Home

In zijn strijd tegen de motiebrij zal Bontenbal het van de goede wil van zijn ambtgenoten moeten hebben

De Kamer ziet zelf ook wel wat er mis is met de parlementaire cultuur. Maar de zelfdiscipline die nodig is voor verandering, zal van ver moeten komen.

De politieke erfenis van Hilbrand Nawijn, roemrucht minister voor de Lijst Pim Fortuyn, moet niet al te hoog worden aangeslagen. Maar in één opzicht had hij toch een vooruitziende blik. Toen hij de Tweede Kamer in 2003 ‘een groot ritueel’ noemde, was het Binnenhof te klein en viel de hele gevestigde orde over hem heen. Ruim twintig jaar later wordt zijn mening in vele fracties gedeeld. Aan zelfkritiek ontbreekt het de Kamer niet.

Nawijn en zijn toenmalige fractiegenoot Joost Eerdmans sloegen destijds alarm over de eindeloze reeksen spoeddebatten, moties en schriftelijke vragen waarin zij als nieuwkomers verstrikt waren geraakt. ‘Zo worden de parlementaire instrumenten bot’, waarschuwden zij.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Controleurs

Inmiddels is die toestand inderdaad bereikt. Er zijn heus nog genoeg Kamerleden die gedegen, inhoudelijke en oprechte controleurs van de regering proberen te zijn, maar toch worden er veel te veel Kamervragen gesteld waarvan de vragensteller de antwoorden ook even zelf had kunnen opzoeken, staan te veel debatten in het teken van de ‘groetjes aan de achterban’ (dixit oud-minister Hugo de Jonge) en worden er veel te veel moties ingediend die slechts dienen ter meerdere eer en glorie van de indiener.

Nog fijner is het om een motie zo te verwoorden dat zelfs de fracties die het in grote lijnen met je eens zijn, zich toch gedwongen zien tegen te stemmen, om hen vervolgens op de sociale media onder hoon te bedelven.

CDA-voorman Henri Bontenbal is de nieuwe spreekbuis van de parlementaire zelfkritiek. Hij richt zich vooral op het inperken van de motielawine en mikt op niet-vrijblijvende afspraken in het Reglement van Orde. Hij hoop dat een quotum ertoe leidt dat overbodige moties niet worden ingediend, dat er meer wordt samengewerkt tussen fracties en dat in debatten vaker wordt aangedrongen op concrete toezeggingen van het kabinet.

Dat zijn stuk voor stuk lovenswaardige doelen, maar een quotum is een onhaalbare kaart. Kritische Kamerleden wezen Bontenbal er donderdag op dat het hoe dan ook neerkomt op een inperking van de vrijheid en het mandaat van individuele Kamerleden om hun werk zonder restricties te kunnen doen. Wat als een Kamerlid in oktober door zijn quotum heen is?

De ene volksvertegenwoordiger gaat niet over de bewegingsruimte van een ander, hoe ergerniswekkend die zich ook mag gedragen. En dat is dan nog los van het feit dat het niet mogelijk zal blijken een quotum in te voeren dat door iedereen als rechtvaardig wordt ervaren.

Goede wil

Bontenbal zal het moeten hebben van de goede wil van zijn ambtgenoten, van de hoop dat ooit weer het besef indaalt dat de Kamer zichzelf een enorme dienst zou bewijzen als de scoringsdrift wat wordt ingeperkt.

Bij de behandeling van zijn voorstel kreeg hij donderdag veel steun voor zijn intenties. Dat geeft enige hoop. Dat Joost Eerdmans, in 2003 nog zij aan zij strijdend met Nawijn, in zijn eentje alleen al in de afgelopen herfst liefst 97 moties indiende, toont vooral aan dat het nog een lange weg is van zelfkritiek naar zelfdiscipline.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next