Meer dan ooit lijken mensen en organisaties bereid afscheid te nemen van bigtech-apps, zoals WhatsApp of Facebook. Internetpionier en -activist Marleen Stikker: ‘De kentering is onmiskenbaar, maar het is een strijd van de lange adem.’
Voor internetpionier en -activist Marleen Stikker voelt het als absurdistisch theater: ‘We hebben het over Elon Musk die met een gestrekte arm op een podium staat en of dat nou wel of niet een nazigroet is. Over vrouwen die door Mark Zuckerberg ‘huishoudelijke voorwerpen’ mogen worden genoemd. Het is allemaal zó ongelofelijk fout en pijnlijk.’
De knieval van Zuckerberg voor Donald Trump, de langere manifeste steun van Elon Musk aan Trump en de Duitse radicaal-rechtse partij AfD, de prominente aanwezigheid van de techbaronnen op de voorste rij bij de inauguratie van de nieuwe president van de Verenigde Staten: het draagt allemaal bij aan het ongemak dat momenteel ook onder Nederlanders leeft. Is het eindelijk tijd om WhatsApp, Facebook, X en Instagram in te ruilen voor een alternatief dat niet in handen is van big tech?
Stikker zou natuurlijk cynisch kunnen concluderen: ik roep dit al mijn halve leven. Maar dat doet ze niet. Ze ziet ook een zonnige kant aan wat zij dat absurdistische theater noemt: ‘Kennelijk moet het gedrag van de grote techbedrijven eerst bizar zichtbaar zijn voordat mensen echt een keer actie ondernemen. Dat laatste moeten we koesteren.’
Het waarschuwen voor de donkere kanten van technologie én het promoten en ontwikkelen van verantwoorde alternatieven is Stikkers levenswerk. Zo richtte ze in 1993 De Digitale Stad op, de eerste Nederlandse virtuele gemeenschap. Ze richtte ook onderzoeksinstituut en debatcentrum Waag op, waarvan ze nog steeds directeur is.
Vijf jaar geleden sprak de Volkskrant uitgebreid met Stikker, naar aanleiding van haar boek Het internet is stuk. Maar we kunnen het repareren. Toen zei ze: ‘Je ziet nu wel een voorzichtige kentering, maar ondertussen dondert alles nog sneller in elkaar. Tegenover elk sprankje licht staan twintig voorbeelden van duisternis.’
Ondanks de nauwere verwevenheid tussen big tech en de Amerikaanse politiek staan we er beter voor, vindt Stikker. ‘De kentering is nu onmiskenbaar. Overal om me heen hoor ik dat mensen iets willen doen, dat ze klaar zijn met WhatsApp.’ Het aantal alternatieven is de afgelopen jaren toegenomen: ze noemt Signal, Proton, Mastodon en NextCloud (als alternatief voor de cloudplatformen van bijvoorbeeld Google of Microsoft). Ook YouTube en Instagram kennen verantwoorde varianten (zie kader).
Via de campagne Make Socials Social Again probeert Waag samen met andere organisaties mensen te helpen met het overstappen. De door Stikker genoemde platformen hebben één ding gemeen: er zit geen bedrijf achter met een winstoogmerk. De aandelen van Signal en Proton zijn bijvoorbeeld ondergebracht in een stichting.
Platformen maken het bewust moeilijk om over te stappen, zegt Jan van Dijk. Hij is emeritus hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Twente en publiceerde onlangs het boek Power and Technology, dat uitlegt waarom de commerciële macht van big tech in hun monopoliepositie besloten ligt. Een platform als Meta zal volgens Van Dijk dan ook alles in het werk stellen om te voorkomen dat mensen naar een alternatief uitwijken, maar er is hoop. ‘De Europese Commissie wil platformen verplichten om mee te werken aan wat we portabiliteit noemen: dat je gegevens van het ene platform makkelijk mee kunt nemen naar het andere. Vergelijkbaar met hoe we ook ons telefoonnummer en onze contacten behouden als we naar een andere provider overstappen.’
Daarnaast hebben sociale media een sterk netwerkeffect: de aantrekkingskracht van een platform schuilt grotendeels in hoeveel mensen het gebruiken. Ondertussen weet Bluesky wel degelijk een gooi te doen naar een waardige concurrentiepositie. Het X-alternatief groeide uit tot toevluchtsoord voor wie aan Musks platform wil ontsnappen.
Voor X: Mastodon is het paradepaardje van de alternatieve, decentrale sociale media, ofwel de fediverse. Iedereen kan zijn eigen server beginnen. Ook Bluesky: géén fediverse, maar in potentie wel veel opener dan X. Bovendien niet gestuurd op ophefalgoritmes. Ontstaan binnen Twitter, nu op eigen benen.
Voor WhatsApp: Signal. Geen winstoogmerk en de maker van de sterke encryptie die WhatsApp ook gebruikt.
Voor Gmail: Proton Mail heeft standaard versleuteling, dus niemand kan meekijken. Net als Signal geen winstoogmerk. Proton biedt ook andere diensten, zoals VPN, wachtwoordbeheer en een kalender.
Voor Instagram: PixelFed. Maakt net als Mastodon gebruik van het opensourceprotocol ActivityPub. Ook net als Mastodon: een wat hogere instap en wat lager gebruiksgemak dan mensen gewend zijn van big tech.
Voor Facebook: het decentrale alternatief is hier Frendica. Nadelen: zie Mastodon en PixelFed. Een centraal geleid alternatief is het Nederlandse Quodari. Commercieel, maar wel privacyvriendelijk. Quadari doet van alles en is bijvoorbeeld een optie voor besloten Facebook-groepen zoals patiëntenverenigingen.
Voor YouTube of TikTok: PeerTube. Decentraal: dus ook hier de mogelijkheid een eigen server te beginnen, met eigen moderatie. Ook niet leunend op algoritmes die het aanbod sterk bepalen.
Alhoewel de vlucht van X naar Bluesky al pure winst is, blijft Stikker kritisch: ‘Ik houd voor mezelf een kleurcode aan, oplopend tot rood. Apps als Mastodon, PixelFed en PeerTube zijn groen: daar ligt de macht niet bij één bedrijf.’
Waag is met een eigen server actief op Mastodon, en kan daar dus zelf bepalen wie er lid wordt en wat de huisregels zijn. Bluesky is voor haar geel, daar ligt de macht nog altijd bij één commerciële onderneming. Maar het platform belooft het voor gebruikers ook eenvoudiger te maken om hun gegevens naar een andere partij te verhuizen.
Van Dijk lobbyt al meer dan tien jaar voor een publiek socialemediaplatform, vergelijkbaar met de publieke omroep, gefinancierd door de Europese (of nationale) overheid – ‘Daar kunnen ze die miljardenboetes van big tech voor gebruiken’. ‘Zo’n platform is onafhankelijk, net als de NPO, maar werkt wel volgens wettelijke regels. Zoals: een privacyvriendelijk netwerk, waar gebruikers zelf bepalen hoe hun algoritme werkt en waar maatschappelijke discussies gemodereerd gevoerd kunnen worden.’
Alles over tech vindt u hier.
Voor de private sector is het volgens Van Dijk ongelofelijk moeilijk om tegen de grote budgetten en de schat aan data van de grote platformen op te boksen. ‘Met het geld en de slagkracht van de overheid kan dat wel. Daar zou vervolgens best een abonnement aan gehangen kunnen worden, ik geloof echt wel dat mensen 5 euro per maand willen betalen voor een goed sociaal netwerk.’
Ook Stikker legt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de overheid en mediabedrijven. ‘Het is goed dat nieuwsmedia X verlaten, maar alleen naar Bluesky overstappen is te mager. Juist van hen vind ik het merkwaardig dat ze zich niet principiëler opstellen, terwijl big tech een groot deel van hun inkomsten heeft afgepakt en bepaalt hoe lezers discussies voeren over hun berichten.’ Zij hoopt dat (nieuws)organisaties tijd en energie in het federatieve internet steken, door ook daar aanwezig te zijn.
Dit federatieve internet, ook wel de fediverse genoemd, heeft volgens Stikker de toekomst. Niet centraal geleid door een bedrijf, maar een verzameling onafhankelijke servers die met elkaar in contact staan op basis van een open protocol.
Met het zicht op de Europese regels die betekenen dat consumenten hun volgers kunnen meenemen naar andere diensten, durft Stikker de voorspelling wel aan: ‘Het is een strijd van de lange adem. Maar over vijf jaar is niet big tech dominant, maar het federatieve internet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant