelt hij later.
Op sociale media verschenen memes, mash-ups en filmpjes van Van Wonderen en Potter. Aanvankelijk werd hij afgebeeld als een wat mislukte magiër, maar gaandeweg transformeerde hij tot iemand die volgens Schalke-supporters daadwerkelijk kan toveren. Dankzij zestien punten uit negen wedstrijden kroop Schalke weg uit de degradatiezone.
Youri Mulder, voormalig speler van Schalke en thans tijdelijk technisch directeur, vertelt op de blauwe roltrap van het stadion dat Van Wonderens veronderstelde toverkunsten al door de club commercieel zijn uitgebaat. ‘Voor een actie om aandelen van het stadion te kopen is er een foto van Kees gemaakt met ernaast het citaat: ‘Ik doe mee, want alleen samen kunnen we toveren.’ Het loopt helemaal uit de hand nu, met dat ge-Harry Potter.’ Hij lacht hard. ‘Typisch Schalke. Het schiet hier alle kanten uit, qua emoties.’
Rond de wedstrijd tegen Nürnberg overheerst vrolijkheid in de zoals altijd uitverkochte Veltins-Arena, ook doordat de supportersgroepen van beide clubs al meer dan vijftig jaar bevriend zijn. Fans in bordeauxrood en koningsblauw staan naast elkaar aan statafels bier te drinken, op de tribunes wapperen rood-blauwe vriendschapsvlaggen. De bewegingen en het gezang van de immense Nordkurve tijdens het duel zijn zo eendrachtig dat het lijkt alsof de blauwe meute wekenlang onder handen is genomen door een choreograaf en zangcoach. ‘Schalke, nur du alleine, bist meine Liebe, mein ganzes Le-ben’, klinkt het.
‘En dan onze trainer… Kees! Kees! Kees!’, gilt de stadionspeaker nadat hij de spelers van Schalke heeft aangekondigd. Vanuit bijna 60 duizend kelen klinkt het: ‘Van Wonderen!’
Ter verhoging van de feestvreugde speelt Schalke vooral in de eerste helft energiek en komt het snel op 2-0. Na rust dringt het getalenteerde Nürnberg aan, maar Schalke sleept op wilskracht de overwinning over de streep. Blauw jubelt, rood klapt.
Alleen de polderversie van Harry Potter is na afloop niet uitzinnig. ‘Het wordt stabieler, maar we hadden ook problemen met de zeer goede tegenstander waardoor het voor mij toch onrustig was’, zegt Van Wonderen tegen een pluk Duitse persmensen nabij de als een mijnschacht vormgegeven spelerstunnel.
Een verslaggever: ‘Het is toch rustiger dan een paar weken geleden.’
Van Wonderen: ‘Ik vond dit de meest onrustige wedstrijd die ik heb meegemaakt.’
De verslaggever: ‘U heeft nog veel, euh, beren op de weg gezien, zoals u dat zegt?’
Van Wonderen, lachend: ‘Ik heb ze veel gezien, maar toch ging het nog goed.’
Verderop staat de trainer van Nürnberg, gekleed in een flodderig zwart trainingspak. Hem wordt niets gevraagd. Het is Miroslav Klose, 137-voudig international en WK-topscorer aller tijden. ‘Alle aandacht is voor jou. Ik wacht wel, hoor Kees’, zegt hij grijnzend.
Van Wonderen: ‘Sorry Miro, ik kom eraan.’
Samen lopen ze naar de persconferentiezaal. Er volgen aardige woorden over en weer. ‘Miroslav Klose. Legende natuurlijk. Goede trainer ook, hoor’, zegt Van Wonderen later tegen de Volkskrant.
Zijn eigen cv als speler is bescheidener, met vijf interlands, eind jaren negentig. Een daarvan speelde hij toevallig iets verderop, in het oude stadion van Schalke, waar Nederland van Ierland won op het EK van 1988, maar waarvan alleen nog een lichtmast en een staantribune over zijn. ‘Ik zie hier ook allemaal foto’s van mannen die ik vroeger op Sportschau zag. Olaf Thon. Klaus Fischer. Gaaf.’
Van Wonderen komt uit Bennekom, niet heel ver van de Duitse grens. ‘Met Duitsland had ik wel wat. Er zijn zo veel grote clubs.’
Hij was langdurig assistent bij FC Twente, dat ook een vriendschapsband heeft met Schalke. Daarna was hij succesvol hoofdtrainer bij Go Ahead Eagles, dat hij vanuit de eerste divisie naar de middenmoot van de eredivisie bracht. Vervolgens bij Heerenveen schommelden de resultaten en de waardering voor hem. Hij was toe aan rust. Een aantal aanvragen van clubs om op gesprek te komen hield hij af. ‘Maar hierover was ik meteen superenthousiast. Je hebt het toch gezien net? Volle bak die tekeergaat, en dat is elke week zo. Ik had niet verwacht dat zo’n club op mijn pad zou komen.’
Schalke heeft iets met Nederlanders, zegt Schalke-supporter Mark Pavlovski, blauw-witte pet, nippend van een grote pils, net buiten het stadion. Hij spreekt over Huub Stevens en Youri Mulder, met wie in 1997 de Uefa Cup werd gewonnen en daarna bijna de Duitse titel. Met Klaas-Jan Huntelaar in de spits kende Schalke fraaie Champions League-avonden. ‘Wij houden van Hollanders.’
Van Wonderen slaagt er die avond maar moeilijk in zijn appartement in een buitenwijk van Gelsenkirchen te bereiken. Hij wordt voortdurend gevraagd om uit te stappen voor een foto. ‘Je krijgt het gevoel van de fans heel direct terug, maar als ze het niks vinden, hoor je dat ook. Heel extreem, dat is het mooie van een grote club. Het gaat ergens om.’
Gesloten mijnen en pijpen waaruit smerige walmen opstijgen, domineren het landschap. Schalke is alles voor mensen in Gelsenkirchen en wijde omgeving, merkt de Engels-Nederlandse Schalke-verdediger Derry Murkin. ‘In andere steden heb je ook andere dingen waar men trots op is, in deze omgeving draait alles om Schalke. Iedereen loopt in een Schalke-trui, iedereen heeft een Schalke-sticker op de bumper. Ze zitten overal. Laatst in Amsterdam zag ik zelfs een Schalke-sticker.’
Vorig seizoen was al een spannend seizoen, met eveneens dreigende degradatie uit Die Zweite. Door het wegvallen van de Russische sponsor Gazprom en het grote stadion, dat eigenlijk Champions League-opbrengsten vereist, ligt een faillissement dan direct op de loer.
Dit seizoen zakte de club weer weg, de Belgische trainer Karel Geraerts en diens landgenoot en technisch directeur Marc Wilmots werden ontslagen. ‘Er is meer structuur, meer duidelijkheid onder deze trainer’, vindt Murkin. ‘Dat is belangrijk, want er zijn veel jonge spelers. Afspraken moeten helder zijn, want je kunt elkaar in dit stadion haast niet verstaan.’
Aanvoerder Kenan Karaman: ‘Je hebt trainers die hun wil doordrukken, ongeacht wat spelers zeggen. Kees vraagt ons voortdurend of we ons prettig voelen bij zijn ideeën.’
Dat er nu veel Hollands in plaats van Belgisch bloed door het technisch kader stroomt was een idee van selectie- en stafsamensteller Ben Manga, afkomstig uit Equatoriaal-Guinea.
Van Wonderen leerde hem kennen bij Go Ahead Eagles, waar Manga als afgevaardigde van Eintracht Frankfurt een samenwerkingsverband wilde opzetten, en overtuigde hem tijdens gesprekken door nauwgezet de kracht en zwakte van de huidige selectie aan te geven. Zijn voorganger Geraerts kraakte in een interview de organisatie bij Schalke. ‘Binnen een kwartier stonden gesprekken die we intern voerden online. Er zijn veel geledingen, iedereen trekt zijn eigen plan. Het is voor een trainer onmogelijk om er succes te hebben.’
Van Wonderen stelde altijd te hechten aan een stabiele organisatie bij zijn keuze voor een club. ‘Die is hier wel’, zegt de Nederlander. ‘Ik vind het zelfs hartstikke stabiel. Zeker met Youri erbij als link tussen alle technische mensen. De onrust zit hem erin dat dit een club is die in de Bundesliga hoort. Er komt veel naar buiten, er is ook veel media-aandacht. Ik heb er geen last van, want ik lees het niet. Maar net als bij Feyenoord willen mensen iedere dag weten wat er gaande is.’
Hij ziet veel gelijkenissen met Feyenoord, waar hij lang speelde, behoudens het huidige sportieve niveau. Bij Ziggo-praatprogramma Rondo zei Van Wonderen in mei nog dat hij zich niet klaar voelde voor Feyenoord. ‘Dat zei ik ook om van die eeuwige vragen over of ik trainer van Feyenoord wil worden af te zijn. Dat is gewoon niet relevant. Ik vind het daarnaast leuker om bij een nieuwe club binnen te stappen. Bij Feyenoord zie ik nog steeds dezelfde mensen rondlopen.’
Aanvankelijk vroeg hij zich wel af waar hij aan was begonnen. ‘Er was sportief echt veel te doen. Vandaar die uitspraak over dat ik geen Harry Potter ben. Ik had ook die van mijn oude trainer Leo Beenhakker kunnen gebruiken. Die zei ooit op de vraag wat er met het Duitse voetbal moet gebeuren: ‘Haben sei eine Stunde?’ In het begin was het een gevecht, ze kregen verschrikkelijk veel tegendoelpunten, dus je speelt wat defensiever. Maar ik merkte dat die speelwijze niet bij de spelers en de club past. Er moet hier wat gebeuren, je moet druk naar voren geven. Tegelijkertijd moet je achterin stabiel zijn. Langzamerhand krijgen we dat erin.’
Mulder dolt ondertussen met Duitse journalisten en Schalke-medewerkers. ‘Ik probeer voor wat ontspanning te zorgen, de Nederlandse humor. Doet Kees ook, we zijn heel benaderbaar.’
Ook Mulder ging laatst viraal. Tijdens een interview wilde hij een uitspraak afkloppen, zocht naar hout en tikte vervolgens op het hoofd van een verslaggever van Bild Zeitung. ‘Ah Bild Zeitung, die hebben zaagsel in hun hoofd.’
Mulder: ‘Zo gaan die dingen hier. Kees voelt zich allesbehalve Harry Potter. Maar ja, van die bijnaam komt-ie voorlopig niet af. Daar weet men in Duitsland wel raad mee.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant