Home

‘Met zorgkunst ervaren mensen meer zin in hun leven’

Ex-gedetineerden helpen bij hun terugkeer in de samenleving, of optrekken met mensen die eenzaam zijn – er is zo veel waarvoor een kunstenaar zich kan inzetten, stelt Hein Walter. Hij ziet een grote toekomst voor kunst die draait om de ander.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Kunstenaars hebben in de geschiedenis altijd vooropgelopen bij vernieuwingen, maar de afgelopen decennia is dat tot stilstand gekomen. De eigentijdse kunst vernieuwt zichzelf om het vernieuwen, zij wordt door velen als nutteloos beschouwd. Kunstenaars hebben zichzelf buitenspel gezet. Het is tijd voor een radicale wending: zorgkunst.’

In zijn atelier in Almere vertelt kunstenaar Hein Walter wat hem voor ogen staat met deze discipline – die vooralsnog nauwelijks bestaat. Hij pleit voor kunst die in de eerste plaats ‘dienstbaar is aan anderen’, en dus ‘niet draait om de zelfexpressie van de kunstenaar’. Op die manier kan het maatschappelijk belang van kunst weer toenemen, betoogt hij.

In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Walter ziet mogelijkheden in de zorg, onderwijs. In bibliotheken en gemeentehuizen. Maar ook in bijvoorbeeld de woningbouw: ‘Neem in de bouwplannen een atelier op waar bewoners met een kunstenaar mooie dingen kunnen maken’, luidt zijn advies.

Zelf noemt hij zich sinds 2015 zorgkunstenaar. De zorginstelling Archipel in Almere heeft hem een ruim atelier ter beschikking gesteld, in ruil daarvoor begeleidt hij kunstprojecten met de bewoners. Hij schildert en schrijft met ze, maakt boekjes en organiseert tentoonstellingen. Met demente bejaarden werkt hij graag: ‘Zij zijn ontvankelijk voor het nieuwe, zoals kinderen dat zijn. Soms denk ik dat ze meer zichzelf zijn dan wij.’

Dat de 62-jarige Walter op dit pad is gekomen, lag niet voor de hand. Opgroeiend als ‘dromerig en verlegen’ nakomertje in een Leids gezin met zes kinderen, ontbreken in zijn jeugdjaren culturele prikkels. Zijn vader is verzekeringsadviseur, zijn moeder huisvrouw: ‘We waren een spelletjesfamilie. We hadden geen boeken, gingen niet naar musea of exposities. Voor kunst bestond geen enkele belangstelling.’

Toch weet hij het zeker, na een tekencursus op zijn 13de: ‘Ik wilde kunstenaar worden. Geen idee waar dat vandaan kwam. Het zat in me.’

Hij gaat naar de Amsterdamse Breitner Academie, waar kunstdocenten worden opgeleid: ‘Lesgeven heb ik geen seconde overwogen, ik wilde mijn eigen kunst maken.’ In de jaren tachtig betekent dat ‘een uitkering aanvragen, mooie dingen maken, mensen leren kennen en hopen op exposities en verkoop’.

De financiering van zijn inspanningen door de overheid vindt hij vanzelfsprekend: ‘Ik doe wat voor de maatschappij en de maatschappij doet wat voor mij terug. Ik had daar geen probleem mee’. Enig succes valt hem ten deel. Hij verhuist van Amsterdam naar Almere, waar hij voorzitter van de kunstenaarsvereniging van Flevoland wordt. In 2000 doet hij mee aan het kunstproject Vermist. Het leidt tot een radicaal andere kijk op zijn kunstenaarschap.

Wat hield Vermist in?

‘Kunstenaars werden gekoppeld aan mensen van wie een naaste was vermist. In mijn geval was dat een Vlaamse man die zijn 10-jarige dochtertje was kwijtgeraakt in de Dutroux-jaren. Ze was ontvoerd en nooit meer teruggevonden. Ik sprak hem elf jaar later. Hij was als een bezetene bezig geweest haar ontvoering te reconstrueren, maar had zich eigenlijk nooit zo verdiept in wie zij was.

‘Ik ben me voor zijn dochtertje, Nathalie, gaan openstellen door me in te beelden hoe het voor haar was. Toen kreeg ik een droom waarin ik een deur door ging en haar aantrof. Eerst keek ze me verschrikt aan, daarna vloog ze me om de hals. Met haar stem ben ik brieven aan haar vader gaan schrijven. Niet dat ik een medium ben hoor, maar ik verbond mijn stem met de hare en dat leverde troostende brieven aan hem op.

‘Voor mij was dat een geheel nieuwe vorm van kunst maken. Tot dan toe had ik in mijn eentje schilderijen gemaakt. Die werden dan opgehangen tijdens een expositie, mensen zeiden dat ze het ‘heel mooi’ of ‘leuk’ vonden. Na een tijdje haalde ik alles weer weg, soms verkocht ik wat, dat was het dan.

‘Maar hier verbond ik me met iemand anders, waardoor ik iets kon laten zien dat groter was dan mezelf – iets geheel nieuws waar de energie van twee mensen in zat. Ik merkte ook dat het resultaat anderen inspireerde. In de Rode Hoed (cultureel centrum in Amsterdam, red.) heb ik er een ‘Preek van de leek’ over gehouden, mensen werden daardoor geraakt.

‘Ik vind het fijn te denken dat ik ook Nathalie ermee heb geholpen, maar dat weet je natuurlijk niet, dat kun je niet aantonen. Het project leerde me wel dat je als kunstenaar nog op een andere manier van betekenis kunt zijn dan door in je eentje schoonheid te creëren.’

Die schoonheid kan mensen wel troost bieden.

‘Natuurlijk, of de verbeelding prikkelen of tot nadenken aanzetten, kunst heeft vele functies. Ik wil ook niks afdoen aan autonome kunstenaars, maar in mijn ogen is het tijd voor een grote beweging een andere kant op. Het is heerlijk om in je atelier in je eentje een kunstwerk te maken, maar de wereld staat wel in brand.

‘Er is een steeds sterkere polarisatie, mensen worden tegen elkaar opgezet. Daar moeten in mijn ogen allerlei vormen van verbinding tegenover komen te staan. Die kun je tot stand brengen door samen aan kunst te werken, of een kunstproject te bedenken waarbij mensen samenkomen en elkaar beïnvloeden. Dan ontstaat er iets wat je in je eentje nooit voor elkaar krijgt.’

Kunt u een voorbeeld geven?

‘In 2015 ben ik poëtische portretten van gedetineerden gaan schrijven, gebaseerd op hun levensverhaal. Vooral jonge jongens hebben aanvankelijk als verhaal: ‘Het is niet mijn schuld, ik heb niks gedaan, het is de schuld van de maatschappij, die geeft mij geen kansen. Ik had geen geld, dus ik moest wel stelen.’

‘Door over het verloop van hun leven te praten, over de keuzen die ze hebben gemaakt, hield ik ze een spiegel voor. Daardoor ontstond er vaak inzicht in hun eigen verantwoordelijkheid.

‘Aan de hand van die geschreven portretten ben ik met een schoolklas in gesprek gegaan over die gevangenen. De leerlingen oordeelden aanvankelijk spijkerhard – in hun ogen waren het foute jongens die volkomen terecht vastzaten en niet moesten zeuren.

‘Vervolgens vroeg ik ze zo’n portret te lezen, en op basis daarvan een tekening te maken. Dan ontstond er altijd iets liefdevols, omdat ze zich in de gevangenen gingen inleven. Met hun tekeningen ben ik weer teruggegaan naar de gevangenen. Die mochten er eentje uitkiezen, waarvan ik dan een poster maakte voor de school, de klas en de gedetineerde zelf.

‘Mijn achterliggende idee was: je weet dat die jongens op een gegeven moment de maatschappij weer in zullen gaan, ze komen vroeg of laat naar ons toe. Het project heette dan ook: ‘Van binnen naar buiten.’ Ik denk dat het goed is dat die jongens iets meer van hun eigen verantwoordelijkheid zijn gaan zien en dat wij wat meer begrip hebben gekregen voor hun achtergrond. Hopelijk maakt dat hun terugkeer wat gemakkelijker.’

Kent u zo’n maatschappelijke functie ook toe aan uw projecten met patiënten van de zorginstelling?

‘Jazeker. Er is zo veel eenzaamheid in de samenleving. Tegelijk zijn er zo veel kunstenaars die nauwelijks hun brood kunnen verdienen. Ik zie een enorme kans als in hun ateliers mensen zouden samenkomen. In een veilige sfeer, waarbij iedereen zich welkom voelt. De zorgcentra zijn dan niet langer wachtkamers van de dood, maar worden plekken vol energie en concentratie.

‘Mensen kunnen door zich creatief te uiten werken aan hun heling. Niet dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn, zoals alzheimerpatiënten, nog beter kunnen worden, maar door kunst te maken, kunnen ze zich wel gelukkiger voelen. Wat voor hun gezondheid ook goed kan zijn. Kunst maken is dan als het ware het medicijn.’

Kunt u dat wat concreter maken?

‘Neem Mavis, een bejaarde Surinaamse mevrouw. Ze tekent veel, met haar linkerhand – eigenlijk is ze rechts, maar die helft is verlamd. Ze maakt echt mooie tekeningen. We hebben bedacht dat ze die stuurt naar mensen die hebben aangegeven ze te willen ontvangen.

‘Dertien mensen hebben zich aangemeld, ze betalen een tientje per tekening. De waarde van haar tekeningen is niet in geld uit te drukken, het zit in de waardering die ze ontvangt. Haar netwerk is door dit project sterker geworden, ze staat daardoor meer in het leven. Ze voelt zich gekend, gezien, opgetild, dat versterkt haar gevoel van eigenwaarde.

‘Ik heb ook haar levensverhaal opgeschreven, daar hebben we samen een boekje van gemaakt dat ze aan haar kinderen heeft gegeven. Daarna zei ze me: ‘Nu ben ik klaar om te sterven. Ik hoef nog helemaal niet dood, maar mijn levensverhaal heb ik nu wel afgerond.’’

Wat levert het uzelf op?

‘Bij al mijn activiteiten als zorgkunstenaar zit een element van wederkerigheid – ik moet er zelf ook iets aan hebben, anders werkt het voor mij niet. Ik heb onlangs een tentoonstelling gemaakt, De schoonheid van dementeren. De patiënten maakten de werken, ik was de curator.

‘Ik nodig familieleden, zorgmedewerkers en de directeur uit, ik ontvang complimenten. Mijn naam staat op de boekjes van de mensen van wie ik het levensverhaal opteken. Ik zie me niet als een hulpverlener die alleen maar wil dat mensen een leuke tijd hebben, nee, ik wil dat er ook echt iets goeds wordt gemaakt. Ik verbind me aan hun werken en zij verbinden zich aan mij. Daardoor wordt hun werk beter. Die kwaliteit is voor mij belangrijk.

‘Wanneer iemand iets maakt waar hij trots op is, is dat belangrijk voor zijn gevoel van eigenwaarde. Wat het mij ook oplevert, is zingeving: ik zie mensen door kunst weer meer zin in hun leven ervaren. Ik zie ze groeien. En ik kan een rol in die ontwikkeling spelen.’

Waardoor is zorgkunst nog niet van de grond gekomen?

‘In ieder geval niet door een gebrek aan waardering. Eigenlijk iedereen die in dit atelier komt, ziet dat het een bijzondere plek is en erkent de waarde van wat we hier doen, van de verpleging via de directeur tot de zorgbestuurder. Maar helaas is er geen budget voor zorgkunst.

‘In mijn ogen zouden zorgverzekeraars moeten bijspringen – zij zijn erbij gebaat, mensen die zich gelukkiger voelen zijn doorgaans ook gezonder. Als ze maar één euro van de maandelijkse zorgpremie hieraan zouden besteden, stel je eens voor hoeveel er dan mogelijk zou zijn. Elk zorgcentrum in Nederland met zijn eigen zorgatelier, dat zou toch prachtig zijn?

‘Gemeenten en provincies zouden ook in actie kunnen komen. Er zijn bestuurders met visie en durf nodig die zorgkunst gaan faciliteren. Die het belang inzien van dit soort vrijplaatsen – ik zie het als een soort kloosters waar je geconcentreerd aan kunst kunt werken, waardoor je je gelukkiger voelt en zin in je leven kunt ervaren. Waar je kunt aanschuiven wanneer je het nodig hebt en waarvoor je niets hoeft te betalen. Waar je kunt ervaren: hier ben ik veilig, hier maak ik deel uit van een groter geheel.’

Boekentip: Waarom kunst in het ziekenhuis, Sabrina Kamstra

‘Kunst kan goed zijn voor het welbevinden van ziekenhuispatiënten. Als ik er ooit in terechtkom, hoop ik op het Amsterdam UMC. Dan ga ik zoeken naar het weerloos ezeltje van kunstenaar Jasper Hagenaar dat in dit boek wordt beschreven. Dan wil ik me getroost voelen door die wankele pootjes.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next