Bij PSV zijn ze een tijdje zo goed geweest in voetbal, dat ze bijna niet meer kunnen begrijpen hoe het is om even puur slecht te zijn. Snappen ze niets van. Dezelfde mensen op het podium als in tijden van polonaise struikelen nu over elkaars benen, zijn alle tekst kwijt en laten zich ogenschijnlijk nauwelijks souffleren.
Verliezen van PEC, pffff, na een paar eerdere ondermaatse duels, en dat terwijl het dinsdag in Belgrado top hoort te zijn in de Champions League, tegen Rode Ster. Al die grote voetballers, van Joey Veerman tot Noa Lang, Luuk de Jong en Jerdy Schouten, zijn onzichtbaar opeens. Kwetsbare bleekneusjes. Ze voetballen zonder urgentie, alsof het wel losloopt, alsof zo’n avond in Zwolle een formaliteit is.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Trainer Peter Bosz heeft de gave om dat onbegrip op bijzondere wijze uit te dragen. Zo van: hoe kan dit nou? Alsof de tovenarij plotsklaps vervliegt in defaitisme. Hij draagt een muts om het kale, wat grauwe winterhoofd enigszins warm te houden. De wijze waarop hij zijn bril na afloop in de koker stopt, is anders dan na een overwinning. Gelaten. Hij gebruikt zalvende in plaats van boze woorden, omdat hij weet dat zijn mannen snel moeten opstaan. Anders dondert zijn hele bouwwerk van mooi voetbal in elkaar.
Bosz verbeeldt de trainer als weinig anderen. Hij weet dat hij zijn ideeën heeft overgebracht, door de patronen oneindig te oefenen. Trots keek hij lange tijd toe hoe tribunes gloeiden van trots om de uitvoering. Maar uiteindelijk is voetbal het spel van de voetballers. Hebben zij nog vertrouwen? Zin? Zijn ze optimaal gemotiveerd? In vorm? Spelen ze voor hem? Helpen ze hem? Doen ze het voor zichzelf?
Juist dit weekeinde, waarin Bosz’ collega Brian Priske van Feyenoord ook al zo hopeloos met zijn gevoelens tobde, was het geweldig om Gaël Monfils te aanschouwen, sowieso een van de aantrekkelijkste sporters. Een tennisser uit Frankrijk, 38 jaar, met zijn beste jaren achter zich. Hoewel? Hij geniet juist nu van de jaren van de loutering. Hij is een man van show, voor wie sport meer is dan winnen, hetgeen trouwens ook geldt voor Bosz en zijn ideeën over voetbal. Het gaat ook om verheffing, om plezier, om verbinding, om schoonheid.
Monfils en zijn eveneens tennissende partner Elina Svitolina plaatsten zich allebei voor de achtste finales van de Australian Open. Ze maakten plezier, apart en samen, gelardeerd met een soepel dansje van Monfils na zijn zege op de Amerikaan Taylor Fritz. Hij zei later, toen zijn partner ook had gewonnen, dat hij de baan voor haar had opgewarmd.
Op dreef was Monfils ook tijdens de persconferentie, toen hij de vraag kreeg of het zijn droom was om een grandslamtoernooi te winnen. Nee, helemaal niet. Dat was verfrissend om te horen van een sportman, want ze dromen wat af met elkaar in de sport. Wie niet droomt over een of andere beker, telt eigenlijk niet mee.
Als Monfils dan toch ergens van droomde, was het van een leuk gezin met een stel aardige kinderen. Bravo, Gaël. Matchpoint benut.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns