Hopelijk met uw welnemen, lieve lezer, wijd ik mijn laatste column (waarover straks meer) aan verschijnselen die niet ophouden me te verbazen.
Neem het gewentel in slachtofferschap – van mijn even geprivilegieerde zusters welteverstaan. Het heeft iets ironisch, als je het mij vraagt. Net als vroeger geloven immers velen van hen in een hogere macht, alleen heeft die nu niets religieus meer. Tegenwoordig geloven zij heilig in het ‘systeem’. Beluister hedendaagse feministen, tien tegen één dat ergens in hun betoog dit s-woord valt. Hebben ze een punt? Dat staat te bezien. Kijk, natuurlijk lopen er zelfs in dit relatief paradijselijke hoekje van het universum nog genoeg mansplainers en andere seksistische sukkels rond. Maar een vernuftig systeem dat het op ons heeft voorzien? Dat ons nog stééds tot de willoze kindvrouwtjes reduceert die we ooit waren? Heus, ik doe mijn best het serieus te nemen. Lukt me niet.
Minstens zo dol op slachtofferschap zijn klimaat- en andere activisten. Zo jammerden ze deze week op OneWorld over de mentale ‘druk’ die ze ervaren nu er een rechts kabinet aan de macht is. Mocht de advocaat van Extinction Rebellion uithuilen bij Joop.nl over de politie die betogers zou behandelen als ‘terroristen’. En viel helemaal verkeerd dat de Tweede Kamer in meerderheid weinig enthousiasme kan opbrengen voor geweld, vernielingen en intimidatie bij demonstraties.
Dit alles, let wel, gebeurde in dezelfde week dat Greenpeace een volgens deze krant ‘klinkende overwinning’ boekte aangezien de Haagse rechtbank in een ‘vernietigend vonnis’ de pressiegroep ‘op vrijwel alle punten’ in het gelijk stelde en derhalve ‘geen spaan’ heel hield van het stikstofbeleid van het kabinet-Schoof. Ik zou zeggen: tel je zegeningen. En ga je daarna zitten schamen.
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Sowieso verbaas ik me over de houding van vooruitstrevend Nederland in dit guurrechtse tijdsgewricht. Vanzelfsprekend vindt niemand het fijn als de wind ineens uit een heel andere richting waait. Is het nogal verdrietig als je de macht niet in handen krijgt omdat te weinig medeburgers jouw opvattingen delen. Maar zo werkt het nu eenmaal in een democratie. Wil je het tij keren, dan dient de hand, lijkt mij, af te dalen in de eigen boezem. Dan moet je nadenken over wenkende perspectieven, komen met aantrekkelijke alternatieven. Eindeloos wijzen naar les autres zal in elk geval niet helpen. Voortdurend tegen elkaar klagen over de verderfelijkheid van Geert Wilders en/of de fletsheid van Dick Schoof trouwens evenmin.
Nu het thema toch ter tafel ligt: in dit verband mis ik het politieke geluid zoals de Partij van de Arbeid dat in het verleden liet horen. Vanaf het moment dat de PvdA zich verloofde met GroenLinks is er geen lekker saai midden meer waarbij ik me thuis voel. De hoogopgeleide jongens en meisjes van GroenLinks hebben naar mijn smaak veel te veel, de solide sociaaldemocraten van weleer veel te weinig te vertellen over de koers.
Het pregnantst komt dit tot uiting in het gezwabber rond de Gaza-oorlog. Dat er Joodse PvdA’ers zijn die zich om die reden afkeren van de partij is voorwaar te pijnlijk voor woorden. Zou, zeker gezien de sociaaldemocratische traditie, aanleiding moeten zijn tot afgrondelijke schaamte. Maar is dat niet.
Zo. En hier houdt het op, lieve lezer. Naar de mens gesproken was dit mijn laatste column voor de Volkskrant. Het is mooi geweest. Sinds 2015, op de kop af tien jaar lang, heb ik op deze plaats tweewekelijks kunnen schrijven wat ik wilde schrijven, u mogen lastigvallen met wat ik maar wilde, oeverloos mijn stokpaardjes kunnen berijden. (Zie boven.) Als ik me niet vergis versleet ik vijf opiniechefs en twee hoofdredacteuren. Die ongelogen nimmer een krimp gaven. Op mijn eigen verzoek stop ik ermee. Dat stemt om velerlei redenen weemoedig, maar eerst en vooral zal ik uw reacties, lieve lezer, vreselijk missen – de woedende, de aardige en alle schakeringen daartussenin.
Gelukkig weet ik wat u vermoedelijk nog niet weet: dat ik een gedroomde opvolger krijg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant