Home

De ongemakkelijke waarheid achter dat zalige speenvarken bij ‘De keuringsdienst van waarde’

Er zijn heel veel dingen die ik liever niet weet, en het merendeel van kennis dat ik bij voorkeur niet zou opdoen is afkomstig uit De keuringsdienst van waarde (KRO-NCRV). En zo zijn er ook mensen met wie ik liever niet omga, van die deugdzame figuren die bij ieder ritselend snoeppapiertje een ‘wist je trouwens dát’ uitroepen en hun door het consumentenprogramma opgedane, zeer ongezellige feitjes etaleren: kijk uit, die dadels, er zitten zeer waarschijnlijk beestjes in, en trouwens, die olijfolie van jou, dat is helemaal geen échte olijfolie – en, sinds maandagavond: zo’n speenvarken aan het spit, dat kun je misschien beter lekker laten hangen.

Nummertje 28, op de kaart bij het Chin. In. Spec: het speenvarken, dat in China in z’n geheel wordt opgediend bij feestgelegenheden. Een klein varkentje, van zo’n 30 bij 20 centimeter, vertellen restauranteigenaars als de presentatoren van de Keuringsdienst telefonisch informeren. Maar dat ‘speen’, wat betekent dat dan? Hebben we het hier over een aparte varkensoort? Stilte. Langs bij de zeugenhouder Marc van Erp dan maar, die zegt geen speenvarkens te verkopen, alleen grote varkens, à 110, 120 kilo. In zijn stal neemt presentator Marijn Frank een biggetje op haar arm, begint het te aaien. Het dier geniet zichtbaar. ‘Dit is dus een klein varken’, vraagt Frank, ‘maar geen speenvarken?’ Klopt, dit is een jong vleesvarken, een big dat wordt ‘afgemest’.

Pro-tip voor wie zonder al te veel schuldgevoel wil blijven consumeren: nooit, maar dan ook nooit doorvragen. Want als Frank dat doet, blijkt dat zoiets als een speenvarkenboerderij helemaal niet bestaat. Speenvarkens zijn gezonde biggen met een kleine afwijking, denk aan een navelbreuk, te kleine ribben, een huidprobleem. De buitenbeentjes. De camera mag van Van Erp mee naar een stal achteraf, waar deze ‘afwijkende’ varkens worden gehouden tot ze met negen weken naar de slacht gaan. Slachtbiggen worden ze genoemd: hun vlees is prima te consumeren, maar hun gebreken verstoren het verder zo efficiënte slachtproces.

‘Dit heb jij natuurlijk heel vaak gezien’, stamelt Keuringsdienst-lid Ersin Kiris als hij naast biggenslachter Herman van Oene in zijn kleine vleeshal staat. Wegkijken, dat is de eerste impuls wanneer tientallen varkens aan vleeshaken door het abattoir bungelen, hun roze huid inmiddels witgrijs door het broeien. In zijn kleine onderneming worden de gebreken handmatig weggesneden, vertelt de slager, maar bij grotere slachthuizen is daar geen tijd en ruimte voor. Efficiëntie voorop.

En dus wordt er jaarlijks zo’n 60 procent van die 500 duizend Nederlandse slachtbiggen naar Spanje getransporteerd, om daar vervolgens aan hun einde te komen – over inefficiëntie gesproken. Het slachtbig annex speenvarken dat Pieter Hulst aan het eind van de aflevering krijgt opgediend door de Chinese restauranteigenaar ziet er waanzinnig uit, een knapperige huid overgoten met hoisinsaus. En: het smaakt ook nog eens zalig. Voor de onwetenden tenminste.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next