Home

Ouderwetse jungleavonturen en smakelijke slapstick in ‘Paddington in Peru’

In het knappe ‘Paddington in Peru’ leert de beroemdste beer van Engeland op een heuse queeste in Zuid-Amerika weer een beetje meer op eigen benen te staan.

Paddington in Peru begint met uitgekiend, herkenbaar en charmant slapstick-gekluns in een Engels fotohokje. De afmetingen zijn uiteraard niet gemaakt voor een klein beertje, laat staan dat het dappere en oervriendelijke dier weet hoe het er in zo’n hokje precies aan toegaat. Gedoe met de verstelbare draaistoel en wachten op de flits zijn op z’n zachtst gezegd: kolderiek. Zodoende leert de beroemdste beer van Engeland, in 1958 voor het eerst op papier gezet door schrijver Michael Bond, weer een beetje meer op eigen benen te staan. Hij krijgt in deze derde film zelfs zijn eigen paspoort en is klaar om de wereld buiten Londen te ontdekken.

In de piekfijne eerste twee films – geschikt voor jong en oud, maar dan ook écht – zagen we hoe het marmeladebroodjes verslindende beertje als wees bij de familie Brown in Londen belandde. Ze vernoemden hem naar het treinstation waar ze hem vonden: Paddington. En het moet gezegd: zeker de vindingrijkheid waarmee in het Wes Anderson-achtige Paddington 2 (2017) alle uithoeken van Londen werden verkend, blijft ongeëvenaard. Zo mooi en ontroerend als de droomscène waarin een uitklapboek van de Engelse hoofdstad tot leven komt, is dit derde deel niet.

Dat was ook bijna onmogelijk – en het is ook niet nodig. Op een handvol herhalingsoefeningen na kiezen de regisseur en scenarist (een ander gezelschap dan de makers van film één en twee) een nieuw, eigen pad.

Olivia Colman als zingende non

Zo gauw Paddington een uitnodiging ontvangt om zijn favoriete tante Lucy te bezoeken in het tehuis voor gepensioneerde beren in Peru, neemt Paddington in Peru de vrolijke gedaante aan van een ouderwetse jungleavonturenfilm. Bij aankomst blijkt Lucy vermist, en gaan Paddington en de meegereisde familie Brown op een heuse queeste, bijgestaan door een onstuimige rivierbootkapitein (Antonio Banderas), die tot afgrijzen van zijn dochter wordt geplaagd door zijn door goudkoorts bedwelmde, overleden familieleden.

Smakelijke slapstick (het is een film op zich hoe Paddington in een hangmat probeert te liggen) wordt afgewisseld met liefdevolle verwijzingen naar de betere junglefilm, van Hollywoodklassieker The African Queen en de voltallige Indiana Jones-reeks tot Werner Herzogs Aguirre en Fitzcarraldo.

En waar deel twee verder werd opgetild door de aanwezigheid van Hugh Grant als heerlijk schmierende slechterik, krijgen we in Peru de onvolprezen Olivia Colman als zingende non, die achter haar kamerbrede glimlach duidelijk het een of ander te verbergen heeft. Knap, hoe deze min of meer op zichzelf staande film zo toch mooi aansluit bij zijn voorgangers.

Paddington in Peru

Familie

★★★★☆

Regie Dougal Wilson

Met Ben Whishaw (stem), Olivia Colman, Emily Mortimer, Hugh Bonneville, Antonio Banderas, Carla Tous

107 min., in 265 zalen

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next