Georganiseerde misdaad, fentanyl, terrorisme en contraspionage: als eerste chef van de politie-eenheid Landelijke Opsporing en Interventies heeft Rob van Bree een zware verantwoordelijkheid. Bovendien geeft hij leiding aan een reorganisatie. ‘Ik zag een eenheid in angst en verwarring.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Dit citaat van Johan Cruijff is volgens politiechef Rob van Bree van toepassing op zijn nieuwe Team Contraspionage, dat begin deze maand is opgericht. Het gaat zich onder meer bezighouden met buitenlandse mogendheden die hier spioneren of computers hacken.
‘We hebben de afgelopen jaren rondgekeken in Engeland, Australië en andere landen die kort geleden zo’n politieteam hadden opgebouwd’, zegt Van Bree. ‘De ervaring daar is: als rechercheurs bewust gaan kijken naar ongewenste buitenlandse inmenging, gaan ze vanzelf meer zien. Het is dus onze verwachting dat we in Nederland meer voorbeelden van spionage zullen ontdekken dan in het verleden.’
Rob van Bree (47) is de eerste chef van de nieuwe politie-eenheid Landelijke Opsporing en Interventies (LO), die zich concentreert op onder meer zware en georganiseerde criminaliteit, cybercrime en contraterrorisme. Er werken ruim tweeduizend mensen.
De LO bestaat uit afdelingen die tot 1 januari 2024 onderdeel waren van de Landelijke Eenheid. Die ging gebukt onder problemen, zoals tekortschietend leiderschap, vriendjespolitiek en een angstcultuur. Dat leidde onder meer tot een tragisch geval van zelfdoding en opsplitsing van de eenheid.
Is de rust weergekeerd? Hoe gaat Van Bree ervoor zorgen dat er geen nieuwe incidenten plaatsvinden? Wat is er volgens hem nodig om de georganiseerde misdaad effectief te bestrijden? En wat kunnen we verwachten van het Team Contraspionage?
Dat team is nog in opbouw, legt hij uit. De Eerste Kamer moet dit voorjaar nog akkoord gaan met het wetsvoorstel uitbreiding strafbaarheid spionageactiviteiten. Dat stelt ook relatief nieuwe vormen van ongewenste buitenlandse inmenging strafbaar, en beïnvloeding van (voormalige) burgers van een ander land die naar Nederland zijn gekomen.
Zeven jaar geleden bleek al hoe hard een wetswijziging nodig is. Toen werden Russische inlichtingenofficieren betrapt die probeerden binnen te dringen in het wifi-netwerk van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag. Zij werden niet opgesloten of vervolgd, maar het land uitgezet. Mede omdat ze eigenlijk niet zo veel strafbaars hadden gedaan.
Dat moet onbevredigend zijn geweest. Wordt dat anders door de nieuwe wet?
‘Die vier waren met een diplomatiek paspoort naar Nederland gereisd, dat zou ook met de nieuwe wet ingewikkeld zijn. Maar de kans is groot dat zo’n groep wordt geholpen door anderen, zonder diplomatieke status. Daar kun je voortaan iets mee doen, ja. Het wordt strafbaar om voor buitenlandse mogendheden activiteiten te verrichten die de Nederlandse belangen ernstig schaden. Dat is iets wat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst al veel langer in de gaten houdt, natuurlijk. Wij zullen als politie pas in actie komen als feiten en omstandigheden wijzen op een misdrijf.’
In Nederland wordt volop gespioneerd, blijkt uit onderzoek van de AIVD, die doorgaans weinig details prijsgeeft. Wel is bekend dat er sinds augustus een Russische oud-medewerker van chipmachinefabrikant ASML vastzit, op verdenking van het verkopen van bedrijfsgeheimen aan Rusland. Over die zaak wil Van Bree niets zeggen, mede omdat die onder de rechter is.
In september bleek dat bij een hack de zakelijke mailadressen, telefoonnummers en functies van bijna alle 65 duizend politiemedewerkers zijn buitgemaakt. Volgens bronnen van De Telegraaf zou Rusland erachter zitten. Wat maakt dat los bij uw mensen?
‘Of de Russen erachter zitten, kan ik niet bevestigen. Ik kan wel zeggen dat het op sommige plekken tot zorgen heeft geleid. Maar over het algemeen reageerden mijn medewerkers kalm. Mogelijk omdat ze er toch al voor zorgen dat ze online niet goed zichtbaar zijn.
‘Onze meest kwetsbare groep, de undercoveragenten, loopt geen extra risico door de hack. Zij worden afgeschermd op het hoogste niveau. Maar zoiets kunnen we niet voor iedereen doen. We hebben als politie een heleboel collega’s, die werken op tal van locaties en snel over veel informatie moeten beschikken. Voor ons is het continu zoeken naar een balans tussen veiligheid en zo effectief mogelijk werken.’
De AIVD en MIVD achten het ‘zeer waarschijnlijk’ dat een ander land verantwoordelijk is voor de hack, schreef minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) aan de Kamer. In hoeverre maakt dat het anders of ernstiger?
‘Het maakt nogal wat uit of de hacker een criminele partij is, die onze gegevens wil gebruiken voor criminele activiteiten, of een statelijke actor. Wat wil die? Van een aantal buitenlandse mogendheden weten we dat ze heel veel data naar binnen slurpen en hun hacks niet altijd heel specifiek gericht zijn.’
Houden jullie er rekening mee dat dit het begin is van iets groters: dat gehackte gegevens worden gebruikt om via specifieke medewerkers dieper jullie netwerk binnen te dringen?
‘Met zoiets houden we altijd rekening. We weten dat andere landen voortdurend zoeken naar kwetsbaarheden bij ons. Steeds vaker zelfs. De politiesystemen worden bijna dagelijks aangevallen. Maar over het algemeen weten we die aanvallen te keren of voorkomen.’
In april 2021 pleegde een ervaren undercoveragent van de Landelijke Eenheid zelfmoord, tijdens een onderzoek naar een georganiseerde misdaadzaak. Hij slaagde er niet langer in goed onderscheid te maken tussen zichzelf en de rol die hij als infiltrant speelde, stond in zijn afscheidsbrief. Zeven maanden later bleek uit een onderzoeksrapport dat zijn dood mede te wijten was aan grove nalatigheid van de leiding.
In de week dat dit rapport werd gepubliceerd, begon Van Bree als plaatsvervangend chef bij de Landelijke Eenheid. Hij schrok van wat hij aantrof: ‘Het was paradoxaal: aan de ene kant zaten de teams vol vakmensen, die geweldige resultaten boekten. Aan de andere kant stond de organisatie niet goed en werden er fouten gemaakt. Ik zag een eenheid in angst en verwarring. Teams die gebukt gingen onder spanningen, medewerkers die zich niet gehoord voelden, of onveilig. Leidinggevenden die door de enorme druk van media, politiek en vakbonden twijfelden over besluiten die ze moesten nemen. Zoiets had ik in mijn – toen – 25 jaar bij de politie nog nooit meegemaakt.’
Na zijn komst kwamen er nog meer kritische rapporten uit en vertrokken enkele leidinggevenden. Er moest een ‘cultuurverandering’ komen, oordeelde een commissie. De Landelijke Eenheid werd gesplitst in twee eenheden: Landelijke Expertise en Operaties (LX) en Landelijke Opsporing en Interventies (LO).
Er wordt hard aan verandering gewerkt, zegt Van Bree, die chef werd van de LO. ‘Om te beginnen was er in onze relatie met regiokorpsen sprake van concurrentie en strijd. Intern ook, tussen teams onderling. Dat gaat ten koste van resultaten. Dat willen we niet meer. Ten tweede moet er meer oog voor elkaar zijn. Iedereen moet ongeacht zijn functie of rol zijn opvatting kunnen delen. Dat proberen we overal in de praktijk te brengen.’
Het gaat nu wat beter, hoor ik van insiders. Maar zeker voor die cultuuromslag moeten nog veel stappen worden gezet. Gaat dat lukken?
‘Ja, daar ben ik honderd procent van overtuigd. Maar wat zich in tien of vijftien jaar heeft opgebouwd, heb je niet zo snel veranderd. Geef ons de tijd en de ruimte daarvoor. Dat is ook een oproep aan onze bestuurlijke omgeving.’
Sinds 1 januari is er een nieuw ‘Under Cover Team’. Teamleden mogen dit werk nog maximaal acht jaar doen. Eerder was dat twaalf jaar, soms zelfs langer. Wat doen jullie nog meer om te zorgen dat het niet nogmaals misgaat?
‘Er zijn psychologen toegevoegd aan het team. Undercovers werken op het scherp van de snede, in een stressvolle omgeving met compleet andere normen en waarden. En als je lang een andere identiteit hebt gehad, loop je in ons kleine land altijd het risico dat je op enig moment wordt herkend door een crimineel. Leven met dat risico is belastend, ook voor je familie. Daarom moet iedereen na een vooraf afgesproken termijn stoppen, daar wordt niet meer aan getornd. En we hebben nu een onafhankelijke adviesgroep, die per geval beoordeelt of een undercoveractie verantwoord is.’
Hoe vaak heeft dit geleid tot het afblazen van een undercoveractie?
‘Meerdere keren. Terwijl collega’s het graag wilden doen. Soms zei iemand: kun je dit advies niet overrulen? In bepaalde gevallen wel. Maar dat is nog niet gebeurd en daar ben ik zeer voorzichtig mee.’
Van Brees gehele eenheid is gericht op opsporing. Dat lijkt misschien logisch, maar het is bijzonder. Want bij de rest van de politie zijn veel medewerkers bezig met iets anders, zoals noodhulp, verwarde personen of surveilleren in wijken.
‘Elke regionale eenheid heeft ook medewerkers die zich fulltime concentreren op zware criminaliteit en met ons samenwerken. Maar zij worden dagelijks geconfronteerd met nieuwe straatroven, overvallen en moorden. Zij moeten elke dag kiezen wat ze wel of niet doen. Wat de LO uniek maakt, is dat er bij ons minder incidenten binnenvliegen. Dat betekent dat we de luxe hebben, en de dure plicht, om vasthoudend te zijn. We kunnen zo lang als nodig op één onderzoek zitten, met veel mensen.’
Specialisten van de LO verdiepen zich nu bijvoorbeeld in de pijnstillers fentanyl en nitazenen. ‘Dat is een enorm thema in Amerika en Engeland. Ze zijn heel verslavend, een kleine hoeveelheid kan al leiden tot een overdosis en er vallen veel doden. Dat wil je niet in je land hebben.’
Toch dreigt dat wel te gebeuren. Tien maanden geleden trof de politie voor het eerst een grote hoeveelheid nitazenen aan in Nederland en in december werd 25 kilo in beslag genomen van een cruciaal ingrediënt voor de productie van fentanyl.
‘We weten dat Nederland een productieland is van synthetische drugs’, zegt Van Bree. ‘Als criminelen ook deze middelen hier gaan produceren, kan dat een gigantisch probleem worden. Als politie zorgen we dat we de benodigde kennis in huis hebben en scherp zijn op signalen dat het misgaat.’
Wat al jaren prioriteit heeft, is versleutelde communicatie. Zijn Team High Tech Crime kraakte, in samenwerking met andere landen, vorig jaar voor de negende keer een grote chatdienst voor criminelen, Matrix.
Zoiets wordt ‘steeds moeilijker’, stelt de politiechef. ‘Het is een wedloop.’ Matrix maakte gebruik van veertig computerservers, verspreid over Europa, en was alleen toegankelijk voor mensen die persoonlijk waren uitgenodigd. ‘Dit heeft ons drie jaar werk gekost.’
Het meelezen in al die chatdiensten leidt tot meer inzicht in de georganiseerde misdaad, zei u in juli in Het Parool. Uw rechercheurs wisten best wat er speelde, maar ze schrokken van de mate van geweld.
‘Ja, blijkbaar is het in die kringen normaal om tips te geven als: schiet mensen van achteren neer, anders zul je hun gezicht nooit vergeten. We lazen zelfs dat er gif werd geïnjecteerd in dieren, om te kijken wat er zou gebeuren. Met het idee: is dit gif misschien ook bruikbaar op mensen? Vanuit je eigen perspectief schrik je daar toch van.’
Communicatie blijft de zwakke plek van drugscriminelen.
‘Ja, steeds meer criminaliteit is internationaal verbonden. De top van de Nederlandse georganiseerde misdaad bevindt zich niet in ons land, maar bijvoorbeeld in Dubai, Spanje of Afrika. Zulke criminelen moeten communiceren met contacten over de grens. Voor ons zit daar een kans.’
Tot slot: bijna twee derde van de Nederlanders vindt dat de autoriteiten zich meer moeten richten op ons eigen land, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Gaat uw eenheid dat ook doen?
‘Nee, vanuit mijn vakgebied zeg ik: als we Nederland veilig willen houden, zullen we juist enorm nauw internationaal moeten werken. Dat doen we al, en we zullen onze samenwerking verstevigen en de internationale focus versterken. Het een kan niet zonder het ander.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant