De Europese Unie laat het bevorderen van de democratie elders op de wereld versloffen, stelt onderzoeker Elene Panchulidze. Als Georgische gaat haar dat extra aan het hart: ‘De EU kan veel strategischer te werk gaan.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie, natuur en milieu.
Wanneer ze in Georgië is, valt Elene Panchulidze een ding op: hoe strijdvaardig de jongeren zijn. ‘De protesten tegen de vervalste verkiezingsuitslag gaan tot op de dag van vandaag door’, zegt ze. ‘En de jongeren zijn de drijvende kracht daarachter. Zij zijn opgegroeid in een democratie, ze zijn eraan gehecht, ze studeerden in het buitenland en zagen daar wat echte vrijheid betekent. Zij weigeren te accepteren dat hun land de democratie opgeeft.’
’s Avonds trekken die jongeren van Tbilisi hun warme kleren aan en verzamelen zich op de Rustaveli Avenue, de verkeersader die dwars door de stad snijdt. Ze houden vol – dagen, weken, maanden – met steeds dezelfde eisen: vrijlating van de politieke gevangenen en nieuwe verkiezingen.
Zelf is Panchulidze (32) ook een van die vastberaden Georgische jongeren. Maar haar taak ligt niet in Tbilisi. Zij werkt in Brussel, als onderzoekscoördinator bij de non-profitorganisatie European Partnership for Democracy. Ook leidt ze de European Democracy Hub, die kennis bijeenbrengt over hoe de EU de democratie ondersteunt elders op de wereld.
Panchulidze en haar collega’s luidden afgelopen najaar de noodklok. ‘De steun van de EU voor de democratie is afgelopen jaren gestagneerd of verzwakt’, schreven ze voor denktank Carnegie. Ook het jaarrapport van de denktank, dat op het punt staat te verschijnen, is kritisch over de Europese inzet.
U bent net terug uit Georgië. Hoe verklaart u de vechtlust, vooral van de jongeren, die u daar zag?
‘We begrijpen dat dit een beslissend moment is voor ons land. De protesten zijn niet iets waaraan mensen meedoen, gewoon omdat het iets zinderends is. Iedereen begrijpt wat er op het spel staat.
‘Het heeft geholpen dat Georgië jarenlang steun ontving voor democratisering: van de Verenigde Staten, de Europese landen en de Europese Unie. Daardoor kregen maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media de kans om op te bloeien.’
Waarom is die westerse bijdrage zo belangrijk?
‘In andere landen betalen mensen misschien voor onafhankelijke media, maar wij kennen die cultuur niet. En we hebben er ook het geld niet voor. Daarom zijn maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media afhankelijk van giften. Of het nu om rechtshulp gaat, om verkiezingswaarneming, of om werknemersrechten.
‘Het zegt genoeg dat de Georgische regering juist op deze organisaties de aanval inzette, door een ‘buitenlandse-agentenwet’ in te voeren. Dat zou niet gebeuren als ze geen bedreiging vormden.’
Met welk gevoel reisde u terug naar Brussel?
‘Met angst en bezorgdheid. Er zijn zo veel uitdagingen in de wereld: de oorlog in Oekraïne, Gaza, het aantreden van Donald Trump. De lokale spelers in Georgië doen hun uiterste best om de aandacht vast te houden. Maar als er niet genoeg internationale steun komt, ben ik toch bang dat het protest zal uitdoven.’
U zult er niet gerust op zijn: de EU laat haar democratische idealen versloffen, stelt u.
‘De EU was vroeger, vanaf de jaren negentig, veel proactiever in het steunen van opkomende democratieën. Nu komt dit onderwerp niet eens meer voor in de missiebrieven voor de nieuwe Eurocommissarissen. Je ziet ook dat Europese landen terughoudender zijn geworden bij het instellen van sancties en het stellen van democratische voorwaarden voor hulp of handel.
‘Dat is heel zorgelijk. De democratie is wereldwijd op zijn retour. Dan zou je verwachten dat Europa er meer geld voor zou uittrekken en meer prioriteit zou geven aan het versterken van het maatschappelijk middenveld.’
De EU besteedt wél tientallen miljarden euro’s aan de oorlog in Oekraïne, om daar de democratie te verdedigen.
‘Door de oorlog in Oekraïne richt de EU zich sterker op veiligheid en defensie. Dat is begrijpelijk. Maar het gaat nu vaak ten koste van het ondersteunen van maatschappelijke organisaties en goed bestuur elders op de wereld.
‘Nederland is wat dat betreft een goed voorbeeld: er gaat meer geld naar defensie, maar minder naar democratiebevordering, via het budget voor ontwikkelingssamenwerking.
‘Wij begrijpen dat er een bepaalde financiële ruimte is, en dat als je meer uitgeeft aan het een, je moet bezuinigen op het ander. Maar laat dat dan niet het bevorderen van de democratie op de wereld zijn. Dat gaat op de lange termijn in tegen het Europese, strategische eigenbelang.’
Hoezo?
‘Een heel concreet voorbeeld is Belarus. In 2020 kwam de bevolking daar in opstand. De verkiezingen waren gemanipuleerd, veel mensen protesteerden. De internationale gemeenschap had toen niet genoeg instrumenten in handen om de protestbeweging te versterken, zodat de democratie het kon winnen van Loekasjenko’s autocratische regime.
‘Vervolgens begon de oorlog in Oekraïne en was Loekasjenko ineens de belangrijkste bondgenoot van Poetin. Rusland gebruikte het grondgebied van Belarus om Oekraïne aan te vallen. Het bestaan van autocratieën leidt tot problemen, die veel verder gaan dan het schenden van de democratische principes in een bepaald land.
‘Ander voorbeeld: toen de Russische oorlog in Oekraïne begon, en de Europese Unie aanstuurde op een wereldwijde veroordeling in de VN, onthielden heel wat Afrikaanse en Aziatische landen zich van stemming. Je kunt de wereld niet voor je standpunten winnen als je niet genoeg democratische bondgenoten hebt.’
U vindt dat de EU meer oog moet hebben voor het democratische gehalte van landen bij het sluiten van handels- en investeringsakkoorden. Kan Europa zich zulke kieskeurigheid wel veroorloven, in een tijd van toenemende autocratisering?
‘Wij denken dat het geen botte keuze is: steun geven aan democratie versus economische belangen en veiligheid. De EU kan veel strategischer zijn.
‘Toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, ging Europa op zoek naar alternatieve leveranciers van energie. Dat leidde ertoe dat de EU een energieakkoord sloot met Azerbeidzjan – een land met een heel slechte reputatie op het gebied van politieke gevangenen en mensenrechten. Ursula von der Leyen ging naar Azerbeidzjan om die energiedeal te tekenen en noemde president Aliyev ‘een betrouwbare partner’.
‘Ik begrijp dat Europa zo’n energieakkoord nodig heeft. Maar het is niet nodig om autocratische leiders, die de democratie in hun land ondermijnen, aan te prijzen als een betrouwbare partner.
‘Soms lijkt het alsof de EU zich niet realiseert hoeveel politiek gewicht ze heeft, en hoeveel ze andere landen te bieden heeft op het gebied van de interne markt en economische samenwerking. Ze kan daarvoor iets terugvragen. Zeker ten opzichte van kleine landen zoals Servië, Tunesië of Georgië.’
Tegelijkertijd is de EU sterk afhankelijk van zulke buurlanden. Denk aan de migratiedeals die ze sloot met Tunesië of Egypte.
‘Dat is misschien zo, maar als je democratische principes terzijde schuift, schiet je jezelf daarmee uiteindelijk in de voet. Migranten verlaten hun land niet omdat ze daar gewoon zin in hebben. Nee, ze hebben te maken met oorlog, met schendingen van mensenrechten. Als je de grondoorzaak niet aanpakt, dan blijven mensen naar de EU komen.’
Intussen is zelfs binnen de EU de steun voor democratie minder vanzelfsprekend. Extreem-rechts is in opkomst, met de bijbehorende aanvallen op instituties als media en rechtspraak. Hoe kan de EU de democratie verspreiden, als ze thuis de boel niet eens op orde heeft?
‘Het is logisch dat Brussel nu de interne democratie vooropstelt. Daarom is de Europese Commissie bezig met een nieuw ‘democratisch schild’: beleid om de lidstaten te beschermen tegen desinformatie van buitenaf. En natuurlijk moet dat een prioriteit zijn, als je zag hoeveel Europese landen last hadden van Russische desinformatie bij de verkiezingen die in 2024 werden gehouden.
‘Maar waarom zou je zulke verdedigingsmechanismen niet uitstrekken naar EU-kandidaatlidstaten als Georgië en Moldavië? Zij hebben te maken met dezelfde bedreigingen.’
Zijn er landen waarvoor de EU meer aandacht zou moeten hebben?
‘De EU moet vooral op ieder ogenblik alert zijn. Er zijn nog steeds landen waarin democratische krachten plotseling de overhand krijgen: in Brazilië, in Bangladesh, in Guatemala. Als zich zo’n democratische opening voordoet, moet de EU daar meteen op inspringen: door democratische instituties, zoals kiesraden, te versterken. Want de luiken kunnen zo weer dichtgaan.’
Nog even terug naar Georgië. De verkiezingen zijn daar oneerlijk verlopen, de nieuwe president wordt door westerse landen niet erkend. Wat vindt u van de reactie van de EU tot nu toe?
‘De EU heeft niet genoeg gedaan. Afgelopen jaar is 121 miljoen euro aan hulpgeld ingehouden. En onlangs zijn er reisbeperkingen opgelegd aan houders van diplomatieke paspoorten: zij kunnen niet meer visumvrij reizen. Maar dat is slechts een politieke boodschap, niet iets groots. Het is geen gamechanger voor een autoritaire regering.
‘Veel meer Europese landen zouden de bankrekeningen van de belangrijkste Georgische politici moeten bevriezen. Een groot deel van de mensen van regeringspartij Georgische Droom heeft rekeningen in Europese landen. Zij moeten bang worden hun geld te verliezen, hun zakelijke belangen. Ook Nederland kan dit doen – en heeft het nog niet gedaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant