Home

Bekogeld met passers of uitgescholden: makers van jeugdtheater ervaren de verruwing op scholen

Jeugd- en jongerentheatermakers zijn de laatste jaren in een worsteling beland. Ze willen voorstellingen maken over maatschappelijke thema’s als gender of racisme, maar krijgen daar minder ruimte voor, van de scholen, de ouders en de leerlingen. Hoe bereik je toch deze doelgroep?

is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over cultuurpolitiek, subsidiebeleid en wat zich afspeelt op het snijvlak van kunst en samenleving.

Het is stil in de zaal als de eerste klap valt. Ineens haalt de man uit naar het gezicht van de vrouw. Pets! Het valt goed te horen tot aan de bovenste rij stoelen van het theater van Hoorn, dat op een maandagmiddag in december met scholieren is gevuld. ‘What the fuck?’, roept een meisje ontzet uit. Op het podium is de man dan al aan het manipuleren geslagen en doet tegen de vrouw alsof het allemaal niet zo gewelddadig was bedoeld.

Zo onverhoeds begint mishandeling van vrouwen dus vaak. De eerste klap komt verwarrend onverwachts – en wat dan? Met de voorstelling Fight Club houdt theatergezelschap TEN Producties die vraag vijf kwartier voor aan de klassen 4 havo en 5 vwo van de scholengemeenschap Copernicus. Met strak gechoreografeerde schijngevechten houden de drie acteurs hen in theater Het Park in de ban. Bij de korte nabespreking krijgen ze al snel een compliment van een leerling: ‘Heel tof geacteerd.’

Toch stopt artistiek leider Corien Feikens deze maand met het maken van voorstellingen voor jongeren. Fight Club is de laatste. Tien jaar na de oprichting van TEN Producties is ze haar motivatie kwijtgeraakt, omdat ‘de openheid voor moeilijke onderwerpen is veranderd’, zegt Feikens in een koffiebar in Zwolle, de thuisbasis van haar gezelschap. ‘Ik voel me als maker aangetrokken tot onderwerpen waarover we het gesprek vermijden of waarover één mening de boventoon voert. Maar ik merk dat daar steeds minder ruimte en belangstelling voor is.’

Soms intimiderend

Het is de worsteling waar de jeugd- en jongerentheatermakers in zijn beland sinds ze het spelen na de coronapandemie in 2022 weer voluit hebben opgepakt. Ze lopen tegen problemen aan met voorstellingen over gender, racisme, religie of seksualiteit – kortom, over wie je bent en met welke woorden je jezelf identificeert: man, vrouw, queer, non-binair, zwart, bruin, wit, blank, moslim, jood, homoseksueel of atheïst. Ouders maken bezwaar bij leraren of houden hun kinderen thuis; scholen en theaters zijn huiveriger om ze te programmeren. Bij de middelbareschoolvoorstellingen uiten de leerlingen zich ook harder en soms zelfs intimiderend. Theatermakers vragen zich af hoe dat komt en hoe ze ermee moeten omgaan.

Het lijstje met incidenten is bij iedereen in de wereld van het jongerentheater bekend. In Tilburg blies een basisschool in 2023 na ouderprotest een bezoek af aan de kindervoorstelling Het lammetje dat een varken is (‘voor iedereen van 4 tot 104’). Tijdens enkele voorstellingen van Queer Planet (‘een confettivoorstelling, die zich afzet tegen de heersende normen en elk hokje in twijfel trekt’) kregen acteurs van HNT Jong uit Den Haag in 2022 van leerlingen een heel repertoire van scheldwoorden voor homo’s naar hun hoofd geslingerd. Theatergezelschap Artemis uit Den Bosch kreeg in 2023 op een school leerlingen achter zich aan, nadat ze de acteurs tijdens de voorstelling Born to Be Torn (‘een ode aan alle gevoelens’) al met waterflesjes en passers hadden bekogeld.

Rekening houden met het publiek

De moeilijke vraag is hoeveel rekening je met het publiek moet houden, zegt Peter van der Hoop, directeur van impresariaat Stip Theaterproducties, dat al bijna veertig jaar vanuit Amsterdam jeugd- en jongerenvoorstellingen aan scholen aanbiedt. ‘Het onderwijs is gericht geraakt op kennis verwerven. Het behandelen van maatschappelijke thema’s is als het ware ‘geoutsourced’ naar de creatieve vakken. Het kan dan snel meer op educatie gaan lijken dan theater. Maar artistiek gelaagde jongerenvoorstellingen zijn in de eerste plaats een kunstvorm.’

De ontwikkelingen hebben ook de aandacht getrokken van de Raad voor Cultuur, het onafhankelijk adviesorgaan van het kabinet. In de aanvragen voor rijkssubsidie las de raad vorig jaar dat gezelschappen bezorgd zijn over ‘de veiligheid en artistieke vrijheid van hun medewerkers’. De jeugdpodiumkunsten zijn een volwassen categorie in de culturele basisinfrastructuur (BIS) – het fundament van de rijksgesubsidieerde kunsten – met tot 2028 een jaarlijks subsidiebudget van 14,2 miljoen euro voor dertien gezelschappen. In het voorjaar brengt de raad daarom een verkennend onderzoek uit met daarin ook ideeën om de trend te keren.

10 jaar geleden

Als Corien Feikens terugdenkt aan de eerste voorstelling die ze met het kleine TEN Producties maakte, is het alsof ze het over een andere tijd heeft, en niet alleen omdat ze in 2015 nog maar 25 was en de theateropleiding van Artez net achter de rug had. Boys Don’t Cry ging over de vriendschap tussen twee jongens uit het oosten van het land: de een leed aan kanker – dat kon hij natuurlijk niet verbergen – en de ander durfde maar niet te vertellen dat hij homo was. Bij de première in Zwolle schoot ook de wethouder vol en het succes leidde ertoe dat uiteindelijk dertigduizend leerlingen en ouders het stuk hebben gezien.

‘Het mooie van spelen voor jongeren vond ik toen dat ze eerlijk reageerden’, zegt Feikens. ‘Als ze het slecht vonden, zeiden ze dat. Maar ook als ze zich ergens in herkenden. Het is bij Boys Don’t Cry vier of vijf keer in een nagesprek gebeurd dat leerlingen uit de kast durfden te komen. Afgelopen zomer is een van de twee acteurs overleden, en in de condoleances online stonden berichten als: je kende mij niet, maar je hebt zo veel voor mij betekend.’

Hoe anders ging het acht jaar later, toen ze in 2023 de voorstelling We Are Here maakte, een coming-of-ageverhaal van drie hartsvrienden. Uit de aankondiging: ‘Wij willen met deze voorstelling angst wegnemen bij de jonge kijker als het gaat over hoe er naar gender, homoseksualiteit of de queercommunity wordt gekeken. Personen die buiten de norm vallen zijn geen glitterbommen, maar net als zij, met problemen die zij ook hebben.’

‘Deze slaan we over’

Voor de productie kregen ze budget van het particuliere Fonds 21, dat ‘een positieve bijdrage wil leveren aan de samenleving van nu’. Maar geen school of theater boekte de voorstelling, ook al hadden zij eerder wel werk van TEN binnengehaald.

‘Ze vonden het te spannend’, zegt Feikens. Ze hoorde verklaringen als: ‘Dat speelt hier niet.’ Of, meer ontwijkend: ‘Deze slaan we even over.’

‘Dat is dus een besluit van een programmeur of een docent, niet van iemand uit de queercommunity. We hebben er uiteindelijk een film van gemaakt. Maar tot nu toe is die alleen op een school in Coevorden vertoond. Achteraf denk ik dat we de voorstelling wel zonder problemen hadden verkocht als we in de aankondiging geen nadruk hadden gelegd op de queeridentiteit, maar alleen op de volwassenwording van de vrienden.’

Schoolvoorstellingen zijn de levensader voor het jongerentheater. Ouders krijgen hun kinderen nauwelijks meer mee naar het theater als ze eenmaal op de middelbare school zitten, en uit eigen beweging gaan de pubers al helemaal zelden of nooit. Om voldoende speelmogelijkheden te hebben zijn schoolvoorstellingen cruciaal; bij impresariaat Stip gaat het om 40 procent van de optredens. Veelal zijn die dan onderdeel van de lessen culturele en kunstzinnige vorming (CKV) die verplicht zijn voor alle leerlingen in de tweede helft van hun vmbo-, havo- of vwo-opleiding.

Het gevolg is dat theatermakers die voor schoolklassen spelen zo’n beetje de enige kunstenaars zijn die de samenleving in haar volle verscheidenheid als publiek treffen. ‘Dat is er ook zo fantastisch aan’, zegt Karlijn Benthem, directeur van het festival Jonge Harten, dat al meer dan 25 jaar in Groningen een intense week vol jongerenvoorstellingen organiseert.

‘Onderwerpen die in de samenleving spelen leiden daarom ook in de zaal tot spanning’, zegt Benthem. ‘Ik wil het daarbij wel voor de pubers opnemen: als je identiteitskwesties aankaart voor een groep die in een identiteitscrisis verkeert, dan kun je bijna wiskundig voorspellen dat het tot reacties leidt.’

Het betekent volgens haar wel dat je ‘in context’ moet werken. Makers moeten met andere woorden weten wie ze tegenover zich hebben en moeite doen om verbinding met hen te maken. ‘Het is een andere visie dan het idee dat iedereen gewoon maar moet slikken wat de kunstenaar heeft gemaakt.’

Verschillende perspectieven

De sleutel is volgens haar om in een verhaal personages met verschillende perspectieven op te voeren. Zo biedt je meer openingen aan jongeren om zich te herkennen. ‘Soms zie ik voorstellingen die eendimensionaal een boodschap brengen. Pubers verzetten zich daar snel tegen. Al snap ik waar de neiging tot stellingname bij makers vandaan komt, want in de samenleving wordt momenteel in grote statements gedacht.’

Het klopt dat je maatschappelijke tendensen terugziet, zegt Els Hazenbos, die bij impresariaat Stip onder meer de tourneeplanning doet voor een groot aantal rijksgesubsidieerde gezelschappen uit de BIS. ‘Snel je mening geven en vooral je afkeuring uitspreken, dat zie je overal gebeuren.’ Directeur Peter van der Hoop wijst er daarnaast op dat allerlei codes van fatsoen zijn verdwenen, ook bij docenten. ‘Een klacht van gezelschappen is dat de begeleiders van school op een rij achter in de zaal gaan zitten, en op hun telefoon gaan kijken.’

Toch waarschuwt Hazenbos ervoor de problemen niet groter te maken dan ze zijn. ‘Het gaat vaker wel dan niet goed. Ook herinner ik me dat ik 25 jaar geleden al moest zoeken om bijvoorbeeld goede voorstellingen op christelijke scholen te krijgen. Dan vielen ze over het woord ‘jeetje’ in de tekst – een verbastering van Jezus. Mijn radar was daar niet zo scherp op afgesteld en dus raadde ik ze maar aan een dansvoorstelling te nemen. Liepen ze alsnog boos weg, omdat de voorstelling draaide om drie bomen en dat was een heilig Bijbels getal. Je kunt niet iedereen bedienen.’

Het is inderdaad goed om te beseffen dat ouders altijd al verontwaardigd konden zijn over vrijpostige theatermakers die de opvoeding van hun kinderen doorkruisten. Toch is de retoriek anders dan in de jaren negentig, zegt Van der Hoop. ‘Ouders en jongeren reageren heftiger. Je bent meteen fout als je ergens anders over denkt.’

‘Rode knop op het podium’

De beroepsvereniging van de podiumkunsten NAPK verspreidde in 2024 een ‘handreiking voor het omgaan met uitgesproken en agressieve reacties bij voorstellingen voor jeugd en jongeren’: Veilig de vloer op. Hierin staan onder meer tips voor acteurs om tijdens de voorstelling te laten weten dat ze willen stoppen, bijvoorbeeld omdat ze scheldwoorden horen uit de zaal. Het verstrekkendste idee is ‘een fysieke rode knop die op het podium aanwezig is’.

De verharding van de Nederlandse samenleving zag Feikens langzaam de tournees van haar gezelschap TEN Producties binnenkomen. In 2019 al, toen leerlingen tijdens een voorstelling over racisme oerwoudgeluiden gingen maken als een zwarte acteur een monoloog hield; en in 2022, toen leerlingen tijdens een voorstelling over depressie ‘spring dan!’ riepen tegen een acteur die op een dakrand stond.

Niet meer zo kneedbaar

Het gaat verder dan puberaal pestgedrag, zegt ze. ‘Voorheen kon je in een nagesprek daar bij iemand op terugkomen. Nu zie ik dat jongeren niet meer zo kneedbaar zijn. De drempel om ten overstaan van je klasgenoten iets kwetsbaars te zeggen is hoger geworden. Door de hardheid van sociale media voelen ze zich denk ik onderling minder veilig.’

In haar laatste voorstelling Fight Club is het podium afwisselend een behandelkamer waar een vrouw herstelt die het ziekenhuis is ingeslagen en een geheimzinnige kelderruimte waar vrouwen vechttraining krijgen.

Het is niet toevallig een omkering van de cultklassieker Fight Club (1999), waarin mannen vuistgevechten organiseren uit verveling over, zeg maar, de verweekte moderne samenleving. Onder invloed van de Britse influencer Andrew Tate, die een soort evangelie van dominante mannelijkheid predikt, spreekt de 25 jaar oude film bij jongens van nu weer tot de verbeelding. Sinds kort weten ze zich ook gesteund door tech-miljardair Mark Zuckerberg, die zich erop verheugt dat er onder het presidentschap van Donald Trump meer ruimte voor ‘mannelijke energie’ komt.

Als het toneellicht een paar tellen uit is bij een scènewisseling, zwelt onder de scholieren in Hoorn aanvankelijk meteen geroezemoes aan. Maar ze volgen nauwlettend hoe hoofdpersoon Mine langzaam leert dat ze niet over zich heen hoeft te laten lopen. ‘Stop met verdedigen, begin met vechten. Revolutie!’ Zelfs als een jongen het slotapplaus een scène of wat te vroeg inzet, brengt dat de pubers niet uit hun concentratie. De ongemakkelijkste vraag aan de acteurs na afloop is hoeveel ze verdienen – en die kunnen ze weg lachen.

De juiste voorbereiding

Ook biedt Veilig de vloer op de theatermakers aanknopingspunten om scholen voor en na de voorstelling bij het onderwerp te betrekken. Denk aan: ‘Een les ‘kijken naar theater’ opnemen in het programma.’ Ook worden de makers aangemoedigd om bij de coördinator van de CKV-lessen na te vragen of de leerlingen wel weten wat er gaat gebeuren. ‘Juist docenten die identiteitsthema’s lastig vinden, slaan de voorbereidingen nogal eens over.’

Met lichte verbazing ziet Janwillem Slort hoe zijn collega’s zich de afgelopen jaren meer zijn gaan verdiepen in wat hun publiek nodig heeft. De directeur van Poldertheater begon in Amsterdam aanvankelijk met ‘teksttoneel voor lycea en gymnasia’ in het centrum. Totdat het gezelschap zich ruim tien jaar geleden als ‘wereldverbeteraars’ het lot aantrok van de vmbo’s en scholengemeenschappen aan de rand van de stad die vrijwel geen theatergezelschap over de vloer kregen.

‘We moesten de schoolleidingen bij herhaling benaderen voor we binnenkwamen. Daar ontdekten we dat sommigen een laag beeld hadden van hun leerlingen: voorstellingen mochten maximaal 15 minuten duren en geen moeilijke woorden bevatten. Vaak was dat gebaseerd op een vervelende ervaring. Stap voor stap bouwden we contact op en lieten zien dat de scholieren veel meer aankunnen.’

‘Niet hun eigen mening’

Het is te merken op het Mundus College, een vmbo-school in Amsterdam Nieuw-West met ruim twaalfhonderd leerlingen, van wie twee derde nieuwkomer is. Achttien leerlingen verzamelen zich er woensdagochtend in een kring voor de voorstelling Trip. Ze zitten in een internationale schakelklas, zijn tussen de 12 en 17 jaar oud, komen oorspronkelijk uit onder meer Oekraïne, Pakistan en Syrië-via-Zweden, zijn zo’n anderhalf jaar in Nederland en zijn bijna klaar om door te stromen naar het hoogste niveau van het vmbo of naar havo 3.

Ter voorbereiding neemt het educatieteam van het Poldertheater de leerlingen vlot mee in een reeks spellen en oefeningen. Het mondt uit in het samen acteren van een scène in slow motion. Makkelijk en vriendschappelijk gaan de leerlingen in alle opdrachten mee, maar het langzaam bewegen ziet er voor de pubers toch net wat te raar uit.

‘Geeft niet’, zegt educatietrainer Loes van der Staak. ‘Straks zullen jullie de acteurs sommige momenten in slow motion zien spelen, dan weten jullie hoe moeilijk dat is. Het is verder goed om te bedenken dat ze acteren en dat wat ze zeggen dus niet hun eigen mening is. Je hoeft tijdens de voorstelling niet muisstil te zijn, maar bedenk dat ze alles kunnen horen wat jullie zeggen. Als je vragen hebt of er wat van vindt, is daar achteraf gelegenheid voor.’

Dwepen met Andrew Tate

Trip, een voorstelling van 30 minuten, volgt de innerlijke strijd van Nigel, die anders tegen de wereld aankijkt dan zijn medeleerlingen en zich bijvoorbeeld niet zo op zijn gemak voelt tussen de regenboogvlaggen op school. Via internet komt hij in contact met vrienden die dwepen met influencer Tate. ‘Vrouwen’, zo interpreteert Nigel zijn woorden, ‘behoren toe aan mannen.’ Of hij dat aan het eind van het verhaal nog gelooft, is de vraag.

Poldertheater-directeur Janwillem Slort was vorig schooljaar best zenuwachtig voor de lancering van Trip, zegt hij. De regisseur van het stuk, Carmen Lamptey, was geïnspireerd door de voorstelling Age of Rage van de Toneelmakerij, die ze voor de coronapandemie zag. Daar sloeg een personage racistische taal uit.

‘Het maakte haar woedend, maar het bleef haar ook bij. Daarom stelde ze voor om een voorstelling te maken over iemand met wie we het niet eens zijn, maar voor wie we er ook met onze stukken willen zijn. In Trip laat het personage Nigel onbeschaamd zien dat hij Paarse Vrijdag, de dag waarop scholen zich solidair verklaren met lhbti-leerlingen, verschrikkelijk vindt. Dat gebeurt zelden in een jongerenvoorstelling.’

De klas van het Mundus College volgt het allemaal aandachtig. Soms klinkt er gegiechel en wat gefluister in reactie op de dialogen, maar afdwalen doen ze niet. ‘Het was best heftig om Andrew Tate te presenteren als iets positiefs’, zegt mentor en docent Nederlands als tweede taal Marloes van Beek achteraf. ‘Ik was opgelucht om te merken dat de leerlingen van de klas het er niet mee eens waren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next