De paniek is groot, als er in 2022 duizend Oekraïense vluchtelingen moeten worden opgevangen in Vlaardingen. Om dat mogelijk te maken, zet burgemeester Bert Wijbenga ‘alle regels even aan de kant’. De oplossing: een tijdelijke wijk met een paar honderd flexwoningen, waar drie jaar lang vluchtelingen kunnen worden gehuisvest. Geen stretcher in een gymzaal of een tent, maar gewoon volwaardige huizen, inclusief voorzieningen als een school en een huisarts. Het dorp moet Mrija gaan heten, het Oekraïense woord voor droom.
Het is een bijzonder ambitieus plan en Wijbenga is er alles aan gelegen het te laten slagen. En dus durfde hij het wel aan om regisseurs Lennaert Rooijakkers, Jack Westerlaken en de uit Oekraïne gevluchte filmmaker Turkawi Muhammad voor de documentaire Een Oekraïens dorp in Vlaardingen ‘in de keuken te laten kijken’.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie en is eens in de vijf weken tv-recensent.
En slagen doet het, want in de zomer van 2023 wordt Mrija officieel geopend. Het is een knap staaltje regelwerk, juist in een land als Nederland, waarin – om verantwoordelijk locatiemanager Leonieke Schouwenburg te citeren – onze ‘basisregel’ vaak is: ‘Waarom iets makkelijk maken als het ook moeilijk kan?’
Maar voor die tijdelijke woonwijk gaat dat laatste niet op, want ineens lijkt het verdomd eenvoudig om zomaar woningen neer te zetten om een crisis te lijf te gaan. Hoewel de oplossing slechts tijdelijk is (na drie jaar moeten de woningen weer worden ontmanteld, omdat er een waterzuiveringsinstallatie gebouwd moet worden), kijkt de lokale bevolking met verbazing naar de plotselinge doortastendheid.
Voor velen van hen is het onmogelijk om een huis te vinden, maar als de nood aan de man is, kan blijkbaar alles. Bovendien is het tamelijk wrang dat de woningen na drie jaar weer moeten verdwijnen. Waarom blijven ze niet gewoon staan?
Ondanks die begrijpelijke en soms behoorlijk losgeslagen populistische zorgen (‘Je moet gewoon een atoombom op dat dorp gooien’, horen we iemand bijvoorbeeld zeggen) is Een Oekraïens dorp in Vlaardingen vooral een lieflijk portret van mensen die er het beste van proberen te maken in onmogelijke omstandigheden.
Dat geldt voor de gemeente, maar vooral voor de Oekraïners, die hoop blijven koesteren op een tijdelijk beter leven én een uiteindelijke terugkeer. Vooral de kleine momenten van blijdschap zijn aanstekelijk, bijvoorbeeld als ze zien dat er gloednieuwe pannen voor ze zijn klaargezet, of als een van de vluchtelingen glunderend van blijdschap tussen de koeien in de wei staat.
Maar de voornaamste les van deze documentaire is toch vooral dat er in tijden van nood heus van alles mogelijk is, als er maar een beetje lef is én een grenzeloos vertrouwen in een goede afloop. Hoe tijdelijk alles in deze context ook is: daar kan best lering uit worden getrokken, zeker in een land dat alles toch het liefst zo moeilijk mogelijk maakt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns