Home

De zeehond ligt opnieuw onder vuur: ‘Gevolg van succesvol lobbywerk’

Scandinavische landen willen meer zeehonden bejagen. Er zouden er zoveel van zijn dat ze de visserij in de weg zitten. Onderzoekers komen tot heel andere bevindingen.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

‘Ze eten 5 kilo vis en beschadigen materiaal van vissers: Europa zet deur open voor jacht op zeehonden’, luidde de alarmerende kop waarmee het AD vorig jaar zomer oude wonden openreet. Het collectieve trauma: de beelden die door actievoerders van dierenbeschermingsorganisaties waren gemaakt van bloederige taferelen waarin pelsjagers in Canada en Groenland jonge zeehondjes doodknuppelden. Hoewel die praktijk onder druk van de publieke opinie grotendeels verboden werd, bestaat ze nog altijd. Ook wordt de zeehond in enkele Europese landen nog bejaagd, waarover straks meer.

Nu ligt de zeehond opnieuw onder vuur in Europa. Niet om z’n huid, maar omdat er volgens vissersorganisaties in Estland, Finland en Zweden zoveel van zijn dat er te weinig vis over zou blijven. De ‘tol’ van het verbod op handel in zeehondenbont, waardoor er ook minder op de dieren wordt gejaagd. In reactie ging de Europese Commissie vorig jaar zomer over tot een ‘consultatieronde’ om te polsen of de regels omtrent handel in zeehondenbont nog voldoen of aanpassing behoeven.

De respons was overweldigend: meer dan zeventienduizend EU-burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties reageerden, waarvan 94 procent zich uitsprak tegen versoepeling van de regels en eventuele jacht. Die publieksenquête bleek in augustus zó uitgesproken dat de uitslag al snel betwijfeld werd: de deelnemers zouden zijn gestuurd door campagnes van dierenbeschermersorganisaties.

Daarom besloot de EC ook zelf belanghebbenden te enquêteren, een rapport over die bevindingen wordt een dezer dagen verwacht. Intussen is de publiciteit allang verstomd, want na de aankondiging van de consultatie hebben media er nauwelijks meer aandacht aan besteed.

Gewone en grijze zeehond

Zo gaat het vaker in de Europese politiek, waar lobby’s van boeren, vissers en jagers de rechtse en populistische leiders weten te vinden. Soortgelijke geluiden klonken twee jaar geleden over de aalscholver, die zou oprukken en te veel vis zou wegeten in de ogen van de visserij. Dat strookt niet met wetenschappelijke inzichten: de aalscholver neemt juist af in aantal, en uit onderzoek bleek dat de vogel vooral kleine vis als spiering en pos eet, oninteressant voor de visserij.

Nu de wolf na 150 jaar is teruggekeerd en het roofdier slecht beschermde schapen aanvalt, klinkt de roep om afschot ook weer, al wijst ecologisch onderzoek keer op keer uit dat jagen geen oplossing is, omdat vrijgekomen territoria snel worden ingenomen door andere dieren.

Afschieten van zeehonden gebeurt al in sommige Europese landen. In Zweden bijvoorbeeld geeft de overheid vergunningen af voor het schieten op de gewone en grijze zeehond, wanneer die schade aan bijvoorbeeld visboerderijen op zee zouden toebrengen.

Op internet zijn bij Zweedse commerciële aanbieders arrangementen in de aanbieding voor het schieten van een zeehond. Een van de aanbieders biedt een driedaagse jachttrip per boot met in totaal zes schietsessies, met elke sessie kans om een zeehond te schieten. Kosten: 3.250 euro, maar: ‘Slagingskans van 100 procent’, zo belooft de ondernemer.

Volgens de officiële cijfers werden in de Zweedse wateren in 2011 nog 72 grijze zeehonden geschoten, in de jaren daarna liep het aantal gestaag op, met in 2020 een piek van 1.114 dieren. Het laatst bekende cijfer dateert van 2023, toen 740 grijze zeehonden werden geschoten.

Noorwegen schiet verhoudingsgewijs meer gewone zeehonden: sinds 2011 schommelen de aantallen tussen 230 (in 2011) en 511 (in 2013). Ook Denemarken, Finland en Estland blazen een partijtje mee.

Het zijn oude reflexen en sentimenten. Maar wat zijn de feiten? Hoe gaat het werkelijk met de zeehond in Europa? Niet zo best, zegt Sophie Brasseur, zeezoogdieronderzoeker bij Wageningen Marine Research en (tijdelijk) voorzitter van de WGMME (Working Group Marine Mammal Ecology) van de onderzoeksorganisatie International Council for the Exploration of the Sea (ICES). Die laatste instantie brengt de stand van zeehonden (en walvisachtigen) in kaart in een jaarlijks rapport.

Wat blijkt: vooral in de Baltische zee, rondom de landen die in EU-verband aandrongen op een minder beschermde status voor de zeehond, zijn de ontwikkelingen zorgwekkend: de populaties zeehonden nemen al achttien jaar af, aldus het rapport.

Perspectief van de vorige eeuw

Maar het ging de laatste jaren toch juist beter met de zeehond? Volgens Brasseur is de buitenstaander onbedoeld in slaap gesust: ‘Velen kijken vanuit het perspectief van de laatste helft van de vorige eeuw. Toen ging het – als gevolg van de eeuwenlange jacht, later ook door vervuiling – heel slecht met de zeehondenpopulaties, sindsdien zijn ze in aantal toegenomen. De grijze zeehond is zelfs ‘teruggekomen’ terwijl die in de Middeleeuwen vrijwel was uitgestorven. Dat was niet zozeer een grandioze opleving, als wel het herstel naar een enigszins normale populatie. Die zijn we vervolgens gaan zien als uitzonderlijk hoog en goed.’

De werkelijkheid is anders, zegt Brasseur, zelf betrokken bij zeehondentellingen in onder meer de Waddenzee. De ongeveer veertigduizend gewone zeehonden in de internationale Waddenzee van Nederland, Duitsland en Denemarken krijgen elk jaar zo’n tienduizend jongen, maar sinds ongeveer 2013 verdwijnen die ook weer, om onduidelijke redenen. Het gevolg: de populatie veroudert en krimpt.

Als meest waarschijnlijke oorzaak worden de laatste tijd vaak de uitdijende windmolenparken op zee genoemd, maar volgens Brasseur is dat slechts onderdeel van iets groters: de sterk toegenomen menselijke activiteit op zee. ‘De Noordzee werd bijvoorbeeld al langere tijd intensief bevist, maar ander menselijk gebruik is sinds kort enorm toegenomen. De grote hoeveelheden windmolenparken worden inmiddels een paar keer per week bezocht door diverse manschappen voor bijvoorbeeld onderhoud en controles. Door de parken zijn doorvaartroutes versmald, terwijl de scheepvaart toenam. Al met al dus steeds hogere druk op een krimpend gebied – daar is de zeehond mogelijk de dupe van.’

Kan de sterfte onder jonge zeehonden te maken hebben met voedseltekorten door overbevissing? Dat is moeilijk te zeggen, volgens haar: ‘Zeehonden worden wel redelijk nauwkeurig geteld, maar ze zitten 80 procent van hun tijd in de open zee. Hoe kunnen we weten of daar minder voedsel te halen valt dan pakweg tien jaar geleden? Overleden zeehonden onderzoeken op hun maaginhoud geeft een vertekend beeld, want dat zegt alleen wat die ene zeehond op het laatst heeft gegeten.’

Volgens Brasseur is het zeer de vraag of zeehonden de vangst bedreigen van vissers, zoals hun organisaties zeggen: ‘Het komt in de natuur zelden voor dat een predator zoveel eet dat hij z’n prooi-populatie aantast. Dat zou op termijn het einde van de eigen soort betekenen. Zeker een langlevende soort als de zeehond, die wel 20 jaar kan worden, doet dat niet. Daarnaast is het maar zeer de vraag of zeehonden wel op dezelfde soorten azen als de visserij. Het klinkt misschien vreemd, maar we weten helemaal niet goed welke vissoorten de zeehond het meeste eet op volle zee. Omdat dat zo moeilijk te onderzoeken valt.’

‘Gevolg van succesvol lobbywerk’

Het eerdergenoemde ICES-rapport noemt het idee dat er te veel zeehonden zijn en dat ze de visserij bedreigen ‘het gevolg van succesvol lobbywerk’. Uit dat rapport blijkt al een forse toename van de jacht in de afgelopen jaren. De toegestane jachtquota voor grijze zeehonden waren volgens ICES in de Oostzee de afgelopen jaren zo hoog, dat ze een serieuze bedreiging vormen voor de populatie. Terwijl veel zeezoogdieren volgens het rapport te lijden hebben onder zaken als watervervuiling, onderwatergeluiden, klimaatverandering, (onbedoelde) bijvangst van de visserij en de afgelopen jaren uitbraken van het vogelgriepvirus, is de jacht voor zeehonden nog een specifieke factor van belang.

Zo wijst het ICES-rapport op onderzoeken uit 2023 en 2024 naar de populaties van grijze zeehonden in de Oostzee, die beide tot de conclusie kwamen dat er een ‘dringende noodzaak’ is om instandhoudingsmaatregelen te treffen om de gevolgen van jacht en bijvangst tegen te gaan. Een ander onderzoek concludeerde dat de jachtquota die de landen rondom de Oostzee afgelopen jaren hanteerden voor de jacht op zeehonden te hoog zijn geweest en daardoor bijdragen aan de afname van de populaties.

Eenzelfde conclusie trokken wetenschappers over de zeehonden in Kattegat, de nauwe zeestraat tussen Zweden en Denemarken die de Noordzee met de Oostzee verbindt. Juist door de combinatie van drukfactoren kan de jacht daar de populatie gewone zeehonden bedreigen, concludeerden de onderzoekers.

Het wachten is op de Europese Commissie, maar vooralsnog hebben zeehonden meer aan wetenschap dan aan politiek.

Verstrikt in zwerfafval

In Nederland is de jacht op zeehonden niet aan de orde. De drie zeehondencentra in Nederland zien wel een toename van zeehonden die verstrikt raken in zwerfafval. Afgelopen jaar waren er 77 meldingen van verstrikte dieren, veel meer dan in de jaren daarvoor. Dat meldde onlangs het Seal Response Team, dat is opgericht door de drie centra.

Afgelopen jaar overleefden acht zeehonden de verstrikking niet. Ook is een belangrijk deel van de zeehonden (31) na de eerste melding niet meer gevonden. Van deze dieren is dus niet duidelijk of ze het hebben overleefd. Twee zeehonden konden zichzelf bevrijden. In de meeste andere gevallen kon een zeehondenwachter het beest weer vrij krijgen.

Een pup had het scherpe koord van een wensballon in haar bek, dat kon worden verwijderd. Een zeehond die eind 2024 naar Ecomare op Texel werd gebracht, spuugde een aanzienlijke hoeveelheid houtjes uit.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next