Wat nu nog lijkt op de instorting van het internationale klimaatbeleid, is misschien gewoon een bijstelling.
Broeikasgasexpert Detlef van Vuuren valt even stil aan de telefoon, als ik hem de vraag stel.
Zojuist bespraken we wat de uitstap van Trump uit het klimaatakkoord van Parijs precies voor gevolgen heeft. Het antwoord heeft u kunnen lezen op deze site: in hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen niet eens zo gek veel, maar als symbolische daad hakt het er stevig in.
En nu heb ik Van Vuuren de diepere vraag gesteld. Een retorische vraag eigenlijk, besef ik terwijl ik hem stel. Bewijst de uitstap van Trump niet dat de meeste mensen veel minder begaan zijn met klimaatbeleid dan experts zoals hij hadden gewild?
Ga maar na. Trumps uitstap komt op een moment dat de opwarming zichtbaarder is dan ooit. 2024 was het warmste jaar ooit gemeten, in Florida raasde een ongewone dubbelorkaan over, in Californië woedden zeer zeldzame winterbosbranden.
En tóch koos Amerika met overtuigende meerderheid voor Trump, en klonk er maandag in de grote zaal van het Capitool gejuich toen hij daar het ‘oneerlijke, eenzijdige’ klimaatakkoord van Parijs openbaar verscheurde.
Bij ons: zelfde verhaal. Alle hittegolven, droogten en overstromingen ten spijt, trok ook in ons land de kiezer massaal naar de PVV en BBB, partijen die geen bal ophebben met klimaat. Op papier bestaat het klimaatbeleid nog. Zolang de veestapel maar niet kleiner hoeft, er geen windmolens op land komen en de visserij voorgaat op zee. Ook Italië, Hongarije, Slovenië, Frankrijk en Duitsland zwenken die kant op. Leuk dat klimaat, maar eerst even andere prioriteiten.
Dit is een patroon, blijkt uit een onderzoek dat toevallig deze week verscheen in vakblad Plos One. Klimaatscepsis blijkt het sterkst verankerd in landen die inzetten op streng klimaatbeleid. Of neem de peilingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De meeste Nederlanders weten best dat het klimaat verandert en maken zich daarover ook zorgen. Tot je ze vraagt wat ze ertegen willen doen. Nóg bezorgder blijken diezelfde burgers dan over de kosten.
Ziedaar het dominante denken dat de klimaatdrammers onderschatten. ‘Gezond verstand’, zoals Trump het bij zijn beëdiging noemde. Klimaatbeleid? Graag. Maar miljarden bijdragen aan de aanleg van waterwerken in Azië, stoppen met vliegen of je halve huis verbouwen voor zo’n lompe warmtepomp: liever niet zeg.
Wat nu nog lijkt op de instorting van het internationale klimaatbeleid, is misschien gewoon een bijstelling. Een democratisch afgedwongen koerscorrectie, naar een richting waarvoor wél brede steun is.
Niet de grootse idealen van internationale solidariteit, nul uitstoot en het ten koste van alles behalen van 2 graden opwarming en geen tiende graad meer. Maar pragmatisch klimaatbeleid, meer gericht op het hier en nu, en op praktische maatregelen – denk aan zonnepanelen op het dak, of duurzame innovaties.
O, ja. Dat zal, zeker in de wat verdere toekomst, heftige problemen geven, als de temperatuur oploopt tot 3 graden of meer. Maar zoals het er nu uitziet, zijn de meeste mensen bereid dat risico te nemen. Tegen die tijd zijn we vast wel in staat zijn de problemen het hoofd te bieden.
Na ons de zondvloed, kun je dat cynisch noemen. Of de democratie in actie, dat kan natuurlijk ook.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant