Home

Tweede Kamer stemt in met bindend correctief referendum, ook in senaat meerderheid mogelijk nabij

De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met de invoering van een bindend correctief referendum. Als later dit jaar ook de Eerste Kamer instemt, wordt de mogelijkheid om een referendum te houden opgenomen in de Grondwet.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Het bindend correctief referendum is een middel om wetgeving die al is aangenomen in beide Kamers nog voor invoering ervan referendabel te maken. De bevolking kan op die manier (onwelgevallige) besluiten van de wetgever alsnog verwerpen. De voorwaarden voor het uitschrijven van een geldig referendum komen in een aparte wet te staan.

De invoering van het referendum is een SP-initiatief. In de Grondwet staat nu: ‘De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.’ Daaraan wordt, met een komma, de zin ‘behoudens de mogelijkheid van een referendum’ toegevoegd. SP-Kamerlid Michiel van Nispen noemde dat vorige week in het debat over het initiatiefwetsvoorstel ‘een kroon op de parlementaire democratie’.

Eerdere pogingen om een referendum grondwettelijk vast te leggen, sneuvelden. Een wijziging van de Grondwet vergt twee stemrondes, met tussentijds verkiezingen. Bovendien moet in de tweede ronde (‘lezing’) in beide Kamers een tweederdemeerderheid worden behaald. Nog op 5 juli 2022 mislukte de tweede lezing van zo’n voorstel in de Tweede Kamer.

110 stemmen voor

Toenmalig initiatiefnemer Renske Leijten (SP) diende meteen opnieuw een voorstel in, dat met een gewone meerderheid door de Tweede Kamer (in februari 2023) en de Eerste Kamer (in oktober 2023) werd aangenomen. De verkiezingsuitslag van november 2023 heeft het voorstel, nu met 110 stemmen voor, een stap verder gebracht.

PVV, GroenLinks-PvdA, NSC, D66, BBB, SP, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie en JA21 – de partijen die voor het referendum stemden – hebben in de Eerste Kamer 50 zetels. Dat is net voldoende voor een tweederdemeerderheid, al zijn er wel onzekerheden. GroenLinks-PvdA-senator Roel van Gurp stemde, anders dan zijn fractie, in de eerste lezing tegen. Daar staat tegenover dat het onafhankelijke OPNL (1 zetel, niet vertegenwoordigd in de Tweede Kamer) voor stemde.

Bovendien zei de BBB bij die eerste lezing sterk te hechten aan de contouren van een uitvoeringswet. De BBB-senaatsfractie zal nu de afweging moeten maken of zij die eis handhaaft, of dat zij zich gerustgesteld weet door de toezegging van minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) dat zij die wet zelf ter hand neemt.

Uitvoeringswet

In het debat afgelopen donderdag zei Uitermark dat zij verwacht de wet voor de zomer van 2026 klaar te hebben voor behandeling in Tweede en Eerste Kamer. ‘Dat klinkt misschien ver weg, maar het is de kortst mogelijke termijn’, zei Uitermark. Het gaat om een ‘gewone’ wet, die met één stemronde in beide Kamers kan worden aangenomen. Maar omdat de uitvoeringswet is gekoppeld aan de grondwetswijziging, is voor die wet in de twee Kamers wel ook een tweederdemeerderheid nodig.

In de uitvoeringswet moeten over diverse nog openliggende kwesties besluiten worden genomen. Onder meer over het benodigde aantal handtekeningen om een referendum van de grond te krijgen en over de uitkomstdrempel, die bepaalt wanneer de uitslag van een referendum geldig is. Die drempel moet ‘representatief en haalbaar’ zijn, is het enige dat nu is vastgelegd. Uitermark wees ook op de organisatorische gevolgen voor gemeenten en de financiële consequenties van de invoering van een referendum. ‘Het is op dit moment onduidelijk hoe hoog die kosten zullen zijn’, aldus de minister.

Na de stemming in de Tweede Kamer verklaarde Van Nispen zijn wetsvoorstel ook in de senaat met ‘heel veel overgave, inzet en vooral veel plezier’ te willen verdedigen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next