Kan de strijd tegen witwassen alleen slagen als klanten water bij de wijn doen qua privacy? Ja, vindt minister van Financiën Eelco Heinen (VVD). ‘Streng zijn op criminelen, geen inperking van privacy en minder regeldruk; het kan niet allemaal tegelijk.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.
‘We moeten durven kiezen’, schreef minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) maandag aan de Tweede Kamer. Met zijn brief blaast Heinen nieuw leven in een al jaren woedende discussie over de witwascontroles door banken. Financiële instellingen zijn wettelijk verplicht om te controleren of hun klanten geen transacties doen met een crimineel of terroristisch oogmerk.
Banken dienen hiermee een belangrijk maatschappelijk doel, namelijk voorkomen dat (georganiseerde) misdaad loont. Dit doen banken door mensensmokkelaars, oplichters, handelaars in illegale drugs of wapens en andere criminelen te beletten hun buit wit te wassen.
Het van criminele smetten vrijhouden van het financiële stelsel eist echter een hoge tol, schrijft Heinen. ‘De witwascontrole is vastgelopen.’
Banken klagen bijvoorbeeld al tijden over het grote aantal werknemers – dertienduizend, een op de vijf bankmedewerkers – dat ze nodig hebben om de controles uit te kunnen voeren. Doen ze dit niet naar behoren, dan riskeren ze hoge boetes, zoals eerder ING (775 miljoen euro) en ABN Amro (480 miljoen euro) overkwam. Het antiwitwasbeleid kost banken jaarlijks 1,4 miljard euro, schrijft Heinen: allemaal geld dat niet wordt gebruikt voor pak ’m beet ‘het verbeteren van de dienstverlening’.
Daar komt bij dat de controles bij veel klanten wrevel wekken, omdat ze zich als criminelen behandeld voelen. De afgelopen jaren weigerden banken onder het mom van antiwitwasbeleid bijvoorbeeld dikwijls om rekeningen te verstrekken aan goede doelen, sportclubs en dorpshuizen. ‘We kennen voorbeelden van impertinente ondervragingen, belemmeringen bij de toegang tot het betalingsverkeer en zelfs discriminatie’, zoals Heinen het formuleert.
Mensen met een niet-westerse achtergrond voelen zich drie keer vaker gediscrimineerd door banken dan de gemiddelde Nederlander, toonde onderzoek van het ministerie van Financiën. Vorig jaar stapte de Oosterhouter Jalal Et-Talabi bijvoorbeeld met succes naar het College voor de Rechten van de Mens na een kafkaëske aanvaring met ING. De bank dreigde zijn bankrekening te sluiten, nadat hij 100 euro had overgemaakt aan zijn broer Abdelhamid. De reden was dat de naam van zijn broer (heel) in de verte leek op een van de zes aliassen van een Malinese jihadist.
Volgens Heinen staat de politiek voor een trilemma tussen misdaadbestrijding, het verhinderen van ongemak en onrecht voor klanten en het beschermen van de privacy. Alle drie de ballen in de lucht houden kan in zijn ogen niet. Als het aan de minister ligt, zullen klanten enige privacy moeten inleveren, ten faveure van de andere twee doelen.
Heinen pleit ervoor dat banken meer mogelijkheden krijgen om bepaalde privégegevens van klanten met elkaar te delen, bijvoorbeeld namen van mensen die na anti-witwasonderzoek op een zwarte lijst terecht zijn gekomen, verduidelijkt hij in het FD. Nu moeten banken noodgedwongen steeds weer opnieuw het wiel uitvinden. ‘Foute’ klanten kunnen simpelweg overstappen naar de concurrent, die weer helemaal van voren af aan onderzoek moet verrichten.
Met zo’n gefragmenteerde aanpak is het voor banken lastig om witwassen doortastend aan te pakken, constateert ook Musa Elmas, een in antiwitwasbeleid gespecialiseerde adviseur van banken. ‘Alleen door de krachten verder te bundelen, zowel publiek als privaat, kunnen banken echt een deuk in een pakje boter slaan.’
Om gegevensoverdracht tussen banken mogelijk te maken, zegt Heinen nauw te willen samenwerken met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dit zal geen overbodige luxe zijn, want de Nederlandse privacywaakhond was eerder zeer kritisch over het delen van klantgegevens tussen banken, net als overigens de Raad van State en de Tweede Kamer. Het delen van data kan ertoe leiden dat mensen ten onrechte ‘op het verkeerde lijstje’ belanden, met alle gevolgen van dien, zoals de toeslagenaffaire heeft laten zien, waarschuwde AP-voorzitter Aleid Wolfsen. ‘Hier ligt het risico van massasurveillance op de loer.’
De kritiek leidde er een half jaar geleden nog toe dat het antiwitwasinitiatief Transactie Monitoring Nederland (TMNL), een gezamenlijk project van vijf Nederlandse banken om gegevens uit te wisselen, een stille dood stierf. Nu probeert Heinen het weer tot leven te wekken.
De Autoriteit Persoonsgegevens gooit in een reactie echter niet bij voorbaat de deur dicht voor Heinens pleidooi. Volgens de toezichthouder hoeft een effectief antiwitwasbeleid niet per se ten koste te gaan van de privacy. ‘Nieuwe Europese antiwitwasregelgeving is er bijvoorbeeld voor gemaakt om het delen van data mogelijk te maken, juist met respect voor ieders privacy.’ Wel moet het delen van privédata uiterst zorgvuldig gebeuren, al is het maar omdat financiële gegevens veel vertellen ‘over je privéleven, over wie je bent en wat je doet’.
De Stichting Privacy First deed maandag alvast een voorzet voor een verantwoorde manier van gegevens delen tussen financiële instellingen. Verplicht banken voortaan om alleen nog de daadwerkelijk verdachte transacties te rapporteren, in plaats van het veelvoud aan zogeheten ‘ongebruikelijke’ betalingen, adviseert de privacyorganisatie. Dit voorkomt dat banken met een soort ‘sleepnet’ door hun klantenbestand gaan, waarmee ze behalve die enkele witwasser vooral heel veel onschuldige rekeninghouders opvissen. Eerder deed De Nederlandsche Bank al een vergelijkbaar voorstel.
De Tweede Kamer debatteert deze week over het pleidooi van de minister van Financiën. Heinen verwacht in april samen met minister van Justitie Van Weel een nieuw antiwitwasplan aan de Kamer te kunnen voorleggen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant