In de film Queer laat Daniel Craig, als James Bond hét macho-icoon, een heel andere kant van zichzelf zien. In expliciete seksscènes met een jonge minnaar, bijvoorbeeld. ‘Ik denk dat we zonder die scènes hadden gefaald.’
is filmredacteur van de Volkskrant.
Hij had deze rol nooit kunnen spelen tijdens zijn James Bond-periode. Dat verklaarde Daniel Craig vorige maand in een alom opgepikt interview met de Engelse krant The Times. Niet omdat het de acteur contractueel (door het Bondbedrijf) verboden was om in de huid te kruipen van een verlepte expat die Mexicaanse bars afschuimt op zoek naar jong mannelijk gezelschap, zoals het alter ego van beatschrijver William S. Burroughs doet in diens nu verfilmde novelle Queer.
Maar wel omdat de goegemeente, in 2015 nog geschokt door Craigs kortstondige 007-moeheid na Spectre (‘Een nieuwe Bond? Ik snij liever mijn polsen door’), zou constateren dat hij wéér bezig was zich af te zetten tegen de geliefde en zo met hem vergroeide klassiek masculiene spionnenrol. ‘Het zou enkel worden gezien als een reactie (op Bond). Alsof ik wilde laten zien wat ik allemaal in huis had.’
De citaten uit het interview met Craig uit The Times zoefden in december meteen de wereld rond op de entertainmentnieuwssites. Zolang er geen nieuwe Bond is uitgeroepen, kleeft de rol nog aan de vorige vertolker. En is alles wat die erover zegt toch steeds weer nieuws.
Tegenkleuren, na al die Bondjaren: het werd al beweerd over Craigs heerlijk frivole spel als detective Benoit Blanc in Knives Out (2019), over wie regisseur Rian Johnson na het vervolg Glass Onion: A Knives Out Mystery (2022) ‘officieel’ bekendmaakte dat het personage gay was.
Maar in Queer zien we Craig in zijn meest intense, innerlijk gekwelde en seksueel expliciete hoofdrol tot nog toe. William Lee is vanwege zijn seksuele geaardheid veroordeeld tot het leven van outsider in het Mexico van de jaren vijftig. Worstelend met zijn mannelijkheid en met een verslaving mixt de Amerikaan de alcohol- en drugsroes met de aarzelend beantwoorde liefde van de jonge Amerikaanse militair Eugene Allerton (Drew Starkey).
Eerst toont de film van de Italiaanse cineast Luca Guadagnino (Io sono l’amore, Call Me By Your Name) vooral landerig barbezoek om later over te gaan in een knotsgek en hallucinant jungle-avontuur, als Lee en Eugene op zoek gaan naar de mysterieuze en geestverruimende yagéplant (ook wel bekend als ayahuasca). In die tweede helft van Queer geeft scenarist Justin Kuritzkes een eigen invulling aan het nooit door schrijver Burroughs afgeronde verhaal.
Een maand voor de Nederlandse bioscooprelease van hun film zitten Guadagnino (53) en Craig (56) naast elkaar in Londen, voor een videobel-scherm. Burroughs’ novelle maakte diepe indruk op de regisseur, die Queer las toen hij 17 was. ‘Ik voelde me zeer aangetrokken tot zijn provocerende en aantrekkelijke taalgebruik. En ik denk dat ik ook gegrepen werd door de angst van de twee mannen in het boek. Door de repressie van hun gevoelens. Het raakte aan iets wat ik uiteindelijk ook veelvuldig ben gaan onderzoeken in mijn eigen werk: hoe ver ga je bij het onderdrukken van wie je bent?’
Craig kende het boek niet. ‘Ik las het op dezelfde avond dat ik het script las. Gelukkig is de novelle vrij dun. Er was veel dat me aantrok: de belofte om te kunnen werken met Luca, maar ook het script, dat aan het einde een andere richting inslaat dan het boek, maar wel heel dicht bij alle onderliggende gevoelens blijft die Burroughs erin verwerkte.’
Zoals de Franse cineast Jacques Audiard voor zijn misdaadmusical Emilia Pérez een hedendaags Mexico optrok in een studio nabij Parijs, zo liet Guadagnino het Mexico van de jaren vijftig nabouwen in het Cinecittà- studiocomplex in Rome. Eerder in ansichtkaartachtig pastel dan realistisch, als een al wat vervaagde herinnering. ‘We wilden een wereld creëren die aanvoelt als cinema. Geen historisch drama, maar de specifieke wereld van Queer. Daartoe hebben we ook oude filmtechnieken gebruikt, zoals matte painting’ (waarbij de filmachtergrond geschilderd is, red.).’
Guadagnino staat bekend als een regisseur die zeer veel aandacht besteedt aan de aankleding en styling van zijn films. Voor Queer werkte hij, net als bij zijn vorig jaar verschenen tennis-driehoeksrelatiedrama Challengers, samen met modeontwerper Jonathan Anderson, creatief directeur van het Spaanse modehuis Loewe. Die nam zich voor om enkel échte kleding uit de jaren vijftig te gebruiken. ‘Originele Brooks Brothers-pakken’, zegt Craig over de linnen pakken waarin zijn personage Lee de film lang transpireert. ‘Er zit geschiedenis in zo’n pak. Een verhaal. En dat voel je als je het aantrekt.’
Guadagino: ‘Het boek houdt op als de twee in de jungle dokter Cotter ontmoeten (een volstrekt onherkenbare Lesley Manville in de film, bekend van haar rol als prinses Margaret in The Crown, red.). Die geeft de mannen geen ayahuasca. Wij dachten: wat als ze die ervaring met ayahuasca nu eens wél krijgen? Lee vindt wat hij zoekt: een manier om telepathisch te communiceren.’
Tijdens de fraai en overtuigend vormgegeven drugsroes braken de mannen enorme orgaanachtige bubbels uit. De regisseur is zelf geen ayahuasca-ervaringsdeskundige. ‘Nee, ik heb in mijn leven nooit zulke drugservaringen gehad. Ik heb wel eens in een laveloze staat verkeerd door alcohol. Voor mijn werk put ik ook veel uit de gesprekken die ik voer met mensen. Zo leun ik vooral op de prachtige intuïtie en wijsheid van Daniel.’
De duizendpoot vormt een sleutelmotief in Guadagnino’s Queer: het dier komt voor in hallucinaties en aan de ketting van een van Lee’s nachtelijke veroveringen. De regisseur: ‘De duizendpoot maakt deel uit van Burroughs’ canon, het diertje komt vaak voorbij in zijn oeuvre. Bijvoorbeeld in de laatste passage van zijn dagboek, kort voor hij overleed. Het is de enige vijand in de film, die duizendpoot. Een alomtegenwoordig symbool voor alles wat deze twee mannen er steeds weer aan herinnert dat ze moeten onderdrukken wat ze zijn, wie ze zijn en wat ze willen zijn. Want zo is het ze geleerd.’
Als Lee is Craig grote delen van de film beneveld. Hoe speel je dat zonder door te schieten in schmieren? De acteur: ‘Voorafgaand aan de opnamen zei ik tegen Luca dat ik niet zelf kon beoordelen of ik te ver ging terwijl ik het speelde. Dus hij was zo vriendelijk om me daarbij te helpen. Ik kan ook niet echt uitleggen hoe je dat speelt. Er zijn wel een paar hints: een ervan is dat je, als je dronken bent, juist je best doet om níét dronken te klinken als je met iemand praat. Ik probeerde het tragisch óf grappig te spelen. En verder zoek je de oorzaak van het drinken of het drugsgebruik. Waarom drink ik vijf shotjes tequila? Wat is de reden? Want er is altijd een reden. Niemand werkt al die alcohol of drugs zomaar naar binnen. Het helpt je je te verstoppen voor iets of iemand.’
Terug naar James Bond. Er is toch wel een overeenkomst tussen die door Ian Fleming bedachte spion en Burroughs’ alter ego Lee: beide personages stammen uit de jaren vijftig en dragen hun mannelijkheid in zekere zin als een harnas.
Craig: ‘Dat klopt, denk ik. Je raakt daar aan iets waarin ik zeer geïnteresseerd ben. Burroughs, Fleming... ze zijn niet níét met elkaar verbonden.’
Het speelde geen rol bij zijn keus voor Craig, zegt Guadagnino. ‘Nee, ik denk dat het gewoon mijn droom was om te werken met zo’n grootse acteur, die óók een icoon is. En om hem dan weer tot leven te wekken in een ander icoon, namelijk William Lee.’
Over de expliciete seksscènes, die Queer een R-rating hebben bezorgd (in de Verenigde Staten mogen bezoekers onder de 17 de film in de bioscoop enkel zien onder begeleiding van een ouder of voogd), wil Craig alleen dit zeggen: ‘Ik denk dat we gefaald hadden als die er niet in zaten.’
Guadagnino, knikkend: ‘Het zou als verraad hebben gevoeld bij een verhaal over de diepe aantrekkingskracht tussen deze twee mannen. Volkomen verraad.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant