Hesterine de Reus (63), de nieuwe coach van de Ajax-vrouwen, brengt een berg aan ervaring mee. Vroeger vonden spelers haar ‘best wel streng’; nu ze ouder is, is ze milder geworden. ‘Maar soms denk ik dat ik toch weer wat harder moet zijn.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Hesterine de Reus weet dat ze dominant kan zijn; zo beschrijft ze zichzelf, maar ze vindt ook dat ze met het ouder worden milder is geworden. Ze kan iets meer relativeren. Maar de laatste tijd vraagt de coach van de Ajax-vrouwen zich af of dat wel goed is. ‘Soms denk ik dat ik toch weer wat harder moet worden.’
Haar leven heeft een wending genomen na haar verrassende benoeming tot coach van de Ajax-vrouwen. Er is weliswaar weinig wat De Reus niet heeft gedaan in het voetbal: ze speelde 44 interlands, was coach van nationale jeugdelftallen in Nederland, bondscoach van Jordanië en Australië, ze trainde Chinese meisjes en Volendamse jongens en ze werkte voor de Uefa en de Fifa. Maar coach op het hoogste clubniveau was hiervoor ze slechts een half jaar, en ook nog lang geleden: in 2012 bij PSV.
De Reus had zelf ook niet verwacht dat manager vrouwenvoetbal Daphne Koster bij haar zou aankloppen. Ze werd in december 63, haar partner is nog iets ouder, de plannen te genieten van hun pensioen lagen al klaar.
‘Maar Daphne speelde in op mijn verantwoordelijkheidsgevoel en mijn liefde voor voetbal. Die zit diep, dus daarmee zette ze me in de hoek. Ik dacht al snel: heel interessant om te zien wat er nu mogelijk is bij een goed georganiseerde club.’
Bij Ajax zal het zeker niet bij een half jaar blijven, want ze is ‘superenthousiast’ over het werken met haar jonge, getalenteerde team. Zondag begint ze tegen AZ aan de tweede seizoenshelft, waarin zal blijken of haar onervaren ploeg kan blijven meestrijden om de titel. Ajax heeft nu evenveel punten als koploper PSV, Utrecht en Twente zitten daar vlak achter.
Ajax verloor na vorig seizoen, waarin de kwartfinale van de Champions League werd gehaald, een aantal dragende krachten. Dat gat werd opgevuld met talenten.
Was het niet verstandig geweest om ervarener spelers aan te trekken?
‘Nee, ik vind dat een hele reële, gezonde keuze; ik wist het ook al toen ik aan deze baan begon. Met ons budget kunnen we niet de absolute topspelers halen, en van spelers onder dat niveau is het de vraag of ze beter zijn dan onze talenten. Het antwoord is vaak ‘nee’. We kiezen ervoor om spelers op te leiden, daarom pas ik hier ook zo goed. We bouwen aan een team dat ver kan komen in de Champions League.’
Toen Ajax eerder dit jaar werd uitgeschakeld in de voorronde van de Champions League, reageerde De Reus daar aanvankelijk nogal relativerend op. ‘Het is niet zo heel erg zuur’, zei ze. En: ‘Heel stiekem vind ik het persoonlijk ook wel fijn dat we nu gewoon zelf controle hebben over de weekbelasting.’
Die ‘ongelukkige’ uitspraak nam ze snel terug. De Reus had de knop na de teleurstelling snel omgezet, maar ze snapte dat deze uitspraken vragen opriepen over de ambities van Ajax. Terwijl die behoorlijk hoog zijn: de Amsterdammers willen in 2028 bij de beste zestien clubs van Europa horen. En dat vooral met eigen jeugd.
‘We hadden ons dit jaar ook voor de groepsfase kunnen en moeten plaatsen’, zegt ze terugkijkend. ‘Maar in die laatste wedstrijd tegen Fiorentina maakten we één fout en misten we veel kansen. Dat heeft ook te maken met jeugdigheid. Als je veel ervaring hebt, schiet je ook meer ballen binnen.’
Is dat de consequentie van de keuze voor jonge talenten? Dat Ajax niet ieder jaar kan rekenen op de Champions League?
‘De Champions League kunnen we inderdaad niet zomaar incalculeren, want talenten hebben tijd nodig. Soms moeten we bouwen om weer succesvol te zijn. En als dat lukt, is er ook een kans dat spelers opnieuw uitvliegen. Wat wij moeten doen, is ervoor zorgen dat het verval dan zo klein mogelijk is. Door de opleiding zo goed te maken dat er steeds betere, stabielere talenten kunnen doorstromen.’
‘Zaal 2 is vrij’, roept De Reus door de Ajax-kantine. Als blijkt dat er nog geen locatie is geregeld voor het interview, regelt ze die zelf. Daar neemt ze plaats aan van de gedekte eettafels. Ze is altijd gewend geweest om veel zelf te doen; bij Ajax werkt ze nu met een grote staf en moet ze leren om meer los te laten.
Tegelijkertijd is het ook vooral de bedoeling dat ze zich met meer zaken bemoeit dan alleen het eerste vrouwenteam. ‘Ik heb zo veel ervaring opgedaan, met talenten, met nadenken over de beste toekomststrategie. Ik had me beperkt gevoeld als ik daar helemaal niets mee zou kunnen doen.’
De voormalige libero is een groot voorstander van gemengd jeugdvoetbal. Ze was zelf in 1969 het eerste Nederlandse meisje dat meespeelde in een jongensteam – aanvankelijk illegaal, omdat voetbal voor vrouwen toen nog door de KNVB verboden was. Dat taboe is allang doorbroken, maar er valt nog een wereld te winnen. De Reus hoopt ze dat meisjes mee gaan spelen in de jongste Ajax-teams.
‘Om de top te halen moeten meisjes zo lang mogelijk met jongens meespelen. Ik zou ook heel graag willen dat types als Lily Yohannes (het grote 17-jarige talent van Ajax, red.) soms met de jongens van de Onder 16 meetraint. Dan wordt ze geprikkeld om dingen sneller te doen.’
De Ajax-vrouwen bestaan sinds 2012, en tegenwoordig hebben bijna alle grote Europese clubs een vrouwentak. Voetbalsters hebben daar ook lang voor geijverd; ze zagen het als erkenning, nadat de sport decennialang was verboden. Bovendien heeft het voordelen om gebruik te kunnen maken van de faciliteiten en de financiële middelen die in decennia door een club zijn opgebouwd.
Maar de laatste tijd duiken er steeds meer initiatieven op voor onafhankelijke vrouwenclubs, zoals Hera United in Nederland. De oprichters denken dat het nodig is om op eigen benen te staan, omdat de vrouwentak er nu bij veel clubs te veel bij hangt.
‘Bij Ajax is dat niet zo, wij maken volwaardig deel uit van de club. We komen steeds meer in het hart van de organisatie, maar in aantallen, financiën en geschiedenis is er natuurlijk een groot verschil. Het kan nooit helemaal vervlochten zijn en dat hoeft ook niet, omdat vrouwenvoetbal zich anders ontwikkelt dan mannenvoetbal.
‘Het mooie aan Hera is dat zij sponsoren hebben gevonden die kansen zien in het vrouwenvoetbal. En zij kunnen alle middelen inzetten om van het eerste elftal een topteam te maken. Het wordt interessant om te zien of dat lukt, maar het is sowieso goed dat er meer wordt geïnvesteerd, dat is cruciaal. Zonder geld is het heel moeilijk om het niveau omhoog te krikken.’
Nog niet zo lang geleden maakte De Reus zich grote zorgen over het niveau van de eredivisie. ‘Ajax kan nauwelijks aansluiten bij de Europese top, met de eredivisie als achtergrond’, zei ze in 2020 in de Volkskrant. ‘Vrijwel alle internationals zijn vertrokken naar het buitenland. De kwaliteit gaat achteruit.’
Vindt u dat nog steeds?
‘De KNVB heeft ervoor gekozen om de eredivisie uit te breiden, van acht naar nu twaalf teams. Dat vond ik destijds niet zo’n goede stap; hoe breder je het maakt, hoe meer de schaarse talenten worden verdeeld over al die elftallen.
‘De competitie wordt ook niet sterker als alle internationals vroeg naar het buitenland gaan. Dat is zorgelijk, en het gaat Ajax niet helpen om stabiel in de Europese top te spelen. Voor spelers is het ook niet altijd verstandig om te vroeg uit Nederland te vertrekken. Ik denk dat ze daar pas aan toe zijn als ze er hier elke week met kop en schouders boven uitsteken. En ik zie weinig spelers van 18, 19 jaar die dat doen.’
Vier jaar geleden zei u: ‘Om hun droom te blijven nastreven, zijn ze gedwongen om in het buitenland actief te zijn.’ Wat is er in die tijd veranderd?
‘In de top van de eredivisie zie ik vooruitgang. Het zijn niet meer een of twee clubs die bovenin meedraaien, maar Ajax, PSV, Twente, Utrecht, Feyenoord en AZ spelen allemaal om de bovenste plaatsen. Dat geeft hoop, en het betekent ook dat er nog steeds plek is voor talenten. Ze kunnen beter hier proberen het verschil te maken dan in het buitenland op de bank zitten. Maar wij, de clubs en de bond, moeten er ook voor zorgen dat de competitie zich blijft ontwikkelen.’
Juist daarom vindt De Reus ook dat ze zichzelf soms weer wat harder moet opstellen. Meer zoals vroeger, toen ze werkte met jonge talenten als Sherida Spitse en Daniëlle van de Donk, die haar ‘best wel streng’ vonden. ‘Ik moest ze leren wat er gevraagd wordt in de absolute top’, reageert de coach. ‘Als spelers daar niet mee om kunnen gaan, tja, dan vallen ze af.’
Vrouwen krijgen eerder het stempel dat ze hard, veeleisend, dominant zijn. Dat heeft ze vaak genoeg gemerkt, maar daar heeft ze zich nooit wat van aangetrokken. ‘Dat ik milder ben geworden, komt echt doordat ik ouder ben geworden. Ik hoef geen carrière meer te maken, ik hoef niet te knokken voor een plek in de voetbalwereld.
‘Maar nu ik weer werk met een voetbalteam, moet ik zoeken naar de juiste balans. We willen op een bepaalde manier spelen, maar ze hebben alle elf ook allemaal een eigen plan in hun hoofd. Ik geef ze nu best veel vrijheid, ze mogen creatief zijn en dat is ook goed, maar soms is het beter als ik zeg: ‘Stop, zo willen we het, zo moet het’.
‘Dat is nodig, want ook deze vrouwen dromen van de Europese top. Ik heb oog voor ze, maar ik moet er ook voor zorgen dat ze kunnen overleven in de harde topsportwereld. En dan weet ik dat ik ze help door soms veeleisend en hard te zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant