Almere wil kramen met frituurwaar in de buurt van scholen en het ziekenhuis weren. De gemeente kent meer overgewicht dan elders, het fastfoodaanbod is in tien jaar tijd verdubbeld. De klanten mopperen. ‘Laat ons leven, alsjeblieft.’
Niet vanwege het sombere weer of de uitgesproken Amerikaanse president, niet vanwege oorlog of ander leed, maar door de onzekere toekomst van de puntzak patat staan veel gezichten in Almere op onweer.
Een puntzak friet, een verse portie kibbeling, een frikadel speciaal of een oliebol: gefrituurde snacks worden als het aan het college van Almere ligt in de toekomst niet meer aangeboden door kraamhouders binnen een straal van 100 meter van scholen en ziekenhuizen. Het houdt de gemoederen in Almere erg bezig, zo wordt duidelijk bij een rondgang langs diverse frituuraanbieders.
‘Je laat je toch niet verjagen?’, zegt Theo Kerver (75) uit Almere terwijl frietbakker Jacqueline Keijser (50) voor hem een flinke portie friet met drie pompen mayonaise klaarmaakt. Keijser staat al elf jaar in de Vrolijke Frietkraam aan de Hospitaaldreef, tegenover het Flevoziekenhuis.
Keijser staat in een aanhanger met luifel. Ze verkoopt friet en gefrituurde waar zoals de nasischijf en de kaassoufflé. Kerver fietste naar de stad om een strip ledverlichting te kopen voor thuis, en belandde daarna bij haar kraam. Want: ‘De patat is hier vreselijk lekker.’
De stad Almere kampt met een hoger overgewichtcijfer dan gemiddeld in Nederland. Daar moet wat aan gebeuren volgens het coalitieakkoord 2022-2026 van de Almeerse coalitiepartijen ( PvdA, D66, SP, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Leefbaar Almere en CDA).
De zeven partijen willen Almere weer ‘vitaal, leefbaar en aantrekkelijk’ maken. ‘Het aanbod fastfood is in onze stad de afgelopen tien jaar verdubbeld. We willen in de stadscentra, op scholen en in sportkantines het fastfoodaanbod ontmoedigen’, zo meldt het akkoord.
Dit betekent dat kramen als de Vrolijke Frietkraam zullen moeten wijken, want die staat op nog geen vijftig stappen van de ingang van het Flevoziekenhuis, en nog minder van de Hogeschool Windesheim. Almere is de eerste gemeente die zo het gevecht met obesitas aangaat.
Het college doet dit door een wijziging in het standplaatsbeleid voor te stellen. Daarin staat dat standplaatshouders met een vergunning voor onbepaalde tijd voortaan elke twaalf jaar opnieuw een aanvraag moeten indienen. Op bepaalde plekken krijgen aanbieders van ‘gefrituurde etenswaren’ die in de toekomst niet meer.
Ook oliebollenkramen, mobiele churro-aanbieders en viskarren met kibbeling en lekkerbekjes kunnen de vergunning dus verliezen als ze in nabijheid van school of ziekenhuis staan. En dat terwijl binnen in het Flevoziekenhuis gewoon een kroket uit het vet kan worden gekocht. Dat mag dus wel.
‘Pure betutteling’, vindt een bouwvakker met een kipcorn in de hand die aan de praat raakt met een kleine vrouw met rollator met flinke zak patat speciaal. ‘Inderdaad. Laat ons leven zeg, alsjeblieft’, is haar antwoord.
Bij de oliebollenkraam van de familie Prins, al 45 jaar op het Stadhuisplein en ingeklemd tussen verschillende dependances van de hogeschool, wordt verbolgen gereageerd op de mededeling dat een oliebol fastfood is. ‘Een oliebol is niet vetter dan een broodje chocoladepasta. Het bestaat uit water, meel, suiker, zout en gist’, zeggen oliebollenbakkers Angelina en Denny Prins. ‘Laat de mensen lekker zelf kiezen wat ze eten.’
Ook Profri, de Nederlandse Vereniging van Professionele Frituurders, staat door de aangekondigde maatregel op haar achterste benen. ‘Als iemand anders beslist wat je wel en niet mag eten’, zegt voorzitter Alide van Toor ‘dan vinden wij daar iets van. Bovendien wordt een hele eetcultuur gedemoniseerd. Alsof alles uit de frituur per se slecht is. Overgewicht komt voort uit leefstijl en te weinig bewegen. Het is heel kortzichtig om kleine ondernemers, die hun stinkende best doen, zo ongenuanceerd te bejegenen.’
Wie op het Stadhuisplein van Almere Stad om zich heen kijkt, ziet behalve de standhouders allerlei aanbieders van ongezond eten: McDonald’s, Kentucky Fried Chicken, Dönerland, het Goudhaantje voor kippenbouten. Renate Spruijt, gezondheidsadviseur Flevoland van de GGD: ‘Als je het station van Almere uitloopt, is het schrikbarend wat er aan aanbod van fastfood is.’
Ze vervolgt: ‘Almere is een leuke, enthousiaste gemeente. De GGD vindt de maatregel een heel belangrijke stap. Dit probleem is hartstikke groot, en wordt steeds groter. Ik juich de maatregel daarom toe. Dat dit kleine ondernemers treft, is natuurlijk pijnlijk. Maar goed, een frituuraanbieder kan best ook iets gezonds aanbieden. Dat zeggen wij ook: je hoeft het niet te verbieden. Maar bied het gezonde alternatief erbij aan.’
Daar begon frituurder Keijser 11 jaar geleden mee, vertelt ze. Kadetjes met rosbief en met ham verkocht ze, vers gesneden. ‘Maar het verkocht niet. Ik ben goed in friet bakken, dat is wat anders’, zegt ze.
De Almeerse politieke partijen voelen inmiddels het collectieve chagrijn over het aanstaande frituurverbod. Coalitiepartner Leefbaar Almere komt daarom met een motie tegen het voorgenomen plan.
Ook coalitiegenoot D66 is tegen het plan van het college. Raadslid Spencer Alberg: ‘De schuld wordt nu bij de burger gelegd, terwijl dit probleem veel groter is. Volgens mij kunnen we beter ergens anders beginnen. Jonge inwoners van Almere moeten leren dat bewegen goed is. Sport moet voor iedereen toegankelijk zijn. Pas dan zijn we op de goede weg naar een gezondere stad.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant