In een poging om een nieuwe, gekke swing aan Dry January te geven ging ik naar de slijterij. Aan de vriendelijke man achter de balie vroeg ik of hij een lekkere alcoholvrije witte wijn had.
Ik voelde me een hele pief en een afschuwelijk cliché tegelijkertijd, zo’n beetje als wanneer ik in mijn legging naar yoga fiets. Fantastisch hoor, geen alcohol drinken, beetje triest dat je dan druivensap vermomd als wijn tot je moet nemen. En die slijter dacht natuurlijk ook: Dry January, ga toch heen. Maar hij maakte er een moment van, wees me op drie witte wijnen waarvan er een volgens hem de beste was, dus ik nam de beste.
Thuis pakte ik rond borreltijd een vintage glaasje uit de kast, stak een kaars aan en schonk de alcoholvrije wijn in. Gatverdamme. Wat was dit goor.
Een paar dagen later, in gesprek met mensen die allemaal aan droge januari deden, of halfdroog, meestal droog of in ieder geval niet al te nat, vroeg ik om tips. Er waren zeker goeie alcoholloze wijnen, zeiden zij, maar je moest die met bubbels hebben. Die waren altijd lekkerder. Ook moest je ze zeer koud drinken. ‘Zodat je bijna niets meer proeft?’, vroeg ik. Ja, dat.
Toen kwamen de andere tips op gang. Gingerale. Gingerale met een takje rozemarijn. Gingerale met citroen en een takje rozemarijn. Deze mensen zwoeren bij gember, dat gaf die lekkere bite die alcohol ook had. Iemand had onlangs een tonic gedronken met gember voor het bittertje, citroen voor het zuurtje, een takje van iets wat ik even vergeten ben, en een halve rode peper. Ah ja, voor de scherpte, zei ik. Ja, voor de scherpte.
Het probleem met mij is dat ik extreem lui ben. Ik vind het schillen van een stronkje gember bijvoorbeeld al veel werk. Laat staan dat ik alles in huis ga halen om een tonic met gember, citroen, een takje van iets en een halve rode peper te maken.
Ik overwoog het wel, in de namiddag in de supermarkt. Alle benodigdheden in mijn mandje gooien was een ding, maar dit alles thuis raspen, snijden, ontzaden, rissen en de rest van de avond van die brandende peperhanden hebben, nee, dat ging ik niet doen. Ik gaf het staande voor het frisdrankschap al op en kocht een fles Fanta met citroensmaak.
Thuis de halve fles leeggedronken. Wat is dat eigenlijk heerlijk, om een uur of vijf ’s middags. Het bittertje, het zuurtje, het scherpje, het zat er allemaal in, en een heleboel suiker, ook dat, maar geen alcohol. Ik drink bijna nooit prik, zoals we dat in de vorige eeuw noemden, want prik is slecht voor je. Maar het had nog nooit zo heilzaam gevoeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant