PSV speelt dinsdag in Belgrado tegen Rode Ster. Beide clubs wonnen ooit de Europa Cup en zullen een goed resultaat moeten boeken om verder te komen in de Champions League. Voormalig speler en huidig trainer Marino Pusic blikt terug en vooruit.
De teamfoto die Marino Pusic van Rode Ster Belgrado in het seizoen 1990-1991 doorstuurt, is een beetje vergeeld. Maar op de achterste rij is hij duidelijk herkenbaar. Pusic is op dat moment 19 jaar en onderdeel van het legendarische team dat in dat seizoen de Europa Cup I wint (voorloper van de Champions League).
‘Ik speelde geen minuut, maar heb het succes van dichtbij meegemaakt’, zegt de Nederlandse Kroaat. Wrang genoeg is het hoogtepunt ook het begin van het einde van de Servische succesploeg. Niet lang na het winnen van de Europa Cup breekt de Balkanoorlog uit. ‘In voormalig Joegoslavië heb je het voetbal van voor en na de oorlog.’
In het voetbal van na de oorlog is Rode Ster dinsdag in de Champions League de tegenstander van PSV, dat in 1988 ook eens de beste van Europa was. Maar de verhoudingen in het hedendaagse voetbal zijn verschoven: beide clubs behoren niet meer tot de Europese top. Ze strijden met nog twee wedstrijden te gaan voor een plek bij de beste 24 van de 36 clubs.
Die kans is groter voor PSV, dat waarschijnlijk nog een zege nodig heeft. De ploeg van trainer Peter Bosz staat 23ste met acht punten, terwijl Rode Ster, op plek 32, pas drie punten verzamelde. ‘PSV heeft meer individuele kwaliteit’, zegt Pusic, tegenwoordig trainer van Sjachtar Donetsk. ‘Maar Rode Ster kan in eigen stadion gedragen worden door het fanatieke publiek. Het kan echt imponerend zijn.’
Pusic maakte het 35 jaar geleden zelf mee. Hij wijst alleen al op de wandeling van de kleedkamers naar het veld. ‘De spelerstunnel loopt onder de tribune door waar het fanatiekste deel van de supporters zit. Als je daar loopt, kun je zomaar het gevoel krijgen dat die tunnel elk moment kan instorten.’
Dat gebeurde bij wijze van spreken bijna toen Rode Ster in de halve finale van de Europa Cup I de 2-2 tegen Bayern München maakte, waardoor de club zich plaatste voor de finale. ‘Een verdediger van Bayern wilde de bal vlak voor tijd wegwerken, maar schoot die over de keeper in het eigen doel. De sfeer in het stadion vergeet ik nooit meer.’
Zelf kwam Pusic als jeugdinternational van voormalig Joegoslavië op de radar van Rode Ster. Hij kreeg als talent de kans om te rijpen, terwijl de Montenegrijn Dejan Savicevic, de Serviërs Sinisa Mihajlovic en Vladimir Jugovic en de Kroaat Robert Prosinecki de sterspelers waren van het elftal dat Europa versteld deed staan.
Pusic: ‘Van onderlinge spanningen heb ik nooit iets gemerkt. Voetbal had een verbroederende werking. We waren een multicultureel team dat een gezamenlijk doel had: zo goed mogelijk voetballen. Dat lukte aardig in een competitie die met topclubs als Rode Ster, Partizan Belgrado, Hajduk Split, Dinamo Zagreb en een brede subtop daaronder heel sterk was.’
Dat veranderde bij het uitbreken van de oorlog. De competitie viel uiteen, Rode Ster moest zijn Europese thuiswedstrijden buiten de eigen landsgrenzen afwerken en spelers zochten hun heil ergens anders. ‘De oorlog heeft niet alleen op Rode Ster, maar op alle clubs in voormalig Joegoslavië een enorme impact gehad’, zegt Pusic.
Hij vertrok na het gouden seizoen van Rode Ster naar Velez Mostar om speelminuten te maken, maar ontvluchtte de plek waar hij ook geboren werd toen de oorlog uitbarstte en streek neer in Doetinchem. Hoewel hij maar een jaar voor Rode Ster speelde, is hij de club altijd blijven volgen. ‘Ik heb daar een fantastische tijd gehad.’
De club werd de afgelopen zeven seizoenen kampioen van Servië en staat ook nu weer zeventien punten voor op naaste concurrent Partizan Belgrado. Volgens Pusic is de Servische competitie niet te vergelijken met de sterke Joegoslavische competitie van voor de oorlog. ‘De landen hebben nu allemaal een eigen kleinere competitie, die zwakker is dan toentertijd.’
Het is een van de redenen dat nieuwe Europese glorie niet reëel is, meent Pusic. ‘De beste spelers vertrekken eerder naar West-Europa, wat door het Bosman-arrest ook makkelijker is geworden. Rode Ster is in eigen land veruit het sterkst, maar het is een ander verhaal om ook op het hoogste Europese podium serieus mee te kunnen doen.’
Toch schoot de ploeg van trainer Vladan Milojevic in eigen stadion met een 5-1-overwinning tegen Stuttgart deze Champions League al een keer uit de slof. Pusic waarschuwt PSV: ‘Rode Ster speelt voor zijn allerlaatste kans. Ik verwacht dat het publiek er echt achter gaat staan. Dan kunnen er bijzondere krachten loskomen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant