Andere mensen maken er altijd een heel ding van als hun kind de leeftijd van 10 bereikt en ik ga daar altijd in mee, zo van: o joh echt wat gaat de tijd toch snel hè en ach wat groeien ze toch hard en tjee nu is het een tiener, een tiener! Terwijl ik dan eigenlijk altijd denk: tja, gister was het 9, vandaag is het 10. Een tiener ja. Big deal, who cares.
En nu wordt die van mij 10. We maken een boekje met foto’s van de afgelopen tien jaar en ik scroll door de gigantische chaos die de fotobibliotheek op mijn telefoon is. Op een van de eerste foto’s die ik van haar heb, ligt ze op een kussen naast mijn vrouw in bed. Ze is een nacht oud en heeft haar ogen dicht. Mijn wereld is net volledig op zijn kop gezet, alles is anders, maar nu is het stil. Ja, die moet in het boekje.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
En die ene dat ze allemaal groen goor eten op haar gezicht heeft ook. En die zonder voortand. En die in Frankrijk, dat ze woest is op haar moeder als die om een stukje van haar croissant vraagt. En die ene waarop ze haar zusje voor het eerst vast houdt. Uiteindelijk blijft er een selectie over waarin ze van klein wormpje met het kapsel van Herman van Veen verandert naar een prachtig meisje met lang dik haar.
Ik wijs mijn vrouw op een foto waarop ze een paar maanden oud is. Ik weet nog hoe ik me voelde toen. ‘Dit lijkt voor mij nog steeds gisteren.’
Vandaag moet ik haar ophalen van dansles. Ik ben wat eerder en kijk stiekem door een openstaand deur de zaal binnen. Ze draagt een stoere zwarte hoodie van haar moeder. Sierlijk strekt ze haar armen omhoog en maakt een boog boven haar hoofd. Dan draait ze om haar as en kijkt ze in mijn richting, maar ze heeft me niet gezien.
De docent roept de klas bijeen om te oefenen wat ze vandaag hebben geleerd. Ze doen een moderne dans op Paul de Leeuws Ik heb je lief, alleen dan gezongen door Kimberly Fransens.
’k Weet niet of je zit te wachten.
Twee hupjes opzij.
Op een vriendelijk woord van mij.
Een pirouette.
Als ik jou oproep in gedachten.
Ze gaat naar de grond, maakt zich lang, drukt zich op.
Maakt me dat veel beetjes blij.
Ze gaat zitten en buigt zich over haar knieën heen.
Ik sta naar binnen te gluren en neem me voor om niet te huilen op Ik heb je lief terwijl ik naar mijn dansende kind kijk. Kom nou godverdomme op zeg, het is hier geen RTL4-programma.
Maar
ik heb je lief mijn hele leven
nu gebeurt
’t is veel meer dan houden van
het toch.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns