Meerdere gemeenten stoppen met het inhuren van stichting Vluchtelingenwerk voor het begeleiden van statushouders, en uiteraard denk ik aan het politieke klimaat. Vluchtelingenwerk begeleidt al decennialang vluchtelingen, met vrijwilligers en betaalde krachten, vaak in opdracht van gemeenten, maar heeft ook een luide stem in het debat over asiel: ‘harteloos’ noemt de organisatie het kabinetsbeleid. Dit zal dan wel het antwoord zijn van de rechtse politiek.
De werkelijkheid zit iets anders in elkaar.
Een paar weken terug krijg ik een bericht van vrijwilliger Simon Waley uit Heerenveen, die ineens te horen heeft gekregen dat de gemeente na 35 jaar stopt met Vluchtelingenwerk – het Afghaanse gezin dat hij bijstaat, bezoekt hij sindsdien maar als ‘vriend’. Met medevrijwilliger Gerlof de Boer zit hij in een café om de gevolgen te schetsen. Hun belangeloze werk wordt overgenomen door twee parttime ‘participatiecoaches’; de twintig vrijwilligers mogen verder als ‘integratiebuddy’s’ maar die houden het op drie na voor gezien. Het is geen gemakkelijk werk, zegt Simon. ‘Wij gaan langs, bouwen een vertrouwensband op. Vluchtelingen zijn bezig met overleven, daar moet je oog voor hebben.’
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vluchtelingenwerk heeft een nationale kennisbank, zegt Gerlof, daar kunnen ze altijd op terugvallen; de stichting biedt vrijwilligers cursussen en advies, bijvoorbeeld over het omgaan met psychosociale problemen. ‘Dat valt weg.’ Als ingenieur bij een bedrijf dat drijvende windmolens ontwerpt ‘hou ik van rekenen, maar ook van mensen, daarom ben ik dit vrijwilligerswerk gaan doen. Het is intens, maar het verruimt wel je blik’.
Maar nu Heerenveen ‘eigen regie wil hebben op de inburgering’ stopt hij ermee.
Noardeast-Fryslân (Dokkum) en Dantumadiel zetten Vluchtelingenwerk vorig jaar al aan de dijk. Dat doen ook zes Groningse gemeenten; in de Kop van Noord-Holland stopt de stichting zelf met maatschappelijke begeleiding. Na dertig jaar zetten Duiven en Westervoort Vluchtelingenwerk aan de kant, tot woede van de vrijwilligers. Daar zei de teamleider: ‘De gemeenten vinden ons lastig.’
Op het hoofdkantoor van Vluchtelingenwerk, dat ongeveer 250 contracten heeft met gemeenten, denken ze niet dat de nieuwe politieke wind de oorzaak is. Misschien heeft het met geld te maken, oppert persvoorlichter Teije Brandsma, nu gemeenten voor een ‘ravijnjaar’ staan en zoeken naar bezuinigingen.
Maar Heerenveen blijft evenveel geld uitgeven, zegt wethouder Gerrie Rozema: 160 duizend euro, en maakt nog steeds gebruik van Vluchtelingenwerks juridische ondersteuning. Dit is een rode gemeente en de wethouder is van GroenLinks: met politieke kleur heeft het niets te maken.
Hoewel – het is ingewikkeld –, maar alles lijkt terug te voeren op de Wet Inburgering uit 2021, die gemeenten verantwoordelijk maakt en nogal wat eisten stelt. Voor elke ‘inburgeringsplichtige’ moet een ‘Plan Inburgering en Participatie’ (PIP) komen met een ‘leerroute’, een ‘Module Arbeidsmarkt en Participatie’ (MAP) en een ‘participatieverklaringstraject’ (PVT), uitmondend in de ondertekening van een verklaring die geen geboren Nederlander hoeft te ondertekenen: ‘Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer.’
Gevolg is dat gemeenten data moeten verzamelen over statushouders: hoe ze wonen en werken, hoe het staat met de taal en de gezondheid en de sociale contacten. Vluchtelingenwerk wil die niet geven, met een beroep op de privacywetgeving. Dus gaat Heerenveen het zelf doen.
Wethouder Rozema begrijpt de frustratie van de vrijwilligers, die pas laat zijn ingelicht. Maar: ‘We zijn nu eenmaal door de wet gehouden aan het leveren van informatie.’
Bureaucratie, ‘ja, dat is Nederland hè’. Rozema komt uit het onderwijs en is gewend aan termen als ‘input’ en ‘grip’. Op persoonlijke titel wil ze wel zeggen dat de datawerkelijkheid vaak schijn is, ‘maar we moeten het wettelijk wel op orde hebben’. Tegelijk denk ze dat ‘korte lijnen’ voor de statushouders beter zijn: ‘Het aanvragen van voorzieningen, uitleggen hoe procedures werken; bepaalde dingen moeten door professionals gedaan worden.’ Voor de ‘informele’ contacten hoopt ze op vrijwilligers.
Helaas: die haken af. Gerlof zegt: ‘Het is toch de hang naar controle en toezicht.’ Simon: ‘De systeemwereld wint weer eens van de mensenwereld.’
En hij vertelt hoe de Afghaanse familie, die hij begeleidde, op Tweede Kerstdag bij hem thuis kwam eten. Hoe ontroerend dat was.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns