De Nederlandse handballers proberen op het WK voor het eerst in de geschiedenis de kwartfinale te halen. Bobby Schagen en Thomas Houtepen vertellen hoe het is om uitgerekenend nu geblesseerd te zijn.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Op de route naar eeuwige roem en glorie is Bobby Schagen voorlopig gestrand in een rijtjeshuis in Halfweg. De handballer heeft tijdelijk zijn intrek genomen in de woning van zijn ouders die in Kroatië zitten. Ze hadden al geboekt, wilden hun zoon zien schitteren op het WK, maar vanwege een blessure zit hij bij hen thuis.
Voor zijn teamgenoot Thomas Houtepen wacht donderdag een tussenstop in het Erasmus Medisch Centrum. Daar wordt hij geopereerd, omdat hij vlak voor het toernooi de voorste kruisband van zijn rechterknie scheurde. De Zeeuw weet wat hem te wachten staat, want vorig jaar liep hij precies dezelfde zware blessure op aan zijn linkerknie.
‘Het is moeilijk om te beschrijven hoe ik me voelde’, zegt Houtepen over het moment dat hij het hoorde. ‘Ik was superverdrietig, net als vorig jaar, maar er was nu ook een soort leegte, ik wist gewoon niet wat ik moest denken.’
De 22-jarige handballer vertelt het in de auto vanuit het Duitse Lemgo, waar zijn club is gevestigd, naar Middelburg, de woonplaats van zijn ouders. Hij heeft gewone kleren opgehaald, want die had hij niet gepakt. Hij ging ervan uit dat hij op het WK zou zijn, dat hij vooral in zijn trainingspak en oranje tenue zou lopen.
‘Aan dit toernooi heb ik me al die maanden vastgeklampt, het was een beloning om weer bij al die gasten te zijn.’ Nu is hij een van de internationals die noodgedwongen voor de tv zit. ‘Tot nu toe lukt het om te kijken, maar ik ben ook benieuwd hoelang ik het kan volhouden om zo sterk te blijven.’
Schagen en Houtepen zagen van afstand hoe Nederland goed aan het toernooi begon. Het Afrikaanse Guinee werd woensdag makkelijk aan de kant gezet, en vrijdag volgde een zwaarbevochten overwinning op Noord-Macedonië. Maar het grote doel is de kwartfinale, voor het eerst in de historie, en om dat in eigen hand te houden was zondag minstens een gelijkspel tegen Hongarije nodig.
‘Hé, daar zijn mijn ouders’, wijst Schagen in Halfweg naar de tv als de Nederlandse supporters in beeld verschijnen. ‘Die met dat oranje hoofd is mijn vader.’
Hij wist dat ze niet thuis zouden zijn, maar de rechterhoekspeler had toch even behoefte om Lemgo, waar hij ook speelt, te ontvluchten. Hij hoorde vorige week zaterdag dat hij niet mee zou gaan naar het WK, een dag nadat Houtepen zijn nieuwe onheilstijding had gehoord.
‘Voor hem is het veel erger’, zegt Schagen (35), die zelf kampt met een breukje in de voet en hoopt snel weer te kunnen spelen. ‘Thomas is veel jonger en heeft een veel zwaardere blessure, ook nog voor de tweede keer.’ Toen het team het hoorde, viel er een doodse stilte. ‘Echt niemand zei iets, dat had ik nog nooit meegemaakt.’
Zo relativeerde hij op Papendal zijn eigen verdriet naar de zijkant. ‘Ik vond niet dat ik daar heel sip rond kon lopen, maar toen ik woensdag weer in Lemgo was, kwam het besef. Toen dacht ik echt: Jezus, nu ben ik gewoon weer hier, ik wil hier helemaal niet zijn.’
De wedstrijd tegen Noord-Macedonië keek hij vrijdag op zijn telefoon, terwijl zijn club een vriendschappelijke wedstrijd speelde. ‘Zo maf, ik ben er altijd bij geweest, ik heb eigenlijk nog nooit naar het Nederlands team gekeken.’ Daarna stapte hij snel in de auto naar Halfweg.
Voor de wedstrijd tegen Hongarije heeft hij het gameplan bestudeerd dat in de groepsapp is gedeeld. ‘Ze gaan vooral proberen hun schutters te verstoren.’ Die tactiek werkt prima in het begin van de wedstrijd, waarin Nederland een kleine voorsprong pakt. ‘Het gaat best goed toch?’, zegt Schagen tevreden na een minuut of tien.
Hij loopt lang genoeg mee om te weten dat bij handbal het venijn vaak in de staart zit. Nederland ging de rust al in met een achterstand en in de tweede helft loopt de tegenstander gestaag uit. ‘Die Hongaren koken een beetje over’, blijft de handballer niettemin hoopvol. ‘Ze zijn emotioneel, dat is een kans.’
‘Goed zo Luc-ie’, klinkt het door de woonkamer als sterspeler Luc Steins scoort. ‘O lekker zeg, dat was echt een hele mooie pass. Kijk, zo kom je terug in de wedstrijd.’ Even glipt er ook een ‘kut-Bodó’ uit, na een doelpunt van de Hongaarse schutter, maar Schagen ziet Nederland langzaam weer dichterbij kruipen.
Op de bank beweegt hij zijn voet, die met het breukje, nerveus heen en weer. Als keeper Bart Ravensbergen van afstand scoort, veert hij op en juicht hij met gebalde vuisten. Precies zoals hij op het veld ook altijd doet. Het verschil is nog maar een doelpunt, en daarna weet Ravensbergen ook nog eens knap te redden. ‘Ja, Bart! O wat zou dat lekker zijn zeg, nog ff zo’n geniepig gelijkspelletje.’
Nog drie minuten zijn er te gaan als de aanvoerder zijn handen voor zijn gezicht slaat. ‘Ik begin nu wel zenuwachtig te worden hoor’, zegt hij ten overvloede. Maar als de seconden verstrijken, kan hij alleen nog maar met zijn hoofd schudden. ‘Nee, nee’, zegt hij bij iedere actie van zijn ploeg, die hij ziet mislukken. ‘Nee, nee, nee.’
Na het laatste fluitsignaal zoekt Schagen troost bij een handje pinda’s. Al kauwend verwerkt hij het verlies van zijn teamgenoten, die zich knap wisten terug te vechten, maar toch door de Hongaren met 36-32 zijn verslagen. Het blijft lang stil, pas als de pinda’s op zijn, klinkt de eerste analyse. ‘Zonde zeg, het zat er echt nog in.’
Door de nederlaag is er een klein wonder nodig om de kwartfinale nog te halen. Misschien maakt Hongarije een slippertje. Zo niet, dan moeten de handballers niet alleen winnen van Qatar en Oostenrijk, maar ook van Frankrijk, een van de favorieten voor de eindzege.
‘Het is een heel dubbel gevoel’, zegt Houtepen. ‘Aan de ene kant hoop ik natuurlijk dat ze straks in de kwartfinale staan, en misschien daarna zelfs de halve finale wel. Maar die wedstrijden zijn nu al enorm confronterend en dat zal dan niet minder worden. Ik was natuurlijk superblij met mijn plekje in de selectie, dat ik het had gered na mijn vorige revalidatie.’
De jonge spelverdeler begon vorig jaar veelbelovend aan het EK, tot hij in de wedstrijd tegen Denemarken zijn linkerknie blesseerde. Ook cirkelspeler Samir Benghanem scheurde tijdens dat toernooi een kruisband en mist daarom het WK. Maar Houtepen staat nu opnieuw voor een maandenlange revalidatie. ‘Ik heb het al eens gedaan, dus ik weet dat ik het nog een keer kan’, schreef hij strijdbaar op Instagram.
‘Ik ben zeker niet de enige die het meerdere keren overkomt’, zegt hij. ‘En er zijn ook handballers die toch nog op een hoog niveau handbal spelen. Een teamgenoot bij Lemgo speelt nu weer de sterren van de hemel. Daar haal ik steun en vertrouwen uit.’
Ondertussen probeert hij zijn teamgenoten in Kroatië zoveel mogelijk te blijven volgen. Hij is een van de vele internationals die de nationale ploeg als een vriendenteam omschrijven.
‘Ik heb nog nooit zoveel volwassen mannen zien huilen’, zegt hij over het moment dat hij het nieuws over zijn nieuwe blessure met de ploeg deelde. ‘Ik voel echt dat ze met me meeleven, daarom wil ik ze ook blijven steunen, misschien kan ik zo nog iets teruggeven.’
De echte klap moet nog komen, vreest hij, maar nu zit het optimistische scenario nog voorin zijn hoofd. ‘Misschien had ik gewoon twee slechte kruisbanden’, zegt hij. ‘En heb ik straks twee goede. Ik wil nog steeds kijken hoever ik als handballer kan komen. En ik hoop dat ik ooit weer met het Nederlands team kan spelen, want ik heb de afgelopen tijd weer gemerkt dat ik dat het allerleukste vind.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant