Home

Het herstelschandaal bewijst: een totaal andere kijk is nodig op de verhouding tussen overheid en samenleving

Tijdreizen. Dat zou nou een vernieuwing zijn die kon helpen om ons land van beter bestuur te voorzien. Een ‘spoedcommissie’ zocht uit hoe de vastgelopen hersteloperatie kan worden vlot getrokken waarmee de slachtoffers van het toeslagenschandaal hadden moeten worden geholpen, maar die voor velen van hen een nieuwe hellegang is gebleken. ‘Als we terug in de tijd zouden kunnen, zouden we het heel anders ontwerpen. Die zin hebben we veel gehoord’, aldus het advies.

‘Maar dat kan niemand’, voegt de commissie daar volledigheidshalve aan toe, voor wie even hoopvol wat rechterop was gaan zitten. Waar is professor Barabas als je hem nodig hebt?

Dat de poging om recht te doen aan slachtoffers van een schandaal nu een schandaal op zichzelf is, is schrijnend én leerzaam. Een conclusie die eruit springt is deze: de belofte om goed te luisteren naar de ouders is niet nagekomen. De commissie beveelt dringend aan om de alternatieve werkwijze te gebruiken die is ontwikkeld onder aanvoering van prinses Laurentien, omdat die ‘simpelweg bewezen het beste werkt’. Kern daarvan is dat ouders worden geholpen met het op papier krijgen van hun verhaal en het aannemelijk maken van hun schade, ook emotioneel.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant. Hij was twaalf jaar journalist voor de Volkskrant en werkt nu als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat is, met respect voor de prinses, geen rocket science. En zoiets wás dus de bedoeling van Kamer en kabinet. Hoe kan het dat mensen die al zo door de overheid waren gemangeld door diezelfde overheid weer een ‘onoverzichtelijke kluwen’ in zijn getrokken?

De commissie wijst op een paar oorzaken: het werk is opgeknipt in te veel stukjes, waaraan te veel organisaties langs elkaar heen werken. En: ‘Met name bij medewerkers van Financiën en de Belastingdienst zit een nadruk op controle en rechtmatigheid in het dna. De vraag om nu ineens ruimhartig te zijn, botst met de wijze waarop ze zijn opgeleid.’

Gracieus noemt de commissie dat dna een groot goed voor ‘de financiële houdbaarheid van ons land’. De houding zou slechts ‘een draak zijn’ bij de behandeling van individuele toeslagenouders. Het lijkt me een onderschatting van diepgewortelde patronen. Afdelingen die los van elkaar opereren, onvermogen om te luisteren, controledrang en moeite met ruimhartigheid zijn geen afwijkingen van het systeem, het systeem is erop gebouwd. Kijk naar Groningen, de Jeugdzorg, de manier waarop arbeidsongeschikten worden behandeld, mensen die thuiszorg nodig hebben, mensen in de schulden, mensen in de bijstand. Er zijn steeds meer ambtenaren die het anders en beter doen, maar met grote inspanningen en tegen de stroom in.

Van aanpassingen aan het systeem zelf zien we nog slechts beginnetjes. Hopelijk komt eindelijk een noodknop binnen handbereik: van de week stemde een meerderheid in de Tweede Kamer voor de mogelijkheid van een correctief referendum en de benodigde meerderheid in de Eerste Kamer is haalbaar.

Maar beter is het om het zover niet te laten komen. En daarvoor is nodig dat samenleving en overheid vaker als gelijkwaardige partijen samenwerken. Wat dat betreft is het zonde dat het nationaal burgerberaad over klimaat is begonnen met zo’n rare vraag: ‘Hoe kunnen we in Nederland eten, spullen gebruiken én reizen op een manier die beter is voor het klimaat?’ Een vraag die onevenredig veel nadruk legt op persoonlijke leefstijl ten opzichte van overheid en industrie, en die bovendien geen ruimte laat voor de opstelling dat je überhaupt even niet zo zit te wachten op nieuwe klimaatmaatregelen.

Gemeenten daarentegen zie je wel langzaam beter bedreven raken in het raadplegen van inwoners, hen laten meebeslissen en daadwerkelijk samen plannen uitvoeren. Zoals in Amsterdam-Oost, waar ambtenaren voor het ontwerp van een plein – heel revolutionair – gewoon eens op dat plein gingen zitten om te horen wat mensen te zeggen hadden en te kijken wat ze deden. Lokale burgerberaden kunnen aan deze beweging een zetje geven, maar uiteindelijk is een totaal andere kijk nodig op de verhouding tussen samenleving en overheid dan die waar we de afgelopen veertig jaar aan gewend zijn geraakt.

Grofweg was het zo: wij burgers zijn veeleisende klanten. Ieder van ons wil krijgen wat hij nodig heeft, want dat is eerlijk. Maar we willen niet dat een ánder meer krijgt dan waar hij strikt genomen recht op heeft, want dat is niet eerlijk (de rechtmatigheidsfetisj is geen genetische afwijking van louter belastingbeambten). De overheid ziet het als haar taak om ons tevreden te stellen of in elk geval koest te houden. Daarom gaan de hardste schreeuwers voor en wordt op volle toeren beleid geproduceerd. De mensen die de meeste steun nodig hebben en het zachtst klinken, komen niet boven dit geweld uit en worden onder de maatregelen bedolven.

Het zoeken is hiernaar: dat wij ons als gemeenschap altijd eerst de vragen stellen wat we zelf kunnen doen en wie we kunnen helpen. Dat we het verdragen wanneer verschillende gevallen ongelijk worden behandeld. Dat de overheid als reflex aanleert om níét te handelen, maar eerst de kantoortorens te verlaten en zich te verdiepen in de praktijk. Dat zij ondersteunt wie zelf iets bijdraagt en actief op zoek gaat naar de mensen die zij nog niet heeft gehoord, om te zien wat die nodig hebben. Je zou misschien kunnen zeggen dat Nederland idealiter één groot, voortdurend burgerberaad wordt. Dat ligt nog ver in de toekomst. Maar daar kunnen we gelukkig wel, zonder teletijdmachine, naartoe.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next