Het is geen toeval dat de Panamese financiële toezichthouder maandag auditors afstuurde op het buitenlandse havenbedrijf dat de twee havens aan weerszijden van het Panamakanaal bestiert. Het onderzoek moet de Amerikaanse president Trump wind uit de zeilen nemen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Direct na zijn inauguratie beklaagde Trump zich opnieuw over de Chinese invloed op het Panamakanaal. Hij stelde dat Amerikaanse schepen die het Panamakanaal gebruiken ‘oneerlijk’ worden behandeld met ‘overdreven’ hoge tarieven. Daarop plaatste de Panamese financiële toezichthouder op X een video van een tiental auditors die het terrein oprijden van het plaatselijke kantoor van Hutchison Port Holdings, dat twee havens aan het Panamakanaal uitbaat.
Ook heeft Panama zich dinsdag bij de Verenigde Naties gemeld, meldt persbureau Reuters. In een door Reuters ingeziene brief schrijft ambassadeur Eloy Alfaro de Alba dat in het VN-handvest staat dat landen niet zomaar mogen dreigen met geweld tegen de territoriale integriteit van andere staten. Het schrijven zou gericht zijn aan secretaris-generaal António Guterres en ook naar de Veiligheidsraad van de VN zijn gestuurd.
Trump trekt al langer van leer tegen Panama, dat volgens hem het kanaal moet ‘teruggeven’ aan de Verenigde Staten. In 1999 werd het kanaal overgedragen aan Panama, maar volgens Trump ‘heeft China de bedrijfsvoering’.
Dat klopt niet helemaal. Trumps tirade richt zich waarschijnlijk op de twee havens in de steden aan weerszijden van het Panamakanaal, Balboa en Cristobal. Die worden bestierd door Hutchison Port Holdings, een privébedrijf van de Hongkongse magnaat Li Ka-shing. Weliswaar is Hongkong een speciale autonome regio onder Chinees bestuur en heeft een Chinees staatsbedrijf 10 procent in Hutchison Port Holdings geïnvesteerd, maar dat maakt deze Panamese havens niet tot ‘China’, zoals Trump zegt.
Bij twee andere havens in Panama hebben Chinese staatsbedrijven wel degelijk een vinger in de pap. Die havens liggen echter niet aan het Panamakanaal. Zo is er de Fuerte Amador-cruiseterminal in Panama-Stad, die werd aangelegd door een tak van staatsbedrijf China Communication Construction Company (CCCC) voor een bedrag van 165,7 miljoen dollar.
Dit project is een gevolg van het verbreken van de diplomatieke banden tussen Panama en het eiland Taiwan. China, dat Taiwan beschouwt als een afvallige provincie, vangt Taiwan zoveel mogelijk bondgenoten af. In 2017 viel Panama Beijing in de schoot door de Panamese belangstelling voor het Belt and Road Initiative (BRI), een Chinees masterplan voor de aanleg van logistiek, industrie en hightech over de hele wereld. Zodra Panama Taiwan had ingeruild voor Beijing, begon de bouw van de cruiseterminal, die vorig jaar met forse vertraging werd opgeleverd.
Deze verbeterde betrekkingen waren een onaangename verrassing voor de VS, die daarop hun invloed in Panama lieten gelden. Maar ook zonder die Amerikaanse druk kwam de klad in de meeste Chinese BRI-projecten in Panama.
Er is bijvoorbeeld forse vertraging bij de bouw van een Chinese containerhaven bij Colon door staatsbedrijf CCCC, een project ter waarde van 1,1 miljard dollar. De haven is eigendom van Landbridge, een Chinees privébedrijf dat vaker BRI-projecten uitvoert. Landbridge kocht de containerhaven voor 900 miljoen dollar in 2016, maar wilde pas beginnen met bouwen nadat Panama de relatie met Taiwan had opgezegd. Opmerkelijk genoeg ligt dit Chinese containerhavenproject vlak bij een voormalige Amerikaanse marinebasis, die sinds 1997 als containerhaven door het Taiwanese Evergreen wordt gebruikt.
De oorzaak van de vertraging van de Chinese containerhaven wordt volgens een studie van de Amerikaanse regering veroorzaakt door een gebrek aan naleving van plaatselijke regelgeving tijdens de bouw, gecombineerd met een algemeen Panamees wantrouwen jegens Chinese beloften, nadat andere projecten van Chinese staatsbedrijven niet van de grond waren gekomen.
Panama heeft in 2019 al eens auditors op Hutchison Port Holdings afgestuurd, toen het bedrijf ervan werd verdacht de Panamese overheid niet de volledige vergoeding voor de concessie voor de twee havens uit te betalen. De uitkomst van deze audit is onbekend, maar stond in elk geval verlenging van de concessie niet in de weg. Die werd in 2022 met vijfentwintig jaar verlengd.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant