Home

De Italiaanse schaatser Davide Ghiotto gaat volgend jaar op de Spelen in zijn thuisland minstens één keer goud winnen

Davide Ghiotto schaatste zaterdag in Calgary naar een wereldrecord op de 10.000 meter. De Volkskrant sprak de schaatsende filosoof, die pas sinds zijn 19de op het ijs staat. Over zijn ambities, die zijn toegenomen sinds hij tussen Nederlandse schaatsers verkeert. En over het mogelijk naderend einde van zijn carrière.

is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan van de Volkskrant. Ze woont in Rome.

Volgend jaar, op de Winterspelen van Milaan-Cortina, gaat de gouden medaille op de 10.000 meter naar Italië. Tenminste, als het aan sterschaatser Davide Ghiotto (31) ligt. Zelf zou hij zijn doelstelling trouwens nooit zo stellig verwoorden. Want zo vastbesloten als Ghiotto in oktober naar een (niet-erkend) nieuw wereldrecord op de 10 kilometer racete, zo bedachtzaam analyseert hij zijn eigen prestaties bij een espresso en een ricotta-chocoladetaartje in een Romeinse koffiebar.

Het is half december als de Volkskrant hem spreekt. Ghiotto is met zijn gezin vanuit Noord-Italië afgereisd naar de hoofdstad, om een onderscheiding van de nationale sportbond in ontvangst te nemen. Die kreeg hij eerder al voor zijn individuele prestaties, maar dit jaar krijgt hij de prijs samen met twee teamgenoten voor winst op de ploegenachtervolging, tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen in Japan. Ook de ploegenachtervolging is een doel van Italië tijdens de Spelen.

Neiging tot reflectie

Bij dezelfde wedstrijd, eind november, won Ghiotto ook de 5.000 meter. De 10.000 meter, zijn sterkste afstand, stond er niet op het programma, maar daar is de schaatser niet rouwig om. ‘Ik vind 5.000 een leukere afstand, al ben ik beter op de 10.000.’

Over de verklaring heeft Ghiotto uiteraard ook al nagedacht, en zijn voorkeur heeft precies met diezelfde neiging tot reflectie te maken. Op de 10 kilometer is daar te veel tijd voor, vindt de winnaar van het brons op de Winterspelen van Beijing in 2022. ‘Op de 5 moet je gewoon hard gaan. Je kunt nergens anders aan denken.’

Het mag dan niet zijn favoriete afstand zijn, maar Ghiotto ontpopt zich steeds meer tot de koning van de 10 kilometer. In 2024 haalde hij op die afstand goud op de WK afstanden. En eind oktober bevestigde hij zijn reputatie opnieuw, door tijdens een trainingswedstrijd in het Duitse Inzell een officieus wereldrecord te rijden. Ghiotto was 4 seconden sneller dan de Zweed Nils van der Poel tijdens diens gouden race op de Spelen in Beijing.

De tijd gaat alleen niet de boeken in, omdat er geen officials van de schaatsbond aanwezig waren en er geen dopingcontroles plaatsvonden. Balen, zucht de schaatser, want dat kunststukje herhalen is niet eenvoudig. Op het aanstaande Europese kampioenschap allround in Thialf is de 10.000 meter de vierde afstand. Met anderhalve dag aan wedstrijden in de benen is de kans op herhaling daar dus nihil.

Voor een wereldrecord moet je je bovendien mentaal vrij voelen, mijmert Ghiotto. ‘Je moet niet bang zijn om het risico te nemen te hard te gaan, in te storten en de wedstrijd te verliezen.’ Eén ding is duidelijk: vlak achter Olympisch goud staat op zijn wensenlijstje ook dat verdomde wereldrecord, waarvan hij al weet dat hij het in de benen heeft.

Van skaten naar ijs

Langebaanschaatsen is een opvallende keuze voor een man uit een land waar ijs normaal gesproken alleen wordt gegeten. In heel Italië bestaan slechts twee officiële 400 meter lange schaatsbanen, in Collalbo en in Baselga di Piné. Beide liggen in de autonome regio Trentino-Alto Adige (Trentino-Zuid-Tirol), tegen de Oostenrijkse grens aan. Want voor zover men in Italië sportief schaatst, gebeurt dat in de bergen, als variatie op het populairdere skiën. Ghiotto komt uit Noord-Italië, maar niet uit de bergen: hij groeide iets zuidelijker op, in een dorp aan de rand van de Povlakte, vlak bij de stad Vicenza.

Het begon allemaal met zijn oma, die hem toen hij een jaar of 6 was meenam naar de lokale skeelerbaan. De kleine Davide, zoon van een profwielrenner, vatte een passie op voor inlineskaten. Maar omdat dat geen olympische sport is, besloot de duidelijk getalenteerde Ghiotto later in Trento te gaan studeren, relatief dicht bij een van de twee officiële schaatsbanen, om zo zijn geluk op het ijs te beproeven. Voor die tijd had hij ’s winters weleens voor de lol geschaatst – de dichtstbijzijnde baan ligt op twee uur rijden van zijn dorp – maar hij begon pas serieus met de sport als student.

Met die keuze haalde Ghiotto, zoals voor elke niet-Nederlandse schaatser geldt, ook ons kleine land zijn leven binnen. De Italiaan komt sindsdien elk jaar voor wedstrijden naar Heerenveen, en leerde veel Nederlandse concurrenten kennen.

‘De rivaliteit duurt alleen die paar minuten op de baan’, zegt Ghiotto. ‘Daarbuiten gaan we goed met elkaar om. We hebben bewondering voor elkaars prestaties.’ Hij denkt met plezier terug aan die keer dat concurrent Patrick Roest hem tijdens een EK uitnodigde om ’s avonds mee te gaan naar het café. En ook als het woord ‘Thialf’ valt, breekt er op Ghiotto’s gezicht direct een brede lach door.

Hooguit dertig man

Een publiek van 12.500 mensen dat voor hem op de banken staat, daarvan had hij als kleine inlineskater niet kunnen dromen. Zelfs als nieuwbakken topschaatser kon hij zijn ogen amper geloven. In Italië staat er bij een schaatswedstrijd hooguit dertig man langs de kant, legt Ghiotto uit. ‘Alleen familie en vrienden, want de baan is buiten, in de kou en regen, en ver weg van het stadscentrum.’

Langebaanschaatsen is in Italië een marginale sport. Toch was Ghiotto in Beijing niet de eerste Italiaan die olympisch eremetaal won: Enrico Fabris ging hem bij de Winterspelen in Turijn van 2006 voor met goud op de 1.500 en brons op de 5.000 meter. Bij die Spelen won Italië ook de ploegenachtervolging.

In 2018 won Nicola Tumolero als tweede Italiaan een individuele schaatsmedaille, brons op de 10.000 meter. Bij de vrouwen veroverde Francesca Lollobrigida vier jaar later in Beijing een zilveren medaille op de 3.000 meter en een bronzen medaille op de massastart.

Weinig schaatsenthousiasme

Het professionele schaatsen lijkt dus voorzichtig in de lift te zitten, maar breed enthousiasme voor de sport is er in Italië nog altijd niet, erkent ook Ghiotto. Hij hoopt dat succes van de schaatsploeg op de Winterspelen in Milaan en Cortina, die in februari 2026 plaatsvinden, daarin verandering kan brengen. Maar de schaatser is ook realistisch: zonder faciliteiten en traditie is het moeilijk om enthousiasme voor de sport te wekken.

De baan van de Winterspelen van 2006 in Turijn is inmiddels al jaren uitsluitend nog in gebruik als expositiehal. De ijsbaan in Milaan waar de wedstrijden tijdens de komende Spelen zullen worden afgewerkt, moet nog gebouwd worden en zal na afloop weer worden afgebroken.

De minimale interesse voor schaatsen weerspiegelt zich ook in de verdiensten van de sporters, die in Italië veel lager liggen dan in Nederland. Commerciële ploegen bestaan niet en sponsorinkomsten zijn verwaarloosbaar, zelfs voor een topper als Ghiotto, simpelweg omdat vrijwel niemand in Italië hem kent.

Maar vergeleken met veel andere landen hebben de Italiaanse beoefenaars van kleine sporten het juist weer goed voor elkaar. Ze kunnen via een regeling in dienst treden van de politie of het leger, waarvoor ze tijdens hun actieve carrière niet hoeven te werken, maar waarmee ze zich wel verzekerd weten van een inkomen.

Zo maakt Ghiotto deel uit van de Guardia di Finanza, het Italiaanse equivalent van de Fiod. Vooralsnog houdt hij zich niet bezig met het bestrijden van de belastingontduiking, maar tijdens de medailleceremonie in Rome, een dag na het interview, betreedt hij het podium wel in het grijze politieuniform.

Rijk wordt hij er zeker niet van, beaamt Ghiotto. Toch ziet de sporter ook de voordelen in van het beloningssysteem van zijn land, waar de arbeidsmarkt traditioneel onzeker is en een posto fisso (vast contract) daarom voor velen geldt als het hoogst haalbare. Ook voor Ghiotto, die blij is met de garantie dat hij na zijn sportcarrière gewoon voor de Guardia di Finanza mag blijven werken – al zal hij dan wel echt op zoek moeten naar belastingontduikers.

Een underdog

Op de ijsbaan voelde de Italiaan Ghiotto zich zeker in het begin een underdog tussen de Nederlandse sterren, die het uitspreken van grootse ambities niet schuwen. ‘Toen vond ik ze in interviews weleens arrogant’, zegt Ghiotto. Later begon hij ze, door gesprekken met een van zijn trainers, oud-schaatser Matteo Anesi, beter te begrijpen.

Anesi is getrouwd met oud-schaatster Marrit Leenstra en kent de Nederlandse schaatswereld dus als geen ander. ‘Hij legde me uit dat de Nederlanders zo ambitieus móéten zijn. Dat verwacht het publiek. Maar ook tegen sponsoren, die flink betalen, kun je niet zeggen: we zien wel hoe het gaat.’

Als beste schaatser van Italië en internationale topper begrijpt Ghiotto die druk tegenwoordig ook uit eigen ervaring beter. ‘Ik ben het referentiepunt voor het schaatsen in Italië. Ik kan niet meer zeggen: we zien wel. Ik ga naar de Olympische Spelen om te winnen.’

Voor dat doel moet alles wijken. Het betekent dat hij in de zomer trainingsweken van 35 uur aantikt. ’s Ochtends vier uur op de racefiets, ’s middags een uur of twee skaten of in de sportschool, en dat zes dagen per week. ‘Soms ga ik op zondag, mijn rustdag, ook fietsen, omdat mijn vrienden uit de buurt me dan meevragen.’

Hij heeft er discussies over met zijn trainers, maar Ghiotto is overtuigd en eigenwijs genoeg om zijn eigen plan te trekken. ‘Rust is belangrijk, maar niet omdat iemand dat voor me op een schema heeft geschreven’, zegt hij stellig. ‘Als ik aan mijn lichaam voel dat ik herstel nodig heb, neem ik het.’ Zijn vermogen om hard te trainen is een van zijn sterkste punten, meent Ghiotto.

Bang voor vernieuwing

Hij staat dichter bij zijn 40-jarige trainer Anesi dan bij de 68-jarige Italiaanse bondscoach Maurizio Marchetto. Er is een generatieverschil, zegt de schaatser diplomatiek. ‘Maar ook veel wederzijds respect.’ In de Nederlandse schaatswereld ziet hij meer ruimte voor een jonge generatie trainers. ‘Italië is bang voor vernieuwing’, stelt Ghiotto vast. ‘We zijn erg gehecht aan traditie, aan hoe we de dingen altijd deden.’

Zelf heeft hij met cultureel conservatisme niet veel op. Het blijkt ook uit zijn studiekeuze – filosofie – en zijn afstudeeronderwerp: de ethiek van suïcide. In zijn scriptie Etica e morale del suicidio analyseerde de schaatser oordelen van filosofen over zelfdoding, vertrekkend vanuit zijn favoriete filosoof Schopenhauer.

Hij koos het thema niet omdat hij in zijn eigen omgeving ervaring heeft met het onderwerp, maar juist omdat hij vindt dat er in Italië te weinig over wordt gesproken. ‘Het is taboe, net als euthanasie’, ziet hij. ‘Daardoor begrijpen we niet hoe mensen tot zulke beslissingen komen. En volgens mij geldt voor elk probleem dat je er eerst over moet praten, voordat je het kunt oplossen.’

Alles voor Milaan-Cortina

Vier jaar na zijn afstuderen spreekt hij nog altijd vol passie over de filosofie. Ooit zou hij nog wel een master willen doen. De afgelopen jaren pakte hij er weleens een filosofieboek bij, maar in zijn eentje Sein und Zeit van Heidegger lezen na een fietstraining van vier uur bleek toch iets te ambitieus.

Bovendien heeft hij het sinds de geboorte van zijn zoon Filippo, nu drie jaar, al druk genoeg buiten het schaatsen. Dit jaar verwachten Ghiotto en zijn vriendin hun tweede kind. Het vaderschap heeft hem de sport niet doen relativeren, integendeel, het resulteert erin dat hij zijn werk juist nog serieuzer neemt. ‘Er is nu iemand afhankelijk van mij. Het gaat niet meer alleen om mijn eigen succes, maar ook om zo veel mogelijk geld verdienen, zodat ik hun een rustiger leven kan geven.’

Zijn gezin is ook een reden dat de Spelen van Milaan-Cortina best eens de laatste zouden kunnen zijn. Want het schaatsleven is een aaneenschakeling van reizen en weg van huis zijn. Niet alleen voor wedstrijden, maar zelfs als hij tijdens het winterseizoen in Italië traint. De schaatsbaan in Collalbo, waar de nationale ploeg traint, ligt op drie uur rijden van zijn woonplaats, dus Ghiotto en zijn teamgenoten verblijven daar vaak in trainingskamp.

Het maakt dat hij soms al voorzichtig fantaseert over een leven na het schaatsen, waarin hij naast het oppakken van de filosofie ook al één ander plan heeft: zijn gezin meenemen naar een wedstrijd in Thialf, om het schaatsspektakel eens samen en van de andere kant te beleven.

Maar zover is het nog niet. Zeker nog een jaar offert Davide Ghiotto graag alles op, om volgend jaar in Milaan voor eigen publiek – voor één keer meer dan dertig man – zo veel mogelijk medailles binnen te slepen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next